Schulden beschermde persoon: bewindvoerder niet persoonlijk aansprakelijk

Samenvatting van de Zaak
Een ziekenhuis vorderde de betaling van onbetaalde facturen van een vrouw die onder bewind stond, en vroeg dat zowel zij als haar bewindvoerder over de goederen solidair zouden worden veroordeeld. De rechtbank van eerste aanleg in Dendermonde veroordeelde enkel de beschermde persoon tot betaling van de hoofdsom met gerechtelijke intresten en de proceskosten. De vordering tegen de bewindvoerder werd afgewezen: de bewindvoering maakt van de bewindvoerder geen schuldenaar van de schulden van de beschermde persoon. Ook een aangerekende kost van 25 euro voor inning en aanmaning werd niet toegekend.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Een bewindvoerder wordt door de bewindvoering geen schuldenaar van de schulden van de beschermde persoon.
- 2De rechtbank wees de vordering tot solidaire veroordeling van de bewindvoerder af en veroordeelde enkel de beschermde persoon.
- 3De rechtbank stelde vast dat de bewindvoerder de gerechtelijke vertegenwoordiger van de beschermde persoon is en dat er geen verstek was.
- 4Met de bewindvoerder ontstond geen procesband, zodat zij ook niet in de proceskosten werd veroordeeld.
- 5Een kost van 25 euro voor inning en aanmaning werd niet toegekend omdat niet bewezen was dat de schuldenaar die kosten vooraf kende of aanvaardde.
Juridische Analyse
De feiten
Een ziekenhuis had eind 2016 en begin 2017 verschillende facturen uitgeschreven op naam van een vrouw. Er volgden enkele afbetalingen, maar het grootste deel van de facturen bleef onbetaald. Later stelde de vrederechter een advocaat aan als bewindvoerder over de goederen van de vrouw.
Het ziekenhuis dagvaardde in oktober 2018 zowel de vrouw zelf als haar bewindvoerder voor de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde. Het vroeg dat beiden solidair zouden worden veroordeeld tot betaling van 11.236,99 euro, vermeerderd met de gerechtelijke intresten. Daarnaast rekende het ziekenhuis een kost van 25 euro aan voor inning en aanmaning.
De vrouw zelf verscheen niet op de zitting. De bewindvoerder verscheen wel, in persoon.
De rechtsvraag
De zaak draaide in de kern om twee vragen:
- Kan een schuldeiser de bewindvoerder samen met de beschermde persoon veroordeeld krijgen tot betaling van schulden van die beschermde persoon?
- Mag een schuldeiser bovenop de facturen administratie- en inningskosten aanrekenen, zonder dat vaststaat dat de schuldenaar die kosten vooraf kende en aanvaardde?
Daarnaast moest de rechtbank uitmaken of zij territoriaal bevoegd was, nu een van de verwerende partijen niet verschenen was, en of er al dan niet sprake was van verstek.
Wat zegt de wet?
Rechterlijke bescherming en bewindvoering
Volgens art. 488/1 oud Burgerlijk Wetboek kan een meerderjarige onder bescherming worden geplaatst als hij "wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen".
De vrederechter bepaalt in zijn beschikking voor welke handelingen met betrekking tot de goederen de beschermde persoon onbekwaam is (art. 492/1, § 2 oud BW). Hij moet zich daarbij onder meer uitdrukkelijk uitspreken over het optreden in rechte als eiser en verweerder (art. 492/1, § 2, derde lid, 7° oud BW).
Art. 499/1, § 2 oud BW bepaalt dat de bewindvoerder over de goederen "de goederen van de beschermde persoon zoals een goede huisvader" beheert en de beschermde persoon vertegenwoordigt bij het verrichten van een rechtshandeling of proceshandeling met betrekking tot die goederen, voor zover die handeling onder de rechterlijke beschermingsmaatregel valt. De bewindvoerder handelt dus in naam en voor rekening van de beschermde persoon.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
Art. 1017 Gerechtelijk Wetboek legt de proceskosten in beginsel ten laste van de in het ongelijk gestelde partij. Art. 1397 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat eindvonnissen uitvoerbaar zijn bij voorraad, behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter bij een met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt.
De beslissing van de rechtbank
Bevoegdheid: woonplaats van de verweerders
Omdat een van de verwerende partijen niet verschenen was, onderzocht de rechtbank eerst haar territoriale bevoegdheid. Zij steunde zich op art. 624, 1° Gerechtelijk Wetboek: de beschermde persoon woonde en de bewindvoerder hield kantoor binnen het rechtsgebied van de afdeling Dendermonde.
Geen verstek
De rechtbank stelde vast dat de bewindvoerder "de gerechtelijke vertegenwoordiger van eerste verweerster" is, en besloot dat er geen verstek was. Het vonnis werd dan ook op tegenspraak gewezen, ook al was de beschermde persoon zelf niet verschenen.
De bewindvoerder betaalt niet uit eigen zak
Het belangrijkste punt van het vonnis is de afwijzing van de vordering tegen de bewindvoerder. De rechtbank overwoog:
"De bewindvoering maakt van de bewindvoerder geen debiteur van de schulden van de pupil. Als gerechtelijk mandataris is de bewindvoerder transparant, net als ieder mandataris. Het geven van een betalingsopdracht – als daad van bewind – komt trouwens voor als een verplichting te doen, geen verplichting te betalen."
Ook voor de proceskosten trok de rechtbank die lijn door: "Met tweede verweerster is geen procesband tot stand gekomen: zij is gerechtelijk mandataris." De bewindvoerder werd dus niet veroordeeld, ook niet tot de kosten.
Geen aanmaningskost zonder voorafgaande instemming
De kost van 25 euro voor administratie en inning werd niet toegekend. Volgens de rechtbank lag er geen bewijs voor dat de schuldenaar vóór de contractsluiting in kennis was gesteld van die bijkomende kosten of ermee had ingestemd, bijvoorbeeld via een opnameverklaring of een aanvaardingsclausule.
Veroordeling van de beschermde persoon
In het beschikkend gedeelte veroordeelde de rechtbank de beschermde persoon tot betaling van 11.261,99 euro, vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van de algehele betaling. Het vonnis vermeldt bij de feiten een openstaand factuursaldo van 11.211,99 euro en licht niet verder toe hoe het toegekende bedrag werd berekend. Zij moest ook de proceskosten dragen, waaronder 379,41 euro dagvaardingskosten. De vorderingen van het ziekenhuis werden "voor het overige ongegrond" verklaard.
Het ziekenhuis vroeg ook om de mogelijkheid tot kantonnement uit te sluiten. Omdat het die vraag niet motiveerde, zag de rechtbank daartoe geen reden. Zij zag evenmin bijzondere redenen om af te wijken van de regel dat het vonnis uitvoerbaar is bij voorraad.
Analyse en betekenis voor de praktijk
Het vonnis bevestigt een principe dat in de praktijk vaak verkeerd wordt begrepen: wie onder bewind staat, blijft zelf de schuldenaar van zijn schulden. De bewindvoerder beheert het vermogen en vertegenwoordigt de beschermde persoon, maar wordt daardoor geen medeschuldenaar. De rechtbank noemt de bewindvoerder als gerechtelijk mandataris daarom "transparant": wie in naam van een ander optreedt, verbindt die ander, niet zichzelf.
Voor schuldeisers betekent dit dat een vordering tot solidaire veroordeling van de bewindvoerder weinig zin heeft. De juiste weg is de beschermde persoon zelf aan te spreken, vertegenwoordigd door de bewindvoerder voor zover de beschermingsmaatregel het optreden in rechte omvat. De bewindvoerder zal een vonnis vervolgens uitvoeren met de middelen van de beschermde persoon. De rechtbank omschrijft die taak als "een verplichting te doen, geen verplichting te betalen".
Voor familieleden en beschermde personen is het vonnis eveneens geruststellend in de omgekeerde richting: de schulden verdwijnen niet door de aanstelling van een bewindvoerder. Facturen van vóór de bewindvoering blijven verschuldigd door de beschermde persoon zelf.
Het vonnis gaat niet over de situatie waarin een bewindvoerder zelf een fout zou begaan bij het beheer. Die vraag lag in deze zaak niet voor.
Ook de afwijzing van de aanmaningskost van 25 euro sluit aan bij een bredere lijn in de rechtspraak: bijkomende kosten of schadebedingen moeten vooraf gekend en aanvaard zijn. Zie ook een vonnis waarin de vrederechter een eenzijdig schadebeding schrapt. Over de uitvoerbaarheid bij voorraad en de mogelijkheden om die in hoger beroep te laten schorsen, lees ook deze analyse over art. 1402 Ger.W..
