Terug naar Rechtspraak
    Verbintenissenrecht
    Gedeeltelijk toegewezen

    Gedeeltelijke toewijzing van schuldvordering bij verstek: afwijzing van de gevorderde schadevergoeding

    Mr. Chanel Ribas ColomarVredegerecht van het eerste kanton Oostende3 november 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 1 weergaven
    Delen:
    Verbintenissenrecht - Gedeeltelijke toewijzing van schuldvordering bij verstek: afwijzing van de gevorderde schadevergoeding

    Samenvatting van de Zaak

    In deze burgerlijke zaak, behandeld voor het Vredegerecht van het eerste kanton Oostende, vordert een eisende onderneming de betaling van een openstaande schuld van een natuurlijke persoon. De vordering werd ingeleid via een dagvaarding op 29 september 2026. De eisende partij eist de veroordeling van de verwerende partij tot het betalen van een hoofdsom, vermeerderd met intresten, een schadebeding en de gerechtskosten. Tijdens de zitting was de verwerende partij niet aanwezig en liet zij zich evenmin vertegenwoordigen door een advocaat. Bijgevolg vroeg de eisende partij om een vonnis bij verstek uit te spreken. De vrederechter heeft de procedurestukken en de neergelegde bewijsstukken onderzocht en vastgesteld dat de wetgeving op het gebruik van de talen in gerechtszaken correct werd nageleefd. De beslissing van de vrederechter steunt in de eerste plaats op artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat de rechter in een verstekprocedure de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij moet inwilligen, behalve voor zover de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen. Bij de beoordeling van de vordering stelt de rechter vast dat de gevorderde hoofdsom en de wettelijke intresten gegrond zijn. De rechter veroordeelt de verwerende partij dan ook tot het betalen van een bedrag van 882,36 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten op een bedrag van 818,95 euro vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van de volledige betaling. Opvallend in dit vonnis is dat de vrederechter de gevorderde schadevergoeding uitdrukkelijk afwijst. De rechtbank vermeldt daarvoor geen specifieke reden. Tot slot wordt de verwerende partij veroordeeld tot het dragen van de gerechtskosten. Deze bestaan uit de kosten voor de dagvaarding en het rolrecht dat aan de Belgische Staat moet worden voldaan. Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, past de rechter het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 toe. Omdat de verwerende partij verstek laat gaan, wordt de rechtsplegingsvergoeding herleid tot het wettelijke minimumbedrag. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zonder de mogelijkheid tot kantonnement.

    Uitkomst:
    Gedeeltelijk toegewezen

    Kernpunten

    • 1Bij een verstekprocedure willigt de rechter de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve voor zover de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen.
    • 2De rechtbank wijst de gevorderde schadevergoeding af zonder de concrete afwijzingsgrond te vermelden.
    • 3In deze zaak kent de vrederechter de minimumrechtsplegingsvergoeding toe omdat de verwerende partij verstek laat gaan.
    • 4Een vonnis kan uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard met uitsluiting van het recht op kantonnement, waardoor de schuldeiser onmiddellijk over de gelden kan beschikken.

    Juridische Analyse

    Inleiding en Context van de Vordering

    Het voorliggende vonnis van het Vredegerecht van het eerste kanton Oostende illustreert een klassieke invorderingsprocedure waarbij de verwerende partij niet komt opdagen. Dergelijke zaken vormen een aanzienlijk deel van de rol van de vredegerechten. De eisende partij vordert de betaling van een openstaande factuur of schuld, inclusief de hoofdsom, intresten, een conventioneel schadebeding en de gerechtskosten. Omdat de gedaagde partij afwezig blijft, wordt de zaak behandeld volgens de regels van de verstekprocedure.

    De Toepassing van Artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek

    De juridische kern van dit vonnis draait om de toepassing van artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze bepaling regelt de bevoegdheid en de verplichtingen van de rechter wanneer een partij verstek laat gaan. De wetgever heeft bepaald dat de rechter in zo'n geval de vorderingen van de verschijnende partij moet inwilligen, maar hieraan is een zeer belangrijke uitzondering gekoppeld: de rechter mag de vordering niet toewijzen indien deze, of de daaraan ten grondslag liggende rechtspleging, strijdig is met de openbare orde.

    Dit betekent dat een verstekvonnis geen automatisme is waarbij de rechter blindelings de eisende partij volgt. De toetsing betreft de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen.

    Afwijzing van de Gevorderde Schadevergoeding

    In dit specifieke vonnis wijst de vrederechter de gevorderde schadevergoeding af. Het vonnis licht de concrete grond voor die afwijzing niet toe.

    Geen concrete afwijzingsgrond vermeld

    De rechter oordeelt in dit vonnis resoluut:

    "De rechtbank wijst de gevorderde schadevergoeding af."

    De rechtbank haalt artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek aan, maar vermeldt niet op welke concrete grond de schadevergoeding wordt afgewezen. Daaruit kan niet worden afgeleid dat het schadebeding strijdig is met de openbare orde. Het vonnis stelt evenmin vast dat sprake is van een consumentencontract, een onrechtmatig beding of een buitensporig schadebeding.

    Gerechtskosten en de Rechtsplegingsvergoeding

    Het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007

    Een ander belangrijk aspect van dit vonnis is de begroting van de gerechtskosten, en in het bijzonder de rechtsplegingsvergoeding. De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de advocaatkosten van de in het gelijk gestelde partij. De vrederechter verwijst voor de toekenning ervan naar het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007.

    Toepassing van het minimumbedrag

    De vrederechter motiveert de toekenning van de rechtsplegingsvergoeding als volgt:

    "In toepassing van het KB van 26/10/2007 kent de vrederechter de minimum rechtsplegingsvergoeding toe lastens de verwerende partij gezien die verstek maakt."

    In dit geval bedraagt dit minimumbedrag 313,95 euro.

    Daarnaast wordt de verwerende partij veroordeeld tot de dagvaardingskosten (215,92 euro) en het rolrecht (50,00 euro). Het is opmerkelijk dat het rolrecht, in overeenstemming met de geldende fiscale wetgeving, na uitnodiging rechtstreeks aan de Belgische Staat moet worden betaald, en niet aan de eisende partij.

    Uitvoerbaarheid en Kantonnement

    Tot slot bevat het vonnis belangrijke bepalingen inzake de tenuitvoerlegging. Het vonnis wordt "uitvoerbaar bij voorraad" verklaard. Dit betekent dat de eisende partij het vonnis onmiddellijk kan laten uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder (bijvoorbeeld via beslag), zelfs als de verwerende partij nog verzet of hoger beroep zou aantekenen. Dit beschermt de schuldeiser tegen vertragingsmanoeuvres.

    Bovendien sluit de rechter het "vermogen tot kantonnement" uit. Kantonnement is een mechanisme waarbij de schuldenaar het verschuldigde bedrag op een geblokkeerde rekening stort (bijvoorbeeld bij de Deposito- en Consignatiekas) in afwachting van de uitkomst van een rechtsmiddel, om zo een beslag te vermijden. Door dit uit te sluiten, zorgt de rechter ervoor dat de eisende partij de fondsen onmiddellijk in handen krijgt bij de uitvoering van het vonnis.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    • Voor schuldeisers: In deze verstekzaak wijst de rechtbank de gevorderde schadevergoeding af zonder de concrete reden te vermelden. Het vonnis kwalificeert het schadebeding niet als buitensporig.
    • Voor schuldenaars: Verstek laten gaan betekent niet dat men vogelvrij is, aangezien de rechter de openbare orde bewaakt. Echter, door niet te verschijnen, verliest men de kans om de hoofdsom of intresten te betwisten of om afbetalingsfaciliteiten te vragen.
    • Kostenrisico: De toegewezen kosten bedragen 215,92 euro dagvaardingskosten, 313,95 euro rechtsplegingsvergoeding en 50,00 euro rolrecht.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 806

    Gerechtelijk Wetboek

    Verstekprocedure en toetsing aan de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen

    KB 26/10/2007

    Koninklijk Besluit

    Door de vrederechter aangehaald voor de toekenning van de minimumrechtsplegingsvergoeding bij verstek

    Meer over Burgerlijk Recht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over burgerlijk recht.

    Bekijk expertisepagina Burgerlijk Recht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verbintenissenrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy