Faillissement aanvragen als ondernemer
Geschreven door een LawBase expert
Advocaat – Vennoot bij LawBase
Peter-Jan is gespecialiseerd in verkeersrecht, vastgoedrecht en erfrecht. Hij staat cliënten bij met praktisch juridisch advies en een persoonlijke aanpak.
Meer over ons teamHulp nodig bij uw situatie?
Persoonlijk advies van een advocaat.
Persoonlijk advies nodig?

Een faillissement aanvragen is een ingrijpende stap voor ondernemers. Lees wanneer aangifte verplicht is, hoe de procedure verloopt en welke gevolgen dit heeft.
Inhoudsopgave
Inleiding
Een faillissement aanvragen is voor veel ondernemers een bijzonder moeilijke beslissing. Toch is tijdig handelen vaak beter dan blijven doormodderen met oplopende schulden, onbetaalde leveranciers, sociale bijdragen, btw, personeel en bankkredieten. Een faillissement is geen eenvoudige administratieve formaliteit, maar een juridische procedure voor de ondernemingsrechtbank met verregaande gevolgen voor de onderneming, de bestuurder, de schuldeisers en soms ook het privévermogen van de ondernemer.
In België is het faillissementsrecht opgenomen in Boek XX van het Wetboek van economisch recht. Dat wetboek vertrekt van twee kernvragen: is de onderneming duurzaam gestopt met betalen en is haar krediet geschokt? Als dat het geval is, kan een faillissement aan de orde zijn. In bepaalde omstandigheden is de ondernemer zelfs verplicht om aangifte van faillissement te doen. Wie te lang wacht, riskeert bijkomende aansprakelijkheid, discussies met de curator en mogelijk ook persoonlijke financiële gevolgen.
Dit artikel legt uit wanneer een faillissement kan of moet worden aangevraagd, hoe de procedure praktisch verloopt, wat de rol is van de rechtbank en de curator, en welke gevolgen u als ondernemer mag verwachten. De focus ligt op ondernemers in Vlaanderen en Brussel: zelfstandigen, bestuurders van vennootschappen, KMO’s, vrije beroepers en ondernemers die geconfronteerd worden met ernstige betalingsproblemen. Voor begeleiding bij insolventie, contracten en ondernemingsrisico’s kunt u ook terecht op onze pagina over ondernemen en juridisch advies voor bedrijven.
Omdat elk dossier anders is, is het verstandig om tijdig een advocaat te raadplegen. Een advocaat kan beoordelen of faillissement de juiste weg is, of een gerechtelijke reorganisatie nog mogelijk is, en welke stappen u best neemt om uw rechten te beschermen en uw plichten correct na te leven.
Wat is faillissement aanvragen als ondernemer?
Een faillissement aanvragen betekent dat een onderneming formeel aan de ondernemingsrechtbank meldt dat zij niet langer in staat is om haar opeisbare schulden te betalen en dat het vertrouwen van schuldeisers, banken of leveranciers ernstig is aangetast. In de praktijk spreekt men vaak over de ‘aangifte van faillissement’ wanneer de ondernemer zelf het initiatief neemt. Een faillissement kan ook worden uitgesproken op dagvaarding van een schuldeiser of op vordering van het openbaar ministerie, maar voor ondernemers is vooral de eigen aangifte van belang.
Een faillissement is bedoeld om het vermogen van de onderneming collectief te vereffenen. Dat betekent dat individuele schuldeisers niet langer elk afzonderlijk hun eigen procedure voeren om betaling te krijgen. In plaats daarvan neemt een curator het beheer over, worden de activa in kaart gebracht en wordt de opbrengst verdeeld volgens de wettelijke rangorde. De rechtbank houdt toezicht op het verloop van de procedure.
Het gaat niet enkel om grote vennootschappen. Ook een zelfstandige eenmanszaak, een freelancer, een handelaar, een vrije beroeper of een kleine BV kan failliet worden verklaard wanneer de wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Voor een zelfstandige natuurlijke persoon zijn de gevolgen bijzonder gevoelig, omdat beroepsschulden en privévermogen vaak dichter bij elkaar liggen dan bij een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Toch kunnen ook bestuurders van een vennootschap persoonlijk risico lopen, bijvoorbeeld wanneer zij persoonlijke borgstellingen hebben gegeven of wanneer sprake is van foutief bestuur.
Een faillissement verschilt van een vrijwillige ontbinding en vereffening. Bij een vrijwillige vereffening beslist de vennootschap zelf om haar activiteiten stop te zetten en haar vermogen ordelijk te verdelen, meestal wanneer er nog voldoende middelen zijn om de schuldeisers te betalen. Bij faillissement is er net een insolventieprobleem: de onderneming kan haar schulden niet meer normaal voldoen. Wie nog overweegt om de vennootschap buiten faillissement te beëindigen, vindt nuttige achtergrond in ons artikel over een vennootschap ontbinden en vereffenen.
Een faillissement verschilt ook van een gerechtelijke reorganisatie. Bij een gerechtelijke reorganisatie probeert de onderneming onder bescherming van de rechtbank te herstellen, bijvoorbeeld via een akkoord met schuldeisers, overdracht onder gerechtelijk gezag of andere herstelmaatregelen. Dat kan nuttig zijn wanneer de activiteit economisch nog leefbaar is. Zodra de onderneming echter structureel geen uitzicht meer heeft op herstel, kan faillissement onvermijdelijk worden. Meer uitleg over dit alternatief vindt u in ons artikel over gerechtelijke reorganisatie als instrument voor bedrijfsherstel.
Laat uw dossier beoordelen
Ontvang direct inzicht in uw zaak, een plan van aanpak en een kostenindicatie.
Juridisch kader in België
Relevante wetgeving
Het Belgische faillissementsrecht is geregeld in Boek XX van het Wetboek van economisch recht. De kernvoorwaarde staat in artikel XX.99 WER: een onderneming kan failliet worden verklaard wanneer zij op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en haar krediet geschokt is. Beide voorwaarden moeten samen worden beoordeeld.
De eerste voorwaarde, het duurzaam ophouden van betalen, betekent meer dan een tijdelijk liquiditeitstekort. Een onderneming kan bijvoorbeeld even krap bij kas zitten door een grote klant die te laat betaalt, zonder dat zij daarom failliet is. Het wordt anders wanneer btw, RSZ, sociale bijdragen, huur, lonen, leveranciersfacturen en bankverplichtingen niet meer normaal kunnen worden betaald en er geen realistisch perspectief is op herstel. De rechtbank kijkt naar de globale financiële toestand, niet alleen naar één onbetaalde factuur.
De tweede voorwaarde is dat het krediet geschokt is. Dat houdt in dat derden het vertrouwen in de onderneming verloren hebben. Voorbeelden zijn leveranciers die enkel nog tegen voorafbetaling leveren, banken die kredietlijnen opzeggen, beslagmaatregelen door schuldeisers, geweigerde betalingsplannen of opeenvolgende ingebrekestellingen. Ook hier beoordeelt de rechtbank de concrete omstandigheden.
Artikel XX.102 WER verplicht de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen binnen een maand nadat de voorwaarden van het faillissement vervuld zijn. Die verplichting is belangrijk. Een bestuurder die maandenlang verder handelt terwijl duidelijk is dat de vennootschap niet meer levensvatbaar is, kan later geconfronteerd worden met vragen over bestuurdersaansprakelijkheid. Dat geldt zeker wanneer nieuwe schulden worden gemaakt terwijl men weet of moet weten dat betaling onwaarschijnlijk is. Over dat persoonlijke risico leest u meer in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement.
De aangifte gebeurt in de praktijk via het Centraal Register Solvabiliteit, vaak RegSol genoemd. De ondernemer of zijn advocaat dient daar de nodige gegevens en documenten in. Denk onder meer aan identificatiegegevens van de onderneming, boekhoudkundige stukken, een overzicht van schuldeisers en schulden, informatie over personeel, activa, lopende contracten en bankrekeningen. Welke documenten precies nodig zijn, hangt af van de rechtsvorm en de concrete situatie. Een correct en volledig dossier voorkomt vertraging, bijkomende vragen van de rechtbank en discussies met de curator.
De bevoegde rechtbank is de ondernemingsrechtbank. De rechtbank onderzoekt of de wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Wordt het faillissement uitgesproken, dan benoemt de rechtbank doorgaans een curator en een rechter-commissaris. De curator beheert de failliete boedel, onderzoekt de activa en passiva, communiceert met schuldeisers en verkoopt waar nodig goederen van de onderneming. De rechter-commissaris houdt toezicht op het verloop van de procedure.
Schuldeisers moeten hun schuldvordering indienen in het faillissement. De curator onderzoekt die aangiften en betwist ze indien nodig. Niet elke schuldeiser staat gelijk: sommige schuldeisers beschikken over zekerheden of voorrechten, terwijl gewone schuldeisers vaak slechts een beperkt dividend ontvangen of helemaal niets. Voor ondernemers die zelf klantvorderingen willen innen vóór insolventie ontspoort, kan het nuttig zijn om tijdig na te denken over incasso en bewijs. Zie bijvoorbeeld ons artikel over onbetaalde facturen invorderen via een Europees betalingsbevel.
Hoe beoordeelt de rechter dit?
De ondernemingsrechtbank beoordeelt geen abstract financieel model, maar de werkelijke toestand van de onderneming. De rechter kijkt naar betalingsachterstanden, openstaande fiscale en sociale schulden, onbetaalde leveranciers, bankrelaties, beslagen, betalingsplannen, de boekhouding, de beschikbare cashflow en de vooruitzichten van de activiteit. Eén onbetaalde schuld volstaat meestal niet om te besluiten dat een onderneming failliet is, maar een opeenstapeling van structurele wanbetalingen kan zeer zwaar doorwegen.
De rechtbank zal ook nagaan of er nog een reële kans op herstel bestaat. Een tijdelijke moeilijkheid door een uitzonderlijke gebeurtenis is niet hetzelfde als een duurzame insolventie. Een onderneming met een sterk orderboek, betrouwbare financiering en een concreet herstelplan kan mogelijk beter geholpen zijn met een gerechtelijke reorganisatie dan met faillissement. Omgekeerd zal een plan zonder realistische financiering of zonder geloofwaardige medewerking van schuldeisers weinig overtuigen.
Bij een eigen aangifte speelt de houding van de ondernemer een belangrijke rol. Een ondernemer die tijdig, transparant en volledig aangifte doet, toont dat hij zijn wettelijke plichten ernstig neemt. Dat betekent niet dat er nooit discussie kan ontstaan, maar het verkleint het risico op verwijten dat men schuldeisers nodeloos heeft benadeeld. Een slordige boekhouding, onduidelijke geldstromen, selectieve betalingen aan verbonden partijen of transacties kort vóór faillissement kunnen daarentegen aanleiding geven tot onderzoek door de curator.
De rechter en de curator kijken ook naar handelingen in de periode vóór het faillissement. Bepaalde betalingen, verkopen of zekerheden kunnen worden betwist wanneer zij schuldeisers benadelen. Dat is het terrein van de faillissementspauliana en andere regels die verdachte handelingen kunnen aanpakken. Meer uitleg vindt u in ons artikel over verdachte transacties ongedaan maken bij faillissement. Als ondernemer is het dus gevaarlijk om vlak vóór faillissement nog snel activa over te dragen, bepaalde schuldeisers voor te trekken of goederen buiten het bereik van de boedel te brengen zonder degelijk juridisch advies.
Belangrijk is ook wie wat moet bewijzen. Wie het faillissement vraagt, moet aantonen dat de wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Bij een eigen aangifte gebeurt dat aan de hand van de documenten en verklaringen die de ondernemer zelf neerlegt. Bij een dagvaarding door een schuldeiser zal die schuldeiser moeten aantonen dat er meer aan de hand is dan een gewone betwiste factuur. De rechtbank blijft uiteindelijk vrij om te beoordelen of de toestand werkelijk failliet is.
Praktische gevolgen
De uitspraak van het faillissement heeft onmiddellijke en ingrijpende gevolgen. Vanaf het faillissementsvonnis verliest de ondernemer of de vennootschap het beheer over de failliete boedel. De curator neemt dat beheer over. Bestuurders of zaakvoerders mogen niet langer vrij beschikken over de activa van de onderneming. Zij moeten samenwerken met de curator, informatie bezorgen, toegang geven tot de boekhouding en uitleg geven over de werking van de onderneming.
Voor een vennootschap betekent het faillissement doorgaans het einde van de normale commerciële activiteit, tenzij de curator tijdelijk beslist om bepaalde activiteiten voort te zetten in het belang van de boedel. Dat kan bijvoorbeeld nuttig zijn om lopende bestellingen af te werken, waarde te behouden of een overdracht mogelijk te maken. De curator beslist daarbij niet in functie van de vroegere aandeelhouders, maar in functie van de gezamenlijke schuldeisers.
Voor werknemers zijn de gevolgen vaak zeer concreet. Lonen, opzegvergoedingen, vakantiegeld en andere aanspraken worden in het faillissement behandeld volgens de wettelijke regels. In bepaalde gevallen kunnen werknemers terecht bij het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers. Als ondernemer met personeel is het belangrijk om de curator onmiddellijk correct te informeren over arbeidsovereenkomsten, prestaties, openstaande lonen en sociale documenten.
