Beroepstermijn in strafzaken: arrest Grondwettelijk Hof 125/2026
Op 22 oktober 2026 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de beroepstermijn in strafzaken niet mag starten zonder informatie aan de veroordeelde. Lees wat dat vandaag betekent en wat u moet doen.

Mr. Chanel Ribas Colomar
Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •Wetboek van Strafvordering(Art. 172)
Hoger beroep tegen politievonnissen: de termijn gaat in op de dag van de uitspraak, of van de betekening bij verstek. Ongrondwettig in de mate die arrest 125/2026 aangeeft.
- •Wetboek van Strafvordering(Art. 174)
Het hoger beroep tegen politievonnissen wordt ingesteld binnen dezelfde termijnen en voorwaarden als tegen correctionele vonnissen.
- •Wetboek van Strafvordering(Art. 203)
Hoger beroep binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, of na de betekening bij verstek; tien bijkomende dagen voor de andere partij.
- •Wetboek van Strafvordering(Art. 204)
Het verzoekschrift of formulier met de grieven moet binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie worden ingediend, op straffe van verval.
- •Wetboek van Strafvordering(Art. 187)
Verzet tegen een verstekvonnis binnen vijftien dagen na de betekening.
- •Gerechtelijk Wetboek(Art. 780/1)
In burgerlijke zaken wordt bij het vonnis een informatieblad over de rechtsmiddelen gevoegd; in strafzaken bestaat die plicht niet.
- •Gerechtelijk Wetboek(Art. 792)
Kennisgeving door de griffier; die kennisgeving doet de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden niet lopen.
- •Grondwet(Art. 10 en 11)
Gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, door het Hof geschonden geacht door de artikelen 172 en 203 Sv. in de aangegeven mate.
- •Europees Verdrag voor de rechten van de mens(Art. 6)
Recht op een eerlijk proces en op toegang tot de rechter.
- •Grondwettelijk Hof(Arrest nr. 125/2026 van 22 oktober 2026 (rolnr. 8659))
Artikelen 172 en 203 Sv. ongrondwettig in de aangegeven mate; gevolgen gehandhaafd tot uiterlijk 31 december 2026.
- •Grondwettelijk Hof(Arrest nr. 176/2025 van 18 december 2025 (rolnr. 8364))
Zelfde beslissing voor artikel 203 Sv.; gevolgen gehandhaafd tot uiterlijk 31 december 2026.
Op 22 oktober 2026 heeft het Grondwettelijk Hof in arrest nr. 125/2026 geoordeeld dat de beroepstermijn in strafzaken niet zomaar mag beginnen te lopen op de dag van de uitspraak als de veroordeelde niet is ingelicht. Hij moet weten dat hij hoger beroep kan instellen, hoe hij dat moet doen en binnen welke termijn. Dat is een koerswijziging voor een regel die in ons strafprocesrecht al decennia vaststaat. Toch is het geen reden om te wachten met uw hoger beroep. De gevolgen van de ongrondwettige bepalingen blijven voorlopig gelden, uiterlijk tot en met 31 december 2026. In dit artikel leest u wat het Hof precies beslist heeft, wat dat vandaag betekent voor een vonnis dat u net hebt gekregen en wat u het best doet.
Wat heeft het Grondwettelijk Hof beslist?
Het arrest werd uitgesproken op 22 oktober 2026 onder rolnummer 8659, op prejudiciële vragen van de rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het Hof oordeelt dat de artikelen 172 en 203 van het Wetboek van strafvordering (Sv.) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, gelezen samen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Die schending bestaat enkel in zoverre de termijn om hoger beroep in te stellen tegen een vonnis op tegenspraak begint te lopen vanaf de uitspraak, zelfs wanneer de veroordeelde niet is ingelicht over de mogelijkheid om dat rechtsmiddel te gebruiken, over de manier waarop dat moet gebeuren en over de termijn waarbinnen.
Het Hof stelt daarnaast vast dat er geen wettelijke bepaling bestaat die regelt hoe die informatie aan de veroordeelde moet worden meegedeeld. Ook die leemte is volgens het Hof in strijd met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen samen met artikel 6 EVRM. Het gaat dus om twee vaststellingen die samen horen: de termijn start te vroeg, en niemand is wettelijk verplicht om u te zeggen wat u kunt doen.
Dit is niet de eerste keer. In arrest nr. 176/2025 van 18 december 2025 (rolnummer 8364), op vragen van de rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Bergen, kwam het Hof al tot dezelfde conclusie voor artikel 203 Sv. Het arrest van 22 oktober 2026 bevestigt die rechtspraak en breidt ze uit naar artikel 172 Sv., dat de beroepstermijn tegen vonnissen van de politierechtbank regelt.
Hoe loopt de beroepstermijn in strafzaken?
Om de draagwijdte van het arrest te begrijpen, moet u de regels kennen die nu nog gelden. Artikel 203, § 1 Sv. bepaalt dat het recht van hoger beroep vervalt als de verklaring van hoger beroep niet uiterlijk dertig dagen na de dag van de uitspraak is gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen. Is het vonnis bij verstek gewezen, dan loopt de termijn van dertig dagen vanaf de betekening aan de veroordeelde of aan zijn woonplaats.
Voor vonnissen van de politierechtbank verwijst artikel 174 Sv. naar dezelfde termijnen en voorwaarden. Artikel 172 Sv. voegt eraan toe dat de termijn ingaat op de dag van de uitspraak, of van de betekening bij een verstekvonnis. Het hoger beroep tegen een politievonnis wordt behandeld door de correctionele rechtbank.
Er zijn nog drie regels die u moet kennen:
- Is er hoger beroep ingesteld door de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, dan krijgt het openbaar ministerie tien bijkomende dagen. Omgekeerd krijgen de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij tien dagen extra als het openbaar ministerie beroep instelt. Die tien dagen lopen vanaf het verstrijken van de beroepstermijn van de andere partij (artikel 203, § 2 Sv.).
- Het beroep moet vergezeld gaan van een verzoekschrift of formulier met de grieven, binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie. Zonder dat document vervalt het hoger beroep (artikel 204 Sv.).
- De vroegere verlengde termijn van veertig dagen voor het openbaar ministerie bestaat niet meer, want artikel 205 Sv. is opgeheven.
Bij een vonnis bij verstek is er bovendien nog verzet mogelijk, met een eigen termijn van vijftien dagen vanaf de betekening (artikel 187 Sv.). Over dat rechtsmiddel leest u meer in ons artikel over verzet tegen een vonnis bij verstek.
Waarom is dat een probleem voor de rechten van verdediging?
Het Hof vergelijkt de strafprocedure met de burgerlijke procedure. In burgerlijke zaken moet bij het vonnis een informatieblad worden gevoegd (artikel 780/1 Ger.W.). Dat blad vermeldt voor elke partij welke rechtsmiddelen openstaan tegen het vonnis, bij welk rechtscollege ze moeten worden ingesteld, op welke manier, binnen welke termijn en welke rechtshandeling die termijn doet lopen. Wie een burgerlijk vonnis ontvangt, krijgt dus zwart op wit te lezen wat hij kan doen.
In strafzaken bestaat zo'n verplichting niet voor een vonnis op tegenspraak. De termijn start op het ogenblik van de uitspraak, soms op een zitting waar de veroordeelde niet eens aanwezig is, en niemand moet hem officieel zeggen dat er een termijn loopt. De kennisgeving die de griffier doet op grond van artikel 792 Ger.W. doet de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden niet lopen en kan dat gebrek dus evenmin verhelpen. Het Hof ziet daarin een onevenredige beperking van het recht op toegang tot de rechter. Wie zijn hoger beroep verliest omdat hij nooit officieel is ingelicht, krijgt geen eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM.
Dat de vraag over artikel 792 Ger.W. zelf onbeantwoord bleef, verandert daar niets aan. Het Hof oordeelt dat de beroepstermijn in strafzaken niet afhangt van de kennisgeving door de griffier, zodat een antwoord daarover niet nuttig was voor het geschil.
Wat verandert er vandaag al, en wat niet?
Hier zit een nuance die u moet kennen. Het Hof heeft de gevolgen van de artikelen 172 en 203 Sv. gehandhaafd tot de wetgever een regeling aanneemt die de ongrondwettigheid verhelpt, en uiterlijk tot en met 31 december 2026. In de tussentijd blijft de termijn van dertig dagen dus gewoon gelden, zoals hij in de wet staat.
Het arrest zegt niet dat uw hoger beroep altijd ontvankelijk is zolang u geen informatieblad hebt gekregen. Het zegt ook niet dat de termijn van dertig dagen vandaag nergens meer begint te lopen. Hoe de hoven en rechtbanken in de maanden tot 31 december 2026 omgaan met een veroordeelde die te laat hoger beroep instelt en zich op dit arrest beroept, is nog niet uitgekristalliseerd. Een argument op basis van artikel 6 EVRM is verdedigbaar, maar niemand kan u zeggen dat het zal slagen.
Voor wie een vonnis ontvangt, is de conclusie eenvoudig. Reken alsof het arrest niet bestaat en laat uw hoger beroep binnen de dertig dagen instellen. Zie het arrest hoogstens als een mogelijke reddingsboei achteraf, niet als een verlenging van de termijn.
Geldt dit ook voor verstekvonnissen en voor de politierechtbank?
Het dictum spreekt uitdrukkelijk over een vonnis op tegenspraak. Bij een vonnis bij verstek begint de termijn pas te lopen vanaf de betekening (artikel 203, § 1 Sv.), en over die situatie heeft het Hof zich in dit arrest niet uitgesproken. Wie een verstekvonnis kreeg, houdt zijn aandacht dus best bij de betekening en bij de aparte termijn voor verzet.
Voor de politierechtbank geldt het arrest wel. Artikel 172 Sv. is mee ongrondwettig verklaard, in dezelfde mate als artikel 203 Sv. Wie een verkeersvonnis van de politierechtbank krijgt en daartegen in beroep wil, zit dus in dezelfde positie als een beklaagde voor de correctionele rechtbank. Ook daar blijft de termijn van dertig dagen voorlopig gelden.
