Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Vordering toegewezen

    Echtscheiding onherstelbare ontwrichting: zes maanden bij akkoord partner

    Mr. Chanel Ribas ColomarRechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer B.2715 oktober 2018Gepubliceerd Bijgewerkt 0 weergaven
    Delen:
    Familierecht - Echtscheiding onherstelbare ontwrichting: zes maanden bij akkoord partner

    Samenvatting van de Zaak

    Een echtgenote vorderde bij verzoekschrift de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting (art. 229, § 3 oud BW). Zij stelde haar vraag tweemaal voor de rechtbank en haar echtgenoot verklaarde zich telkens akkoord. De familierechtbank te Brugge stelde vast dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht was, sprak de echtscheiding uit, beval de vereffening-verdeling met ambtshalve aanstelling van een notaris en legde de kosten bij helften.

    Uitkomst:
    Vordering toegewezen

    Kernpunten

    • 1Vraagt één echtgenoot de echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting, dan geldt in principe een termijn van meer dan één jaar feitelijke scheiding.
    • 2Stemt de andere echtgenoot in de loop van de procedure in met de echtscheiding, dan gelden de kortere termijnen van zes maanden (art. 1255, § 3 Ger.W.).
    • 3Verklaart de partner zich akkoord en zijn de echtgenoten nog geen zes maanden feitelijk gescheiden, dan kan de aanvraag op een latere zitting worden herhaald: na het verstrijken van de zes maanden of drie maanden na de eerste zitting.
    • 4In deze zaak stelde de rechtbank vast dat de vraag tweemaal was gesteld en telkens aanvaard, en oordeelde zij op grond van de stukken en gegevens dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht was.
    • 5Zonder akkoord over de notaris stelt de rechtbank zelf een notaris-vereffenaar aan; de partijen dragen de provisie in gelijke mate.
    • 6Tussen echtgenoten kunnen de kosten worden omgeslagen; hier legde de rechtbank ze bij helften en sloeg zij de rechtsplegingsvergoeding om.

    Juridische Analyse

    De feiten

    Een echtgenote diende op 11 april 2018 bij de familierechtbank een verzoekschrift in tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. Haar echtgenoot werd met een gerechtsbrief van 12 april 2018 van de procedure in kennis gesteld. De partijen kwamen hun standpunt toelichten op twee zittingen in raadkamer, op 18 juni en op 24 september 2018.

    Uit de zittingsbladen bleek dat de echtgenote haar vraag tot echtscheiding tweemaal voor de rechtbank had gesteld en dat haar echtgenoot zich er telkens mee akkoord verklaarde. Daarnaast werd de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogen gevorderd. Over de aan te stellen notaris-vereffenaar en over een eventuele verkoop van goederen bestond tussen de partijen geen akkoord.

    De rechtsvraag

    Wanneer is een huwelijk volgens de wet onherstelbaar ontwricht als één echtgenoot de echtscheiding vraagt en de andere daarmee instemt? Moet men dan een jaar feitelijke scheiding afwachten, of volstaat een kortere termijn? En wat betekent het dat de aanvraag "tweemaal" wordt gedaan?

    Wat zegt de wet?

    Art. 229, § 1 oud BW bepaalt dat de echtscheiding wordt uitgesproken wanneer de rechter vaststelt dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is. Dat is het geval "wanneer de voortzetting van het samenleven tussen de echtgenoten en de hervatting ervan redelijkerwijs onmogelijk is geworden ingevolge die ontwrichting". Dat bewijs kan met alle wettelijke middelen worden geleverd.

    Daarnaast kent de wet twee situaties waarin de onherstelbare ontwrichting op basis van termijnen vaststaat:

    • Gezamenlijke aanvraag (art. 229, § 2 oud BW): beide echtgenoten vragen samen de echtscheiding, na meer dan zes maanden feitelijke scheiding of wanneer de aanvraag tot tweemaal toe werd gedaan overeenkomstig art. 1255, § 1 Ger.W.
    • Eenzijdige aanvraag (art. 229, § 3 oud BW): één echtgenoot vraagt de echtscheiding, na meer dan één jaar feitelijke scheiding of wanneer de aanvraag tot tweemaal toe werd gedaan overeenkomstig art. 1255, § 2 Ger.W.

    Art. 1255 Ger.W. werkt die termijnen uit. Bij een eenzijdige aanvraag spreekt de rechter de echtscheiding uit als de partijen meer dan één jaar feitelijk gescheiden zijn. Is dat niet zo, dan bepaalt hij een nieuwe zitting "op een datum die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van een jaar, of een jaar na de eerste zitting" (art. 1255, § 2).