Lopende contracten eindigen niet altijd automatisch door het faillissement. De curator onderzoekt welke overeenkomsten nuttig zijn voor de boedel en welke niet. Leveranciers, verhuurders, klanten, leasingmaatschappijen en franchisepartners moeten rekening houden met de specifieke regels van het insolventierecht en met hun contractuele positie. Wie als ondernemer voor het faillissement nog overeenkomsten wil beëindigen of wijzigen, doet dat best niet impulsief. Een slecht getimede of juridisch foutieve beslissing kan de aansprakelijkheid vergroten.
Voor bestuurders en aandeelhouders is het essentieel om het onderscheid te maken tussen de schulden van de vennootschap en persoonlijke verbintenissen. Bij een BV of NV is de aansprakelijkheid in principe beperkt, maar die bescherming is niet absoluut. Een bestuurder kan persoonlijk aangesproken worden bij een kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement, bij bepaalde fiscale of sociale schulden onder de wettelijke voorwaarden, bij foutief bestuur of wanneer hij persoonlijke garanties heeft gegeven. Een persoonlijke borgstelling voor een bedrijfskrediet blijft bijvoorbeeld een afzonderlijk risico. Meer daarover leest u in ons artikel over borgstelling bij een bedrijfskrediet en persoonlijke aansprakelijkheid.
Voor zelfstandigen in eigen naam is de impact vaak nog directer. Schuldeisers kunnen in beginsel verhaal zoeken op het beroeps- en privévermogen, tenzij specifieke beschermingen spelen. De mogelijkheid van kwijtschelding van restschulden kan voor natuurlijke personen een belangrijke nieuwe start bieden, maar dat vergt een correcte aanpak en is niet voor elke schuld zonder meer hetzelfde. Onderhoudsschulden, bepaalde schadevergoedingen of sancties kunnen anders behandeld worden. Laat dit altijd concreet nakijken door een advocaat.
Ook reputatie en toekomstplannen spelen mee. Een faillissement wordt gepubliceerd en heeft gevolgen voor handelsrelaties, kredietwaardigheid en vertrouwen. Toch hoeft een faillissement niet het einde van ondernemerschap te betekenen. Veel ondernemers maken na een correct afgehandeld faillissement een nieuwe start. Het verschil zit vaak in de voorbereiding: een ordelijke boekhouding, transparante communicatie, tijdige aangifte en juridisch advies kunnen de schade beperken.
Ten slotte moeten ondernemers rekening houden met fiscale en sociale gevolgen. Btw-schulden, bedrijfsvoorheffing, sociale bijdragen, RSZ-schulden en personen- of vennootschapsbelasting moeten correct worden geïnventariseerd. FOD Financiën, sociale verzekeringsfondsen en andere overheidsinstanties zijn vaak belangrijke schuldeisers. Onjuiste aangiften of het niet doorstorten van inhoudingen kunnen bijkomende problemen veroorzaken. Wacht daarom niet tot de curator alles moet reconstrueren.
Wat kunt u doen?
Wie met ernstige betalingsproblemen kampt, doet er goed aan om gestructureerd te werk te gaan. Paniekbeslissingen, selectieve betalingen of informele afspraken zonder overzicht maken de situatie vaak erger. Onderstaand stappenplan helpt om de juiste vragen te stellen.
1. Maak een realistische financiële foto. Verzamel een actueel overzicht van alle schulden, openstaande facturen, bankkredieten, fiscale verplichtingen, sociale bijdragen, personeelskosten, huur, leasing, voorraad, activa en lopende contracten. Kijk niet alleen naar de boekhoudkundige balans, maar vooral naar liquiditeit: wat moet wanneer betaald worden en welke inkomsten zijn realistisch te verwachten?
2. Beoordeel of de betalingsproblemen tijdelijk of structureel zijn. Een tijdelijke cashflowkrapte kan soms worden opgelost met een betalingsplan, extra financiering, incasso van klanten of heronderhandeling van contracten. Structurele insolventie vraagt een andere aanpak. Als u duurzaam niet meer kunt betalen en leveranciers of banken geen vertrouwen meer hebben, komt faillissement in beeld.
3. Onderzoek alternatieven vóór u aangifte doet. Soms is een gerechtelijke reorganisatie, verkoop van een bedrijfstak, akkoord met schuldeisers of vrijwillige vereffening mogelijk. Dat moet snel en realistisch worden onderzocht. Een herstelplan dat enkel steunt op hoop of toekomstige omzet zonder concrete financiering is gevaarlijk.
4. Stop met risicovolle transacties. Betaal niet zomaar verbonden vennootschappen, familieleden of bevriende schuldeisers voor andere schuldeisers. Verkoop geen activa onder de marktwaarde. Maak geen nieuwe schulden wanneer u weet dat betaling onzeker is. Dergelijke handelingen kunnen later door de curator worden onderzocht en mogelijk worden aangevochten.
5. Zorg voor een correcte boekhouding. Een volledige en actuele boekhouding is cruciaal. De curator en de rechtbank moeten kunnen begrijpen wat er gebeurd is. Ontbrekende stukken, cashbewegingen zonder uitleg of onduidelijke rekening-courantposities kunnen tot wantrouwen leiden. Bespreek met uw boekhouder welke documenten onmiddellijk beschikbaar moeten zijn.
6. Dien tijdig aangifte in als de voorwaarden vervuld zijn. Wanneer faillissement onvermijdelijk is, wacht dan niet nodeloos. De wettelijke aangifteplicht is geen vrijblijvende richtlijn. Een tijdige aangifte kan aantonen dat u uw plichten als ondernemer ernstig neemt en kan het risico op bijkomende schade of aansprakelijkheid beperken.
7. Raadpleeg een advocaat vóór de neerlegging. Een advocaat kan helpen bepalen of faillissement inderdaad vereist is, welke documenten nodig zijn, hoe u met schuldeisers communiceert en welke persoonlijke risico’s bestaan. Dat is zeker belangrijk bij persoonlijke borgstellingen, bestuurdersaansprakelijkheid, betwiste transacties, fiscale schulden of lopende rechtszaken.
8. Werk correct samen met de curator. Na het faillissement moet u bereikbaar blijven en informatie geven. Een defensieve of onvolledige houding werkt meestal averechts. Transparantie is vaak de beste strategie, zeker wanneer u later opnieuw wilt ondernemen of kwijtschelding van restschulden wenst.
Een faillissement raakt aan meerdere rechtsdomeinen: ondernemingsrecht, contractenrecht, aansprakelijkheid, arbeidsrecht, fiscaal recht en soms strafrecht. Daarom is individuele juridische hulp belangrijk. LawBase begeleidt ondernemers in Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Niklaas, Tongeren, Leuven en ook digitaal voor dossiers in heel Vlaanderen en Brussel.
Lees ook
- Gerechtelijke reorganisatie als alternatief voor faillissement
- Faillissementspauliana: verdachte transacties ongedaan maken
- Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement: wat riskeert u?
Hulp nodig? LawBase staat klaar
Overweegt u een faillissement aan te vragen, wordt u gedagvaard door een schuldeiser of vreest u persoonlijke aansprakelijkheid als bestuurder? Dan is het verstandig om snel een advocaat te raadplegen. Hoe vroeger u juridisch advies vraagt, hoe meer opties er meestal nog zijn: een hersteltraject, onderhandelingen met schuldeisers, een correcte aangifte of een strategie om uw persoonlijke rechten te beschermen.
LawBase is een modern advocatenkantoor met kantoren in Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Niklaas, Tongeren en Leuven. Wij helpen ondernemers, zelfstandigen, bestuurders en KMO’s bij faillissement, gerechtelijke reorganisatie, betwiste schuldvorderingen, bestuurdersaansprakelijkheid en onderhandelingen met schuldeisers. Ook voor ondernemers in Brussel en de rest van Vlaanderen kunnen wij de juridische procedure mee voorbereiden en opvolgen.
U kunt een eerste gesprek plannen via contact met LawBase. Een telefonisch gesprek van 15 minuten kost € 24,20 incl. btw, een videocall van 30 minuten kost € 60,50 incl. btw en een consultatie op kantoor van 60 minuten kost € 90,75 incl. btw. Tijdens dat gesprek bekijken we uw situatie, uw rechten en plichten, de toepasselijke wetgeving, de mogelijke procedure voor de rechtbank en de risico’s op schadevergoeding of aansprakelijkheid. Zo weet u beter of u een advocaat nodig hebt en welke volgende stap verantwoord is.
Hulp nodig bij uw situatie?
Persoonlijk advies van een advocaat.
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
- •
Veelgestelde vragen
Handige Tools
Gebruik onze gratis tools om direct inzicht te krijgen in uw situatie:
Meer over Onze Expertises
Ontdek al onze juridische expertisegebieden.
Mijn Dossier Beoordelen
Ontvang direct inzicht in uw zaak, een plan van aanpak en een kostenindicatie.
Gerelateerde Artikelen

Octrooien aanvragen in België: procedure en kosten

Gerechtelijke Reorganisatie (WCO): Uw Gids voor Bedrijfsherstel

Bestuurder ontslaan uit vennootschap: juridische procedure

Fusie en Splitsing van Vennootschappen: De Procedure
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement: wat riskeert u?
