Brief gekregen om u aan te melden in de gevangenis: wat nu?
De politie of de post bracht een brief waarin staat dat u zich moet aanmelden in de gevangenis. Wat betekent die brief precies, welke termijnen lopen er nu, en wat kunt u nog doen — zeker als u nooit wist dat er een proces liep?

Mr. Chanel Ribas Colomar
Advocaat • Orde van Vlaamse Balies • Universiteit Gent
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
Wetboek van Strafvordering(Art. 187)
Verzet tegen een verstekvonnis: gewone termijn van 15 dagen na de betekening, buitengewone termijn wanneer de betekening niet aan de persoon zelf gebeurde.
- •
Wetboek van Strafvordering(Art. 203-204)
Hoger beroep binnen 30 dagen, met een verzoekschrift dat op straffe van verval de grieven nauwkeurig omschrijft. Tijdens de termijn en de procedure wordt de uitvoering geschorst.
- •
Wetboek van Strafvordering(Art. 197)
Het vonnis wordt ten uitvoer gelegd op verzoek van de procureur des Konings: het parket, niet de gevangenis, roept u op.
- •
Nieuw Strafwetboek (wet van 29 februari 2024)(Art. 74)
Verjaring van de straf: correctionele straffen verjaren in de regel na vijf jaar, politiestraffen na een jaar.
- •
Strafwetboek 1867 (oud)(Art. 92-94)
- •
Nieuw Strafwetboek (wet van 29 februari 2024)(Art. 43 (elektronisch toezicht, enkel niveau 2))
De straf onder elektronisch toezicht als autonome hoofdstraf, die binnen zes maanden na het definitief worden van het vonnis moet starten.
- •
Strafwetboek 1867 (oud)(Art. 37ter)
- •
Wet van 17 mei 2006(Externe rechtspositie veroordeelden)
Regelt beperkte detentie, elektronisch toezicht, penitentiair verlof en voorwaardelijke invrijheidstelling.
- •
Nieuw Strafwetboek (wet van 29 februari 2024)(Art. 74)
Nieuwe verjaringstermijnen van de straf per strafniveau: vijf, tien of twintig jaar, nooit korter dan de duur van de opgelegde straf.
Er ligt een brief in uw bus, of een agent van uw wijk kwam hem persoonlijk afgeven. Er staat in dat u zich moet aanmelden in de gevangenis, met een datum, een adres en soms een lijstje van wat u mag meebrengen. Voor de meeste mensen is dat het moment waarop de grond wegvalt. Sommigen wisten dat er ooit een dossier liep en hadden gehoopt dat het overwaaide. Anderen hebben werkelijk geen idee waarover het gaat: geen dagvaarding gezien, nooit voor een rechter gestaan, en toch een veroordeling op hun naam.
Wat u vandaag doet, weegt zwaarder dan wat u volgende week doet. Niet omdat er magische oplossingen bestaan, maar omdat bijna alles wat nog kan, aan een termijn hangt — en die termijnen zijn kort. Deze pagina legt uit wat die brief is, waarom u hem kreeg, welke klokken beginnen te lopen op het ogenblik dat u hem in handen krijgt, en welke wegen er nog openstaan. In gewone taal, met de wetsartikelen erbij, zodat u weet waarover u het hebt wanneer u belt.
Kort antwoord: dit is wat u moet weten
- De brief komt van het parket, niet van de gevangenis. Het openbaar ministerie voert vonnissen uit (art. 197 Wetboek van Strafvordering). De brief betekent dat er een veroordeling bestaat die volgens het parket uitvoerbaar is.
- De termijn is kort — in de praktijk vaak ongeveer vijf dagen. De brief zelf vermeldt de datum waarop u zich moet aanbieden.
- Werd u bij verstek veroordeeld, dan is de zaak niet noodzakelijk afgelopen. Verzet kan binnen vijftien dagen (art. 187 Wetboek van Strafvordering), en die termijn kan pas beginnen te lopen op het ogenblik dat u door deze brief van de veroordeling kennis krijgt.
- Een tijdig rechtsmiddel schorst de uitvoering. Zolang de beroepstermijn loopt en zolang het hoger beroep loopt, wordt het vonnis niet uitgevoerd (art. 203, § 3 Wetboek van Strafvordering).
- Niet reageren is de slechtste keuze. Wie zich niet aanmeldt, wordt geseind en opgepakt — en verliest elke onderhandelingsruimte over de manier waarop de straf wordt uitgevoerd.
Wat volgt, is de lange versie: wat die brief juridisch is, hoe u kunt nagaan of hij terecht is, en wat u concreet kunt doen in de weinige dagen die u hebt.
Wat is een oproepingsbrief om zich aan te melden in de gevangenis?
In de volksmond heet het een gevangenisbriefje. Juridisch is het geen vonnis, geen dagvaarding en geen beslissing: het is een uitvoeringshandeling. Het openbaar ministerie stelt vast dat er een veroordeling tot een gevangenisstraf bestaat waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, en nodigt u uit om die straf te komen ondergaan. Meestal wordt de brief betekend door de politie van uw woonplaats — de wijkinspecteur die aan de deur staat. Soms komt hij via een gerechtsdeurwaarder of per post.
Omdat het een uitvoeringshandeling is, staat er niet in waarom u veroordeeld bent, hoe zwaar het bewijs woog of wat de rechter precies overwoog. Er staat alleen wat u moet doen. Dat verklaart de meest voorkomende reactie die wij op kantoor horen: ik heb een brief gekregen en ik weet niet eens waarover het gaat. Dat is geen teken dat de brief fout is, wel dat u het onderliggende dossier nodig hebt vooraleer u ook maar iets beslist.
Belangrijk om te begrijpen: de brief bewijst niet dat alles correct verlopen is. Hij bewijst dat het parket meent dat het vonnis uitvoerbaar is. Of dat klopt, hangt af van de manier waarop het vonnis werd betekend, van de vraag of u aanwezig of vertegenwoordigd was op het proces, en van de vraag of er nog een termijn loopt. Dat zijn precies de drie punten die een advocaat als eerste nakijkt.
Hoe komt zo'n brief bij u terecht?
Er zijn grofweg drie scenario's, en ze vragen elk een ander antwoord.
1. U was op het proces en u kent de veroordeling
U stond voor de correctionele rechtbank of de politierechtbank, kreeg een effectieve gevangenisstraf, en tekende geen hoger beroep aan — of het hof bevestigde. Het vonnis is definitief. Dan gaat het gesprek niet meer over schuld of onschuld, maar over de manier waarop de straf wordt uitgevoerd: thuis onder elektronisch toezicht, in beperkte detentie, met een uitstel omwille van werk of gezondheid, of effectief binnen.
2. U bent veroordeeld bij verstek en u wist het niet
Dit is het scenario dat ons het vaakst wordt voorgelegd, en het is ook het scenario waarin het meest te redden valt. U verhuisde en de dagvaarding ging naar uw oude adres. De dagvaarding werd afgegeven op het politiekantoor omdat u niet thuis was. U zat in het buitenland. U dacht dat het dossier geseponeerd was. De rechtbank sprak recht zonder u, en dat mag: verstek betekent dat de rechter oordeelt op basis van wat het openbaar ministerie voorlegt, zonder uw versie.
Wat men daarbij vergeet: bij verstek is de veroordeling wel geldig, maar ze is aanvechtbaar. Het rechtsmiddel heet verzet en het zorgt ervoor dat dezelfde rechtbank de zaak volledig opnieuw behandelt — deze keer mét u.
3. Een alternatieve straf liep vast
U kreeg destijds een werkstraf, een probatiestraf of een straf onder elektronisch toezicht. Om welke reden ook is die niet (volledig) uitgevoerd: geen prestatieplaats gevonden, gestopt na een conflict, verhuisd zonder de justitieassistent te verwittigen. In dat geval kan de vervangende gevangenisstraf die de rechter mee uitsprak, alsnog worden uitgevoerd. De brief die u nu krijgt, is dan het sluitstuk van een dossier dat maanden geleden begon te schuiven.
De eerste 72 uur: wat u wel en niet doet
Er is weinig tijd, dus komt het aan op de juiste volgorde.
Wat u meteen doet
Bewaar de omslag en noteer de datum. Wanneer precies u de brief hebt gekregen, en van wie, kan later beslissend zijn voor de vraag of een termijn nog loopt. Fotografeer de brief en de omslag.
Vraag het vonnis op. U hebt recht op een afschrift bij de griffie van de rechtbank die u veroordeelde. Zonder het vonnis kan niemand u zeggen wat er nog mogelijk is; met het vonnis erbij is dat meestal meteen veel duidelijker.
Zoek de betekeningsakte. Werd het vonnis aan uzelf betekend, of aan uw woonplaats, of werd er alleen een bericht achtergelaten? Dat detail bepaalt welke verzetstermijn geldt.
Bel meteen een advocaat. Niet volgende week, niet na het weekend. Bijna elke piste in dit artikel hangt aan een termijn die in dagen wordt geteld.
Wat u niet doet
Niet negeren. De brief verdwijnt niet en het dossier evenmin. Wie niet reageert, wordt geseind.
Niet meteen betalen omdat u schrik hebt. Wij zien mensen die uit angst meteen een bedrag overschrijven waarvan ze de herkomst niet kennen. Betalen kan bovendien worden uitgelegd als berusting in het vonnis — precies op het ogenblik dat u nog verzet of hoger beroep had kunnen aantekenen.
Niet zelf onderhandelen met het parket. Een verzoek om uitstel is geen kwestie van vriendelijk vragen; het moet gemotiveerd zijn en op het juiste moment bij de juiste dienst liggen.
Niet onderduiken. Het lost niets op, het maakt elke latere aanvraag om de straf buiten de gevangenis uit te voeren moeilijker, en u leeft maandenlang met het risico van een aanhouding op straat.
Veroordeeld bij verstek: verzet is vaak de belangrijkste piste
Verzet is het rechtsmiddel van wie niet gehoord werd. Het is geen gunst en u moet niet bewijzen dat u een goede reden had om afwezig te zijn: het recht om zich te verdedigen is fundamenteel. Wat u wél moet doen, is de vormen en de termijnen respecteren — daar sneuvelen de meeste dossiers.
De gewone termijn: vijftien dagen
Artikel 187, § 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat wie bij verstek veroordeeld is, verzet kan aantekenen binnen vijftien dagen na de dag waarop het vonnis werd betekend. Let op het verschil met burgerlijke zaken, waar de termijn een maand bedraagt: in strafzaken is het vijftien dagen. Die vergissing kost mensen elk jaar hun recht van verdediging.
De buitengewone termijn: wanneer u het niet kon weten
Werd het vonnis niet aan uzelf in persoon betekend — bijvoorbeeld omdat het aan uw woonplaats werd afgegeven terwijl u er niet meer woonde — dan bepaalt dezelfde bepaling dat u verzet kunt aantekenen binnen vijftien dagen na de dag waarop u van de betekening kennis hebt gekregen. En blijkt nergens uit dat u er kennis van kreeg, dan loopt uw recht op verzet door tot de straf verjaard is.
Hier zit de kern van dit artikel. Voor heel wat mensen is de oproepingsbrief zélf het ogenblik waarop ze kennis krijgen van hun veroordeling. Vanaf dat ogenblik begint de klok van vijftien dagen te lopen. Wie de brief drie weken laat liggen omdat hij niet weet wat te doen, verliest dus precies het rechtsmiddel dat hem had kunnen helpen. Dat is de reden waarom wij aandringen om meteen te bellen.
Wat verzet doet — en wat het niet doet
Een tijdig en regelmatig betekend verzet zorgt ervoor dat de veroordeling in principe voor niet bestaande wordt gehouden en dat de zaak opnieuw voor dezelfde rechtbank komt (art. 187, § 4). Het verzet brengt van rechtswege een dagvaarding mee tegen de eerstkomende zitting na het verstrijken van vijftien dagen — of drie dagen als u zich in hechtenis bevindt. U krijgt dus een echt nieuw proces, met uw stukken, uw uitleg en uw getuigen.
Het verzet is echter geen vrijgeleide. De wet kent twee valkuilen waar dossiers op stranden:
- Onontvankelijk verzet (art. 187, § 5): wanneer het niet in de wettelijke vorm of buiten de termijn werd betekend, wanneer het bestreden vonnis niet bij verstek werd gewezen, of wanneer u eerder al ontvankelijk hoger beroep had ingesteld tegen dezelfde beslissing.
- Verzet als ongedaan beschouwd (art. 187, § 6): wanneer vaststaat dat u kennis had van de dagvaarding en u op de verzetszitting geen overmacht of wettige reden van verschoning inroept om uw eerdere afwezigheid te verklaren — of wanneer u ook op uw eigen verzetszitting niet komt opdagen. Dat laatste geldt in álle gevallen, ongeacht de reden.
Met andere woorden: verzet vraagt dat u komt en dat u uitlegt. Wie verzet aantekent en dan opnieuw wegblijft, staat juridisch slechter dan voordien, want tegen een tweede verstek staat geen nieuw verzet meer open (art. 187, § 8).
Verdiept u zich hier graag in, lees dan onze pagina over verzet tegen een vonnis.
Hoger beroep: de andere weg, met een strengere vorm
Is het vonnis niet bij verstek gewezen — u was aanwezig of u was vertegenwoordigd door een advocaat — dan is verzet uitgesloten en blijft hoger beroep over. De termijn bedraagt dertig dagen na de uitspraak, of, bij een verstekvonnis, dertig dagen na de betekening ervan (art. 203 Wetboek van Strafvordering). Stelde de beklaagde hoger beroep in, dan krijgt het openbaar ministerie tien bijkomende dagen, en omgekeerd.
De vorm is strikt. Sinds 2016 volstaat een verklaring van hoger beroep niet: op straffe van verval moet binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie een verzoekschrift worden ingediend dat nauwkeurig de grieven omschrijft die u tegen het vonnis inbrengt, inclusief de procedurele grieven (art. 204). Daarvoor bestaat een officieel formulier — het grievenformulier. Wie het te vaag invult, verliest zijn beroep zonder dat het hof ooit naar de grond van de zaak kijkt.
Eén vaak onderschat voordeel: artikel 203, § 3 bepaalt dat gedurende de beroepstermijn en gedurende de rechtspleging in hoger beroep de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst. Loopt er nog een geldig hoger beroep, dan hoort er geen oproepingsbrief te liggen. Krijgt u er toch een, dan is dat op zich al een reden om onmiddellijk te reageren. Meer hierover leest u op onze pagina over hoger beroep in een strafzaak.
Tegen een arrest van het hof van beroep staat nog cassatieberoep open, maar dat is een controle op de wettigheid, geen derde beoordeling van de feiten — en het schorst de uitvoering niet op dezelfde manier.
De termijnen op een rij
| Situatie | Rechtsmiddel | Termijn | Wettelijke basis |
|---|---|---|---|
| Vonnis bij verstek, aan u persoonlijk betekend | Verzet | 15 dagen na de betekening | Art. 187, § 1, lid 1 Sv. |
| Vonnis bij verstek, niet aan u persoonlijk betekend | Verzet | 15 dagen na de dag waarop u kennis kreeg van de betekening | Art. 187, § 1, lid 2 Sv. |
| Geen enkele kennisname aantoonbaar | Verzet | Tot de straf verjaard is | Art. 187, § 1, lid 4 Sv. |
| Vonnis op tegenspraak | Hoger beroep | 30 dagen na de uitspraak, met grievenformulier | Art. 203-204 Sv. |
| Arrest hof van beroep | Cassatieberoep | 15 dagen na de uitspraak (in de regel) | Art. 423 Sv. |
| Straf van niveau 1 tot 3, geen rechtsmiddel meer | Verjaring van de straf | 5 jaar (10 jaar bij niveau 4 tot 6, 20 jaar bij niveau 7 en 8), nooit korter dan de duur van de straf | Art. 74 Sw. |
Deze tabel is een kompas, geen kalender. Of een termijn in uw dossier nog loopt, hangt af van hoe en wanneer er betekend werd. Laat dat nakijken vooraleer u ervan uitgaat dat het te laat is — en ook vooraleer u ervan uitgaat dat u nog tijd hebt.
Het vonnis is definitief. Moet ik dan sowieso naar binnen?
Niet noodzakelijk, en dat is het best bewaarde geheim van de strafuitvoering. Een gevangenisstraf is een straf van een bepaalde duur; hoe en waar u die ondergaat, is een tweede vraag. De wet van 17 mei 2006 over de externe rechtspositie van veroordeelden voorziet in verschillende manieren om een straf geheel of gedeeltelijk buiten de muren uit te voeren.
Elektronisch toezicht
U verblijft op een vast adres, met een enkelband en een uurrooster dat verplaatsingen voor werk, opleiding of medische afspraken toelaat. Voor korte straffen is dit in de praktijk de meest voorkomende uitkomst, zeker wanneer u een vaste verblijfplaats hebt en werk of een opleiding kunt aantonen. Onze pagina over elektronisch toezicht gaat dieper in op de voorwaarden en het dagelijkse regime.
Beperkte detentie
U verblijft in de gevangenis, maar mag die dagelijks gedurende een beperkt aantal uren verlaten om te werken, een opleiding te volgen of familiale verplichtingen na te komen. Het is de tussenoplossing voor wie zijn job of zijn studie niet wil verliezen.
Voorwaardelijke invrijheidstelling
Na het uitzitten van een deel van de straf kunt u vervroegd vrijkomen onder voorwaarden en met een proeftijd. Voor kortere straffen ligt de drempel op een derde van de straf; wie zich niet aan de voorwaarden houdt, riskeert dat de invrijheidstelling wordt herroepen.
Penitentiair verlof, uitgaansvergunning en strafonderbreking
Ook tijdens de uitvoering zelf bestaan er tussenvormen: uitgaansvergunningen voor concrete afspraken, penitentiair verlof van enkele dagen, en in uitzonderlijke omstandigheden een onderbreking van de strafuitvoering — bijvoorbeeld bij een ernstige ziekte in het gezin.
Welke instantie beslist, verschilt naargelang uw straftotaal en de datum van uw veroordeling. Voor langere straffen is dat de strafuitvoeringsrechtbank; voor kortere straffen is de bevoegdheid de voorbije jaren stapsgewijs verschoven van de gevangenisadministratie naar een alleenzetelende strafuitvoeringsrechter, met wetgeving die herhaaldelijk werd bijgestuurd. Laat dus in uw concrete dossier nakijken wie vandaag over uw straf beslist — dat bepaalt welk document waar moet liggen, en wanneer.
Uitstel vragen om u later aan te melden
Naast de vraag hoe u uw straf ondergaat, is er de vraag wanneer. Het openbaar ministerie kan een uitstel van uitvoering toestaan. Dat is geen recht en geen automatisme, maar het gebeurt, en het staat of valt met de kwaliteit van uw motivering en met bewijsstukken.
Redenen die in de praktijk gewicht hebben:
- Medisch: een geplande operatie, een lopende behandeling, een zwangerschap. Een medisch attest met een concrete periode weegt zwaarder dan een algemeen briefje.
- Professioneel: een lopende opzeg, een contract dat binnen enkele weken start, een zelfstandige activiteit die zonder overdracht stilvalt. Toon aan dat het om weken gaat, niet om jaren.
- Familiaal: de zorg voor een minderjarig kind of een zorgbehoevende ouder, wanneer er op korte termijn geen alternatief is.
- Lopende procedure: een aanvraag tot elektronisch toezicht of een genadeverzoek dat in behandeling is.
Wat níet werkt: vaag uitstel vragen zonder einddatum, of pas iets vragen nadat u de aanmeldingsdatum hebt laten passeren. Wie eerst niet komt opdagen en dan begint te onderhandelen, start met een achterstand die zelden nog wordt goedgemaakt.
Wat als u zich niet aanmeldt?
Dan houdt het dossier niet op — het verandert alleen van toon. Het openbaar ministerie geeft de politie opdracht u aan te houden en u wordt geseind. Concreet betekent dat het volgende:
- Bij elke controle — een verkeerscontrole, een identiteitscontrole, een aangifte aan een gemeenteloket, een grenscontrole — kan u worden aangehouden en overgebracht.
- De aanhouding gebeurt op een ogenblik dat u niet kiest: voor de ogen van uw kinderen, op het werk, tijdens een reis.
- U verliest de goodwill die nodig is voor een aanvraag tot elektronisch toezicht of beperkte detentie. Wie zich onttrekt aan de uitvoering, krijgt die modaliteiten veel moeilijker.
- De verjaring van de straf helpt u niet: die wordt gestuit door de aanhouding van de veroordeelde (art. 96 Strafwetboek).
Er is geen scenario waarin niet reageren de betere keuze is. Wel is er een scenario waarin u zich aanmeldt met een dossier in de hand — een aanvraag die al ingediend is, een advocaat die al contact had met de bevoegde dienst. Dat is een heel ander vertrekpunt dan aanbellen met alleen de brief.
Voorbeeld: Sven uit Sint-Niklaas, een brief voor een proces dat hij nooit zag
Situatie. Sven (34) werkt als magazijnier. Op een donderdagavond staat de wijkagent aan de deur met een brief: hij moet zich binnen de vijf dagen aanmelden in de gevangenis, voor een gevangenisstraf van acht maanden. Sven weet van niets. Drie jaar eerder is hij verhuisd van een appartement in Gent naar een huurhuis in Sint-Niklaas. De dagvaarding voor een dossier van slagen en verwondingen na een uit de hand gelopen ruzie op een parking ging naar het oude adres.
Vraag. Is er nog iets te doen, of moet hij zich neerleggen bij acht maanden?
Antwoord. Het vonnis werd bij verstek gewezen en niet aan Sven in persoon betekend. Uit niets bleek dat hij van de betekening kennis had — tot de wijkagent aanbelde. Vanaf die donderdagavond liep dus een termijn van vijftien dagen om verzet aan te tekenen (art. 187, § 1 Sv.). Binnen de week werd het verzet betekend, met de bewijzen van de adreswijziging erbij. De zaak kwam opnieuw voor dezelfde rechtbank, deze keer met Sven aanwezig, met zijn versie van de feiten, met een medisch attest van de tegenpartij dat een veel beperkter letsel aantoonde dan aangenomen, en met een blanco strafregister. De rechtbank herleidde de straf tot een werkstraf.
De les. Niet de zwaarte van de feiten maakte het verschil, wel het feit dat er iemand aanwezig was om ze te kaderen. En dat Sven belde op de avond zelf in plaats van na het weekend: was hij drie weken blijven zitten, dan was zijn verzet buiten termijn geweest en had dezelfde straf onverkort uitgevoerd moeten worden.
Laat uw brief eerst nakijken
Een oproepingsbrief roept altijd dezelfde vier vragen op, en ze zijn alle vier juridisch:
- Is het vonnis wel definitief, en hoe werd het precies betekend?
- Loopt er nog een termijn voor verzet of hoger beroep — en zo ja, tot welke dag exact?
- Is er ruimte voor uitstel, elektronisch toezicht of beperkte detentie, en welke stukken hebt u daarvoor nodig?
- Wat riskeert u concreet als u niets doet?
Bij LawBase kijkt een advocaat strafrecht uw brief en uw vonnis kort na — een eerste inschatting van uw situatie, geen juridisch advies. We nemen contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan, en u krijgt een duidelijke prijsafspraak vooraleer er iets wordt opgestart, nooit achteraf.
Gebruik onze gratis online tool Mijn Dossier Beoordelen voor een eerste indicatie — of bel 050 67 32 06. Zit u dicht bij een van onze kantoren in Brugge, Gent, Antwerpen, Leuven, Sint-Niklaas of Tongeren, dan kan het gesprek daar doorgaan; anders via videogesprek, wat in dit soort dossiers vaak het praktischst is.
De praktijk in België: waarom de ene brief wel komt en de andere niet
Veel mensen vergelijken hun situatie met die van een kennis en begrijpen niet waarom die nooit iets hoorde. Het antwoord is minder juridisch dan u denkt: de Belgische gevangenissen zitten al jaren structureel overvol, en de uitvoering van korte straffen wordt daardoor gestuurd door richtlijnen die met enige regelmaat veranderen.
Enkele ijkpunten. In november 2024 gaf het openbaar ministerie een richtlijn uit waarbij de oproeping van veroordeelden tot vijf jaar tijdelijk werd stilgelegd en reeds verstuurde gevangenisbriefjes werden ingetrokken, met uitzonderingen voor onder meer zware geweldsfeiten, zedenfeiten, terrorisme en intrafamiliaal geweld. Op 1 augustus 2025 trad een noodwet in werking die de gevangenisstraf uitdrukkelijk als ultiem middel positioneert en de vervroegde invrijheidstelling voor kortere straffen verruimt. Daarnaast verschoof de bevoegdheid over de uitvoering van straffen tot drie jaar in fasen naar een strafuitvoeringsrechter.
Twee gevolgen voor u. Ten eerste: het feit dat u nog geen brief kreeg, betekent niet dat uw straf verdwenen is — dossiers worden later opnieuw opgevist. Ten tweede: het feit dat u er wel een kreeg, betekent niet dat de deur al dicht is — wie tijdig een dossier indient voor elektronisch toezicht of uitstel, komt in een heel ander traject terecht dan wie zich zonder meer aanbiedt. Wat vandaag geldt, kan volgend kwartaal anders zijn; dit artikel beschrijft de stand van zaken in augustus 2026. Laat uw eigen situatie daarom altijd toetsen aan de richtlijn die op dat moment van kracht is.
Geldboete, kosten en verbeurdverklaring: betaal niet uit angst
Naast de gevangenisstraf bevat bijna elk strafvonnis geldsommen: een geldboete verhoogd met de opdeciemen, een bijdrage aan het Slachtofferfonds, een vergoeding voor de kosten van de rechtsgang, soms een verbeurdverklaring. Vaak komt daar nog een schadevergoeding aan de burgerlijke partij bij. Het totaal is voor veel mensen schrikwekkend, en de eerste reflex — snel betalen zodat het weg is — is begrijpelijk maar niet altijd verstandig.
Drie dingen om te weten:
- Betaling kan als berusting worden gelezen. Wie het vonnis vrijwillig uitvoert terwijl er nog een termijn liep voor verzet of hoger beroep, ondergraaft zijn eigen rechtsmiddel.
- Een afbetalingsplan is mogelijk. Kunt u het bedrag niet in een keer betalen, vraag dan een gespreide betaling aan bij de bevoegde dienst. Dat is beter dan niet betalen: onbetaalde geldboetes worden ingevorderd, met kosten erbovenop.
- Betalen vervangt de gevangenisstraf niet. Wie zijn boete betaalt, is daarmee niet van zijn gevangenisstraf af. Het zijn twee afzonderlijke veroordelingen in hetzelfde vonnis.
Ook hier is de volgorde belangrijk: eerst nagaan waarop de vordering slaat en of ze correct berekend is, dan pas betalen of een plan vragen.
Werkstraf of probatie die vastliep: de vervangende gevangenisstraf
Wanneer een rechter een werkstraf of een straf onder elektronisch toezicht oplegt, spreekt hij daarbij een vervangende gevangenisstraf uit voor het geval de straf niet wordt uitgevoerd. Bij de straf onder elektronisch toezicht bepaalt artikel 43 Sw. (voorheen artikel 37ter oud Sw.) bovendien dat de straf moet aanvangen binnen zes maanden nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan; is die overschrijding aan u te wijten, dan beslist het openbaar ministerie ofwel tot verder uitstel, ofwel tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf.
Dat is de reden waarom sommige mensen jaren na hun proces alsnog een gevangenisbriefje krijgen voor feiten waarvoor ze dachten dat ze er met een werkstraf van af waren. Loopt uw alternatieve straf niet zoals gepland, dan is de justitieassistent of de probatiecommissie uw eerste aanspreekpunt — en dat is een gesprek dat u beter voert vóór het dossier terug bij het parket ligt dan erna. Ook een voorwaardelijke straf kan worden herroepen wanneer de voorwaarden niet worden nageleefd.
Voorbeeld: Karine uit Brugge, die eerst betaalde en pas daarna belde
Situatie. Karine (48) baat een kleine zaak uit. Ze krijgt een brief waarin een gevangenisstraf van zes maanden staat en een geldboete van enkele duizenden euro's, na een dossier over een reeks niet-aangegeven inkomsten. Ze had destijds wel een dagvaarding gekregen, maar was niet naar de zitting gegaan omdat ze het gevoel had dat ze toch niets kon uitleggen.
De verkeerde reactie. Uit schrik betaalt ze diezelfde week het volledige bedrag van de geldboete, in de hoop dat de gevangenisstraf dan wel zal verdwijnen. Ze reageert niet op de aanmeldingsdatum en hoopt dat het stilvalt. Zes weken later wordt ze op straat aangehouden na een verkeerscontrole.
De juiste aanpak. Karine was bij verstek veroordeeld en had binnen vijftien dagen na kennisname verzet kunnen aantekenen — met haar boekhouding, een afbetalingsplan met de fiscus en een verklaring over de periode waarin ze ziek was. Parallel had een aanvraag tot elektronisch toezicht kunnen lopen, gesteund op haar vaste verblijfplaats en haar zaak. De betaling van de geldboete had dan pas gebeurd nadat de rechtsmiddelen waren uitgeput of bewust opgegeven, en in schijven.
De les. Betalen is geen verweer, en zwijgen is geen strategie. De twee reflexen die uit angst voortkomen — snel betalen en niets zeggen — kosten samen precies datgene wat wél had geholpen: tijd en een dossier.
Gevolgen op langere termijn
Strafregister
Een veroordeling komt op uw strafregister. Sommige veroordelingen verdwijnen na verloop van tijd van het gewone uittreksel, andere blijven zichtbaar, zeker op het uittreksel dat wordt gevraagd voor werk met minderjarigen. Wie in de zorg, het onderwijs, de bewaking of de overheid werkt, doet er goed aan dit vooraf te laten inschatten in plaats van het te ontdekken bij een sollicitatie.
Werk en inkomen
Een detentie van enkele maanden zonder voorbereiding kost vaak de job. Net daar zit de waarde van elektronisch toezicht of beperkte detentie: ze zijn niet alleen milder, ze houden uw inkomen recht. Breng bij een aanvraag daarom altijd stukken mee die uw werk of opleiding aantonen.
Genade
De Koning kan straffen kwijtschelden of verminderen (artikel 110 van de Grondwet). Een genadeverzoek wordt schriftelijk en gemotiveerd ingediend en wordt onderzocht door de FOD Justitie. Het is uitzonderlijk, het duurt lang en het schorst de uitvoering niet automatisch — maar in dossiers met een uitgesproken humanitaire of medische dimensie is het een piste die het bekijken waard is, naast en niet in plaats van de gewone strafuitvoeringsmodaliteiten.
Verjaring van de straf
Straffen verjaren. Sinds 1 september 2026 koppelt artikel 74 Sw. die verjaring aan het strafniveau: vijf jaar voor de niveaus 1 tot 3, tien jaar voor de niveaus 4 tot 6 en twintig jaar voor de niveaus 7 en 8, waarbij de termijn nooit korter is dan de duur van de opgelegde straf. De verjaring wordt gestuit door elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is. Voor straffen die vóór 1 september 2026 werden uitgesproken, golden de artikelen 92 en 93 oud Sw.: vijf jaar voor correctionele straffen en één jaar voor politiestraffen. Voor lopende dossiers is de overgang tussen beide regelingen technisch; laat ze berekenen in plaats van ze te schatten. Meer achtergrond vindt u op onze pagina over verjaringstermijnen in het strafrecht.
Wat als u de kosten van een advocaat niet kunt dragen?
Dan is er nog altijd juridische bijstand. Wie onder bepaalde inkomensgrenzen valt, heeft recht op een pro-Deoadvocaat, kosteloos of tegen een beperkte bijdrage. Ook dat vraagt een aanvraag en stukken — en ook daar geldt dat wachten tot de dag van de aanmelding te laat is. Twijfelt u of u in aanmerking komt, gebruik dan onze pro-Deochecker voor een eerste inschatting.
Verwante onderwerpen
- Verzet tegen een vonnis — het rechtsmiddel bij een veroordeling bij verstek
- Hoger beroep in een strafzaak — termijn van 30 dagen en het grievenformulier
- Elektronisch toezicht — voorwaarden, regime en aanvraag
- Werkstraf — hoe ze verloopt en wat er gebeurt als ze vastloopt
- Verjaringstermijnen in het strafrecht — van strafvordering tot straf
- Gevangenisbezoek — praktische regels voor familie en naasten
Tot slot
Een oproepingsbrief is geen eindpunt maar een scharniermoment. In de weinige dagen tussen de brief en de aanmeldingsdatum ligt zowat alles wat het verschil kan maken: nagaan of het vonnis definitief is, een rechtsmiddel instellen als er nog een termijn loopt, of — wanneer dat niet meer kan — een dossier klaarmaken zodat de straf op een menselijke manier wordt uitgevoerd. Wat u niet moet doen, is die dagen laten passeren in de hoop dat het vanzelf overwaait.
Twijfelt u of er in uw geval nog iets mogelijk is? Laat uw brief en uw vonnis kort nakijken vóór de datum die erin staat. We nemen contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan.
Welk Strafwetboek geldt? Dat hangt af van de datum van de feiten, niet van de datum van het vonnis (artikel 2 Sw.). Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 geldt het nieuwe Strafwetboek. Voor feiten van vóór die datum blijft het oude Strafwetboek van 1867 van toepassing, tenzij de nieuwe wet voor de dader milder is: dan past de rechter de meest gunstige bepaling toe (artikel 2, derde lid Sw.).
Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)
Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge
Veelgestelde vragen
Gerelateerde Artikelen
Alle expertiseVerzet tegen vonnis
Bent u bij verstek veroordeeld? Ontdek hoe u verzet aantekent tegen een strafrechtelijk vonnis, de termijnen volgens de Belgische wet en praktische tips van onze advocaten.
Hoger beroep strafzaak
Alles over hoger beroep in strafzaken: termijnen van 30 dagen, procedurele stappen volgens Art. 199-215 Sv. en juridisch advies van de experts van LawBase.
Elektronisch toezicht
Alles over de enkelband in België: ontdek de voorwaarden, de procedure via de Strafuitvoeringswet en praktische tips van de advocaten van LawBase.