    Belangrijk is art. 1255, § 3 Ger.W.: verklaart de andere echtgenoot zich in de loop van de procedure akkoord met de vordering, dan wordt de echtscheiding uitgesproken "mits het respecteren van de in § 1 bedoelde termijnen". Dat zijn de kortere termijnen van de gezamenlijke aanvraag: meer dan zes maanden feitelijke scheiding, of anders een nieuwe zitting onmiddellijk na het verstrijken van die zes maanden of drie maanden na de eerste zitting (art. 1255, § 1).

    De feitelijke scheiding kan worden aangetoond met alle wettelijke middelen, behalve de bekentenis en de eed, onder meer door een getuigschrift van woonplaats waaruit inschrijvingen op verschillende adressen blijken (art. 1255, § 4 Ger.W.).

    De beslissing van de rechtbank

    De rechtbank herhaalde eerst de wettelijke regels. Zij wees erop dat bij een eenzijdige aanvraag de termijn van één jaar geldt, maar dat bij akkoord van de andere echtgenoot de onherstelbare ontwrichting bestaat "wanneer de aanvraag tot echtscheiding wordt gedaan na meer dan zes maanden feitelijke scheiding, of wanneer deze aanvraag tweemaal wordt gedaan". Bij die tweede variant gebeurt de eerste aanvraag binnen de zes maanden na de feitelijke scheiding en de tweede na het verstrijken van die zes maanden of drie maanden na de eerste verschijning voor de rechtbank.

    Nadat zij had vastgesteld dat de echtgenote haar vraag tweemaal had gesteld en dat haar echtgenoot zich telkens akkoord had verklaard, besloot de rechtbank: "Uit de voorliggende stukken en gegevens blijkt dat het huwelijk van partijen onherstelbaar ontwricht is." De vordering op grond van art. 229, § 3 oud BW werd toelaatbaar en gegrond verklaard en de echtscheiding werd uitgesproken.

    Daarnaast besliste de rechtbank:

    • de vereffening en verdeling van de huwgemeenschap en/of van de gebeurlijke onverdeeldheid wordt bevolen;
    • omdat er geen akkoord was over de notaris, wordt ambtshalve een notaris-vereffenaar aangesteld; de partijen staan in gelijke mate in voor de provisionering van die notaris;
    • de kosten worden bij helften ten laste van beide partijen gelegd en de rechtsplegingsvergoeding wordt omgeslagen, gelet op de hoedanigheid van de partijen als echtgenoten; aan de zijde van de eisende partij gaat het om 100,00 euro rolrecht en 20,00 euro bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand;
    • het eindvonnis kan met toepassing van art. 1399 Ger.W. niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

    Analyse en betekenis voor de praktijk

    Akkoord van de partner halveert de wachttijd

    Het vonnis illustreert hoe een eenzijdig gestarte procedure door de instemming van de andere echtgenoot verandert van karakter. Formeel blijft de grondslag art. 229, § 3 oud BW, maar door art. 1255, § 3 Ger.W. gelden de termijnen van de gezamenlijke aanvraag. In plaats van één jaar feitelijke scheiding volstaan dan zes maanden, en wie die zes maanden nog niet bereikt heeft, kan de vraag herhalen op een nieuwe zitting.

    De "tweede aanvraag" is geen nieuwe procedure

    Het herhalen van de aanvraag gebeurt binnen dezelfde procedure, op een latere zitting. In deze zaak lagen er ruim drie maanden tussen de twee zittingen in raadkamer. Het vonnis vermeldt niet de datum van de feitelijke scheiding en ook niet uitdrukkelijk op welke zitting de tweede aanvraag werd gedaan; de rechtbank steunt zich op de zittingsbladen en stelt vast dat de vraag tweemaal werd gesteld en telkens werd aanvaard. Er hoefden geen feiten van ontwrichting te worden bewezen.

    Echtscheiding en vereffening-verdeling gaan samen

    Ook zonder akkoord over de notaris kan de rechtbank de vereffening-verdeling meteen bevelen. Komen de partijen niet tot een akkoord, dan wijst de rechtbank zelf een notaris-vereffenaar aan (art. 1210, § 1 Ger.W.). Tenzij de rechtbank anders beslist, staan de partijen in gelijke mate in voor de provisionering van die notaris (art. 1210, § 5 Ger.W.). Een vergelijkbare aanpak vindt u in onze analyse over een echtscheiding met akkoord van de partner en de aanstelling van een notaris.

    Wat is sindsdien gewijzigd?