Wat is sindsdien gewijzigd?
Het vonnis dateert van december 2018. De regeling van de rechterlijke bescherming staat nog steeds in art. 488/1 en volgende van het oud Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoerd door de wet van 17 maart 2013 (in werking sinds 1 september 2014). Een wet van 21 december 2018 heeft die regeling met ingang van 1 maart 2019 op verschillende punten aangepast. Zo moet de vrederechter zich sindsdien ook uitdrukkelijk uitspreken over de bekwaamheid voor het aangaan van periodieke schulden en voor de uitoefening van rechten en plichten in fiscale en sociale zaken (art. 492/1, § 2, derde lid, 19° en 20° oud BW). Het principe dat de bewindvoerder de beschermde persoon vertegenwoordigt, bleef ongewijzigd.
De vereiste dat bijkomende voorwaarden vooraf gekend en aanvaard moeten zijn, staat voor contracten die vanaf 1 januari 2023 worden gesloten uitdrukkelijk in art. 5.23 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek: de opname van algemene voorwaarden vereist hun effectieve kennis door de andere partij, of ten minste de mogelijkheid om er effectief kennis van te nemen, alsook hun aanvaarding.
Praktische tips
- Voor schuldeisers: dagvaard de beschermde persoon, vertegenwoordigd door de bewindvoerder. Een vordering tegen de bewindvoerder persoonlijk heeft op basis van dit vonnis weinig kans.
- Bijkomende kosten: zorg dat aanmanings- of administratiekosten vóór de contractsluiting gekend en aanvaard zijn, en dat u dat kunt bewijzen. Anders riskeert u dat de rechter ze niet toekent.
- Voor bewindvoerders: verschijn bij een dagvaarding in uw hoedanigheid van bewindvoerder en wijs erop dat u als vertegenwoordiger optreedt. Een veroordeling van de bewindvoerder persoonlijk is in een geval als dit niet aan de orde.
- Voor familie: neem bij een bewindvoering tijdig contact op met de bewindvoerder over openstaande facturen. Een minnelijke afbetalingsregeling kan proceskosten en intresten beperken.
- Kantonnement en uitvoerbaarheid: wie een afwijking van de uitvoerbaarheid bij voorraad of een uitsluiting van kantonnement vraagt, moet dat motiveren.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 488/1
Oud Burgerlijk Wetboek
Een meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zijn belangen zelf behoorlijk waar te nemen, kan onder bescherming worden geplaatst.
Art. 492/1, § 2
Oud Burgerlijk Wetboek
De vrederechter bepaalt voor welke handelingen met betrekking tot de goederen de beschermde persoon onbekwaam is, en oordeelt onder meer uitdrukkelijk over het optreden in rechte als eiser en verweerder.
Art. 499/1, § 2
Oud Burgerlijk Wetboek
De bewindvoerder over de goederen beheert de goederen van de beschermde persoon als een goede huisvader en vertegenwoordigt hem bij rechtshandelingen en proceshandelingen met betrekking tot die goederen.
Art. 624, 1°
Gerechtelijk Wetboek
De vordering kan worden gebracht voor de rechter van de woonplaats van de verweerder of van een van de verweerders.
Art. 1017
Gerechtelijk Wetboek
Ieder eindvonnis verwijst, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, tenzij bijzondere wetten anders bepalen.
Art. 1397
Gerechtelijk Wetboek
Eindvonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad, behoudens wettelijke uitzonderingen of een met bijzondere redenen omklede andersluidende beslissing van de rechter.
Art. 5.23
Burgerlijk Wetboek (boek 5)
De opname van algemene voorwaarden in het contract vereist hun effectieve kennis door de andere partij, of ten minste de mogelijkheid daartoe, alsook hun aanvaarding.
Meer over Burgerlijk Recht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over burgerlijk recht.
Bekijk expertisepagina Burgerlijk RechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Burgerlijk Recht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakVeilinghuis betaalt fraudeur: betaling niet bevrijdend
Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen - Afdeling Antwerpen
3 jun 2026
Uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep?
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank
26 jun 2024
Dwangsom opheffen wegens onmogelijkheid? Niet bij eigen fout
Vredegerecht van het eerste kanton Brugge
5 nov 2024