Wat moet de wetgever nu doen?
De wetgever moet uiterlijk op 31 december 2026 een regeling uitwerken. Het Hof heeft de keuze aan hem gelaten, maar het ligt voor de hand dat hij zich laat inspireren door het informatieblad uit artikel 780/1 Ger.W. Zo'n blad bij elk strafvonnis zou de veroordeelde officieel op de hoogte brengen van zijn rechtsmiddelen, de bevoegde rechter, de manier waarop hij ze moet gebruiken en de termijn die loopt. De Orde van Vlaamse Balies schreef er in een bericht van 28 oktober 2026 over en noemt dit een belangrijke koerswijziging die de rechtsbescherming van veroordeelden versterkt.
Een aantal vragen blijft voorlopig open. Zal de termijn pas beginnen te lopen vanaf de officiële informatie, of blijft hij starten op de uitspraak met een uitzondering voor wie niet is ingelicht? Geldt de nieuwe regeling ook voor lopende dossiers? En wat gebeurt er met vonnissen die vóór de inwerkingtreding zijn uitgesproken? Daarop bestaat nog geen antwoord. Zodra de wet gepubliceerd is, passen wij dit artikel aan.
Een voorbeeld uit de praktijk
Neem een beklaagde uit Brugge die op dinsdag 3 november 2026 door de correctionele rechtbank wordt veroordeeld tot een werkstraf en een geldboete, in een zaak waarin hij aanwezig was en het vonnis dus op tegenspraak is gewezen. De dertig dagen lopen vanaf de dag na de uitspraak. De dag van de uitspraak zelf telt niet mee. De laatste dag om hoger beroep in te stellen is donderdag 3 december 2026.
Stel dat die beklaagde na de zitting nooit een document heeft gekregen met uitleg over hoger beroep. Dan zou hij op 4 december 2026 nog kunnen proberen om zich te beroepen op arrest 125/2026. Dat is een proces op zich, met een onzekere uitkomst, en daarbovenop is het hoger beroep dan formeel laattijdig. Dezelfde beklaagde die gewoon op 2 december 2026 zijn verklaring en grievenformulier laat neerleggen, heeft dat risico niet.
Wat doet u concreet na een strafvonnis?
De praktische stappen zijn dezelfde als vóór het arrest, met één bijkomend aandachtspunt:
- Noteer meteen de datum van de uitspraak. Bij een verstekvonnis noteert u de datum van de betekening.
- Bereken de laatste dag met onze beroepstermijn-calculator. Die houdt rekening met weekends en feestdagen.
- Laat de verklaring van hoger beroep én het grievenformulier tegelijk indienen op de griffie, binnen de termijn. Zonder nauwkeurig omschreven grieven vervalt het hoger beroep (artikel 204 Sv.).
- Bewaar elk document dat u over het vonnis hebt gekregen en schrijf op wanneer en hoe u de uitslag hebt vernomen. Wie later toch laattijdig blijkt, heeft die gegevens nodig om zich op het arrest te beroepen.
- Twijfelt u of hoger beroep zin heeft? Laat de risico's beoordelen vóór de termijn verstrijkt, want ook de procureur kan beroep instellen en dan kan uw straf in hoger beroep verzwaard worden.
Komt u in aanmerking voor juridische bijstand? Lees dan ons artikel over de pro-deoadvocaat in strafzaken. Wilt u weten wat een hoger beroep inhoudt en hoe het verloopt? Dat vindt u in ons overzicht van het hoger beroep in strafzaken. Bij een oproeping voor de gevangenis speelt dezelfde termijnenkwestie, zie oproepingsbrief gevangenis.
Hulp van een advocaat strafrecht
Een termijn in strafzaken is een vervaltermijn. Wie hem mist, verliest zijn hoger beroep, ook als het vonnis fout was. LawBase helpt cliënten vanuit kantoren in Brugge, Antwerpen, Gent, Leuven, Sint-Niklaas en Tongeren. Wilt u eerst weten of hoger beroep zinvol is? Laat uw dossier beoordelen via onze tool Mijn Dossier Beoordelen, of plan een videocall van 30 minuten met een advocaat voor € 60,50 incl. btw. Een consultatie op kantoor van 60 minuten kost € 90,75 incl. btw. Hebt u een vonnis ontvangen en loopt de termijn, laat dat dan niet aanslepen.
Veelgestelde vragen
Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)
Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge
Veelgestelde vragen
Gerelateerde Artikelen
Alle expertiseHoger beroep strafzaak
Alles over hoger beroep in strafzaken: termijnen van 30 dagen, procedurele stappen volgens Art. 199-215 Sv. en juridisch advies van de experts van LawBase.
Verzet tegen vonnis
Bij verstek veroordeeld? U hebt 15 dagen om verzet aan te tekenen. Een advocaat strafrecht berekent uw termijn en beoordeelt uw dossier via videocall.
Oproepingsbrief gevangenis
De politie of de post bracht een brief waarin staat dat u zich moet aanmelden in de gevangenis. Wat betekent die brief precies, welke termijnen lopen er nu, en wat kunt u nog doen — zeker als u nooit wist dat er een proces liep?