    Het vonnis dateert van 2018. De kernregels zijn sindsdien niet gewijzigd: art. 229 staat nog steeds in het oud Burgerlijk Wetboek, in de versie van de wet van 27 april 2007. De echtscheidingsgronden zijn (nog) niet naar het nieuwe Burgerlijk Wetboek overgebracht; boek 2, titel 3 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (relatievermogensrecht) verwijst zelf naar art. 229 van het oud Burgerlijk Wetboek. Ook de termijnen van art. 1255, § 1 tot § 3 Ger.W. zijn ongewijzigd. Wel kwamen er enkele procedurele wijzigingen:

    • art. 1278 Ger.W. werd vervangen met ingang van 31 maart 2019: het echtscheidingsvonnis heeft ten aanzien van de echtgenoten gevolg vanaf de dag waarop het in kracht van gewijsde is gegaan, en ten aanzien van derden vanaf de melding op de huwelijksakte of de opmaak van de akte van echtscheiding;
    • sinds 1 december 2022 bepaalt art. 1255, § 6 Ger.W. dat bij ernstige aanwijzingen van geweld, bedreigingen of andere vormen van druk de waarborgen van art. 1734, § 1, derde lid Ger.W. gelden vooraleer bemiddeling wordt bevolen;
    • art. 1210 Ger.W. spreekt sinds 7 juli 2025 uitdrukkelijk over de rechtbank die "de vereffening of de verdeling beveelt".

    Praktische tips

    • Weet u dat uw partner de echtscheiding niet zal tegenwerken, laat dat akkoord dan uitdrukkelijk acteren op het zittingsblad. Dat verkort de termijn van één jaar naar zes maanden feitelijke scheiding.
    • Bent u, bij akkoord van uw partner, nog geen zes maanden feitelijk gescheiden, dan stelt de rechter een nieuwe zitting vast; daar moet de aanvraag opnieuw worden gedaan. Noteer die datum goed.
    • Verzamel een getuigschrift van woonplaats waaruit inschrijvingen op verschillende adressen blijken; dat is een eenvoudig bewijs van de feitelijke scheiding.
    • Probeer vooraf samen een notaris te kiezen. Lukt dat niet, dan stelt de rechtbank er zelf een aan en betaalt u in principe elk de helft van de provisie.
    • Zijn de partijen het over alles eens, dan kan een echtscheiding door onderlinge toestemming een alternatief zijn.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 229, § 1

    Oud Burgerlijk Wetboek

    De echtscheiding wordt uitgesproken wanneer de rechter vaststelt dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is; het bewijs kan met alle wettelijke middelen worden geleverd.

    Art. 229, § 3

    Oud Burgerlijk Wetboek

    Onherstelbare ontwrichting bestaat ook bij een aanvraag door één echtgenoot na meer dan één jaar feitelijke scheiding of bij een aanvraag die tot tweemaal toe werd gedaan overeenkomstig art. 1255, § 2 Ger.W.

    Art. 1255, § 1 en § 3

    Gerechtelijk Wetboek

    Verklaart de andere echtgenoot zich akkoord, dan wordt de echtscheiding uitgesproken met respect voor de termijnen van zes maanden feitelijke scheiding, of een nieuwe zitting na zes maanden of drie maanden na de eerste zitting.

    Art. 1255, § 4

    Gerechtelijk Wetboek

    De feitelijke scheiding kan met alle wettelijke middelen worden aangetoond, behalve bekentenis en eed, onder meer met een getuigschrift van woonplaats.

    Art. 1210, § 1 en § 5

    Gerechtelijk Wetboek

    Bij gebrek aan akkoord over de notaris-vereffenaar wijst de rechtbank er zelf een aan; tenzij anders beslist, staan de partijen in gelijke mate in voor de provisionering.

    Art. 1017

    Gerechtelijk Wetboek

    De kosten kunnen onder meer tussen echtgenoten worden omgeslagen zoals de rechter het raadzaam oordeelt.

    Art. 1399

    Gerechtelijk Wetboek

    Verzet en hoger beroep schorsen de tenuitvoerlegging van eindvonnissen inzake de staat van personen; de voorlopige tenuitvoerlegging ervan kan niet worden toegestaan.

    Meer over Familierecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over familierecht.

    Bekijk expertisepagina Familierecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Familierecht

    EOT PRO — Echtscheiding met onderlinge toestemming

    Stel zelf uw volledig EOT-dossier op via een begeleide wizard, met advocatencontrole en neerlegging bij de familierechtbank.

    • Wizard voor vermogen, kinderen en alimentatie in één dossier
    • Conforme overeenkomst klaar voor de familierechtbank
    • Vaste prijs met indicatieve kosten vooraf
    • Advocatencontrole en begeleiding bij elke stap
    Volledig EOT-dossierAdvocatencontroleNeerlegging familierechtbank

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy