Wanneer verjaart een straf? De termijnen per strafniveau

    Een straf die niet wordt uitgevoerd, verdwijnt niet vanzelf — maar na verloop van tijd kan zij wél verjaren. Sinds 1 september 2026 hangt die termijn af van het strafniveau: vijf, tien of twintig jaar. En er geldt een regel die vaak over het hoofd wordt gezien: de termijn is nooit korter dan de straf zelf.

    Door Mr. Chanel Ribas Colomar•6 min leestijd•572 lezers
    Delen:
    Expert Review
    Mr. Chanel Ribas Colomar - Advocaat bij LawBase

    Mr. Chanel Ribas Colomar

    Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent

    Juridisch geverifieerd door Chanel
    StrafrechtFamilierechtBurgerlijk recht

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    • •
      Nieuw Strafwetboek (wet van 29 februari 2024)(Art. 74)

      Verjaring van de straf sinds 1 september 2026: twintig jaar bij niveau 7 en 8, tien jaar bij niveau 6, 5 en 4, vijf jaar bij niveau 3, 2 en 1, nooit korter dan de duur van de opgelegde straf. Stuiting door elke daad die een begin van effectieve uitvoering is; bijkomende straffen volgen het niveau van de hoofdstraf.

    • •
      Strafwetboek 1867 (oud)(Art. 91-94)

      Het regime vóór 1 september 2026: twintig jaar voor criminele straffen, vijf jaar voor correctionele straffen en tien jaar bij een uitgesproken straf van meer dan drie jaar, één jaar voor politiestraffen. Het derde lid van art. 92 oud Sw. is vernietigd bij arrest nr. 148/2017 van het Grondwettelijk Hof.

    • •
      Grondwettelijk Hof(Arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017)

      Vernietigt art. 19, 2° van de wet van 5 februari 2016, dat het derde lid van art. 92 oud Sw. had ingevoerd.

    • •
      Wetboek van Strafvordering

      Regelt de verjaring van de strafvordering — een andere vraag dan de verjaring van de straf.

    Er zijn twee soorten verjaring in het strafrecht, en ze worden voortdurend door elkaar gehaald. De verjaring van de strafvordering gaat over de vraag of het openbaar ministerie u nog kan vervolgen voor feiten die al een tijd geleden zijn gepleegd; die termijnen staan in de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering. De verjaring van de straf gaat over iets anders: u bent al veroordeeld, het vonnis is definitief, maar de straf is nooit uitgevoerd. Kan het parket daar nog op terugkomen?

    Deze pagina gaat over die tweede vraag. Sinds 1 september 2026 wordt zij beantwoord door artikel 74 van het Strafwetboek, dat de oude regeling van de artikelen 91 tot 94 vervangt en de termijn koppelt aan het strafniveau.

    De termijnen sinds 1 september 2026

    Het nieuwe Strafwetboek deelt alle misdrijven in over acht strafniveaus. De verjaringstermijn van de straf volgt dat niveau:

    • Niveau 7 en 8 — twintig jaar.
    • Niveau 6, 5 en 4 — tien jaar.
    • Niveau 3, 2 en 1 — vijf jaar.

    De termijn begint te lopen op de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden — dus niet op de dag van de uitspraak, maar op het ogenblik dat er geen verzet of hoger beroep meer tegen openstaat. Dat onderscheid kan maanden schelen.

    De regel die vaak wordt vergeten

    Artikel 74 voegt één zin toe die in de praktijk zwaar doorweegt: "In geen geval is de verjaringstermijn korter dan de duur van de opgelegde straf."

    Wie een gevangenisstraf van zeven jaar opliep op een misdrijf van niveau 4, zou volgens de tabel na tien jaar buiten schot zijn. Maar wie een straf van twaalf jaar opliep op datzelfde niveau, kan zich niet op die tien jaar beroepen: de termijn wordt dan minstens twaalf jaar. De straf kan zichzelf dus niet overleven.

    Bijkomende straffen volgen de hoofdstraf

    Een verbeurdverklaring, een beroepsverbod of een verval van het recht tot sturen verjaart niet op eigen houtje. Die bijkomende straffen volgen de termijn die hoort bij het niveau van de hoofdstraf waarmee ze samen zijn uitgesproken. Wie dus denkt dat een geldboete al verjaard is terwijl de gevangenisstraf dat niet is, vergist zich.

    Wat de termijn stuit of schorst

    Stuiting betekent dat de klok op nul wordt gezet en opnieuw begint. De verjaring van de straf wordt gestuit door elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is. Dat is ruimer dan de oude regel, die enkel sprak van de aanhouding van de veroordeelde. Voor vermogensstraffen — een geldboete, een verbeurdverklaring — geldt bovendien dat elke handeling van een bevoegde overheid met het oog op de uitvoering de termijn stuit. Een invorderingsbrief van de FOD Financiën kan dus volstaan.

    Schorsing betekent dat de klok tijdelijk stilstaat en daarna verder loopt waar hij gebleven was. Dat gebeurt wanneer de wet het bepaalt, of wanneer er een wettelijk beletsel is dat de tenuitvoerlegging van de straf verhindert.

    Straffen met uitstel

    Bij een straf met uitstel begint de verjaring pas te lopen wanneer dat uitstel wordt herroepen. Wordt het uitstel van rechtswege herroepen omdat er tijdens de proeftijd een nieuw misdrijf is gepleegd, dan start de termijn op hetzelfde ogenblik als die van de straf voor dat nieuwe misdrijf. Wordt het op een andere grond herroepen, dan loopt de termijn vanaf het herroepingsvonnis — met een overgangsregeling die uiterlijk tot 30 juni 2029 loopt en waarin de termijn ingaat vanaf het herroepingsarrest of vanaf de dag waarop het herroepingsvonnis niet langer met hoger beroep kan worden aangevochten.

    Straffen die nooit verjaren

    Straffen die zijn uitgesproken voor genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden verjaren niet. Die uitzondering stond ook al in het oude wetboek en is ongewijzigd overgenomen.

    Wat gold er vóór 1 september 2026?

    Het oude Strafwetboek koppelde de termijn niet aan een strafniveau maar aan de driedeling misdaad, wanbedrijf en overtreding:

    • Criminele straffen (artikel 91 oud Sw.): twintig jaar, te rekenen van de dagtekening van het arrest of vonnis.
    • Correctionele straffen (artikel 92 oud Sw.): vijf jaar, of tien jaar wanneer de uitgesproken straf drie jaar te boven ging.
    • Politiestraffen (artikel 93 oud Sw.): één jaar.
    • Geldboeten en verbeurdverklaringen (artikel 94 oud Sw.): dezelfde termijnen, met tien jaar voor bijzondere verbeurdverklaringen bij wanbedrijven.

    Eén detail dat vaak verkeerd wordt geciteerd: het derde lid van artikel 92 oud Sw., dat een termijn van twintig jaar invoerde voor gevangenisstraffen van meer dan twintig jaar, is door het Grondwettelijk Hof vernietigd bij arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017. Wie die regel nog toepast op een oude veroordeling, past een bepaling toe die niet meer bestaat.

    Welk regime een straf beheerst die vóór 1 september 2026 is uitgesproken, is geen vraag met één automatisch antwoord. De verjaring van de straf raakt de uitvoering en niet de strafbaarstelling zelf, wat de gebruikelijke redenering over de mildere strafwet niet zomaar overplant. Laat dat nakijken in plaats van er zelf van uit te gaan — het verschil tussen één jaar en tien jaar zit precies in die vraag.

    Wat dit praktisch betekent

    Drie situaties komen in onze praktijk het vaakst voor.

    U kreeg een oproepingsbrief voor een oude veroordeling. Kijk eerst na wanneer het vonnis in kracht van gewijsde is getreden en of er sindsdien iets is gebeurd dat de termijn heeft gestuit. Bent u ooit aangehouden geweest voor die zaak, of is er een begin van uitvoering geweest, dan is de klok toen opnieuw beginnen lopen.

    Er komt plots een invordering voor een oude geldboete. Bij vermogensstraffen stuit elke uitvoeringshandeling van de bevoegde overheid de termijn. Een dossier dat jaren stil lag, kan dus toch nog lopen — maar dat moet de overheid wél kunnen aantonen.

    U bent bij verstek veroordeeld en wist van niets. Dan is de eerste vraag niet de verjaring maar de betekening: zolang het vonnis niet correct is betekend, is het niet in kracht van gewijsde getreden en is de termijn zelfs nog niet beginnen lopen. Dat opent vaak nog de weg van het verzet.

    Laat het nakijken vóór u iets onderneemt

    De verjaring van een straf is zelden een kwestie van hoofdrekenen. De datum waarop het vonnis definitief werd, elke uitvoeringshandeling in het dossier en het strafniveau van het misdrijf bepalen samen de uitkomst, en die gegevens staan verspreid over het strafdossier en het uitvoeringsdossier van het parket. Onze strafrechtadvocaten nemen dat met u door. Een consultatie op kantoor van 60 minuten kost € 90,75 inclusief btw; bel 050 67 32 06 of maak online een afspraak.

    Welk Strafwetboek geldt? Dat hangt af van de datum van de feiten, niet van de datum van het vonnis (artikel 2 Sw.). Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 geldt het nieuwe Strafwetboek. Voor feiten van vóór die datum blijft het oude Strafwetboek van 1867 van toepassing, tenzij de nieuwe wet voor de dader milder is: dan past de rechter de meest gunstige bepaling toe (artikel 2, derde lid Sw.).

    Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)

    Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge

    Veelgestelde vragen

    Hulp nodig bij uw juridische vraag?

    Onze advocaten staan voor u klaar met deskundig advies.

    Plan een consultatieBekijk onze kantoren

    Meer info: cookie beleid · privacy