Laster en eerroof op sociale media
Geschreven door een LawBase expert
Advocaat bij LawBase
Chanel is gespecialiseerd in strafrecht, familierecht, burgerlijk recht en consumentenrecht. Ze combineert juridische kennis met een empathische benadering.
Meer over ons teamHulp nodig bij uw situatie?
Persoonlijk advies van een advocaat.
Persoonlijk advies nodig?

Een online beschuldiging kan strafrechtelijke gevolgen hebben. Lees wat laster en eerroof op sociale media betekenen, welke bewijzen belangrijk zijn en welke stappen u kunt zetten.
Inhoudsopgave
Inleiding
Een boze Facebookpost, een anonieme Instagramstory, een TikTokvideo met beschuldigingen of een bericht in een WhatsAppgroep kan veel verder gaan dan een ongelukkige uitlating. Wie iemand publiek beschuldigt van diefstal, fraude, overspel, geweld, oplichting of professioneel wangedrag, kan de reputatie van die persoon ernstig beschadigen. In België kunnen laster en eerroof op sociale media niet alleen leiden tot verwijdering van de post of een eis tot schadevergoeding, maar ook tot een strafrechtelijke procedure.
Sociale media maken de impact groter. Een bericht wordt gedeeld, gescreenshot, doorgestuurd en soms opnieuw geplaatst op andere kanalen. Zelfs als de auteur de post later verwijdert, kan de schade al gebeurd zijn. Voor slachtoffers voelt dat vaak als een publieke afrekening. Voor wie de post schreef, komt de ernst soms pas duidelijk wanneer de politie uitnodigt voor verhoor of wanneer een dagvaarding voor de rechtbank volgt.
Dit artikel legt uit wat laster en eerroof op sociale media in België betekenen, welke strafrechtelijke gevolgen mogelijk zijn, hoe de rechter zulke dossiers beoordeelt en welke praktische stappen u kunt nemen. Het artikel is bedoeld voor mensen in Vlaanderen en Brussel die juridisch advies zoeken, zowel slachtoffers als personen die beschuldigd worden. Wie concreet met een klacht, verhoor of rechtszaak wordt geconfronteerd, doet er verstandig aan tijdig een advocaat te raadplegen. LawBase biedt juridische hulp vanuit onder meer Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Niklaas, Tongeren en Leuven, en behandelt strafrechtelijke dossiers in heel België.
Wie bredere informatie zoekt over bijstand in strafzaken vindt ook nuttige toelichting op onze pagina over strafrechtelijke verdediging en bijstand.
Wat is laster en eerroof op sociale media?
Laster en eerroof gaan in essentie over aantijgingen die de eer, goede naam of reputatie van een persoon aantasten. Het gaat meestal niet om een zuivere mening zoals ik vond de service slecht, maar om een concrete beschuldiging van een bepaald feit. Denk aan: die aannemer steelt voorschotten, mijn ex mishandelt de kinderen, die collega pleegt fraude of deze ondernemer verkoopt bewust gevaarlijke producten. Als zo'n aantijging publiek wordt verspreid en niet correct onderbouwd is, kan zij strafrechtelijk relevant worden.
In de praktijk wordt nog vaak een onderscheid gemaakt tussen laster en eerroof, maar dat onderscheid is achterhaald: sinds 1 september 2026 kent het Strafwetboek eerroof niet meer als aparte kwalificatie. Er blijft één misdrijf over, laster (artikel 240 Sw., een straf van niveau 1): het in het openbaar met kwaadwillig opzet aan een persoon een bepaald feit ten laste leggen dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen. Nieuw is de aannemelijkheidstoets: er is geen laster wanneer de betichte door enig middel geloofwaardig maakt dat het ten laste gelegde feit aannemelijk is, tenzij de aantijging geschiedde met het oogmerk om te schaden zonder enige reden van openbaar of privaat belang. Daarnaast bestaan nog belediging (artikel 244 Sw., niveau 1) en smaad (artikel 247 Sw., niveau 1), dat laatste enkel tegen de in dat artikel opgesomde beschermde personen naar aanleiding van hun functie. De juridische beoordeling hangt verder af van de aard van de beschuldiging, de mogelijkheid om het beweerde feit wettelijk te bewijzen, de context waarin de uitlating gebeurde en de intentie waarmee ze werd verspreid. Omdat de strafwetgeving sinds 1 september 2026 is opgenomen in het nieuwe Strafwetboek en het bijzonder strafrecht is hernummerd, is het belangrijk niet zomaar oude artikelnummers te gebruiken. Voor feiten van vóór 1 september 2026 kan het oude strafrecht relevant blijven, met toepassing van de regel dat de mildere strafwet kan spelen. Voor actuele feiten vertrekt men echter van het nieuwe Strafwetboek.
Sociale media vormen geen aparte rechtsvrije ruimte. Een publieke post op Facebook, een X-bericht, een LinkedInbijdrage, een review op Google, een video op TikTok of een bericht in een grote chatgroep kan juridisch worden beoordeeld zoals andere vormen van publicatie. Het feit dat iemand zegt dat het maar een grap was, dat hij boos was of dat de post snel werd verwijderd, sluit strafbaarheid niet automatisch uit. De rechtbank kijkt naar de volledige context.
Niet elke negatieve uitspraak is laster of eerroof. Kritiek mag, ook stevige kritiek. Een consument mag bijvoorbeeld schrijven dat hij ontevreden is over een levering, dat een afspraak niet werd nagekomen of dat hij een factuur betwist. Een werknemer mag in bepaalde omstandigheden mistoestanden aankaarten. Een journalist, activist of burger mag bijdragen aan een maatschappelijk debat. Maar wie concrete strafbare of oneervolle feiten toeschrijft aan een herkenbare persoon of onderneming, moet bijzonder voorzichtig zijn. De grens tussen toegelaten kritiek en strafbare reputatieschade is vaak dun.
Ook de herkenbaarheid is belangrijk. Het slachtoffer hoeft niet altijd met naam en voornaam genoemd te worden. Als de omgeving uit de post kan afleiden over wie het gaat, kan de persoon voldoende identificeerbaar zijn. Een foto, functie, woonplaats, bedrijfsnaam, bijnaam of tag kan volstaan om de link te leggen. Bij ondernemingen spelen reputatie, klantenvertrouwen en commerciële schade een grote rol. Bij particulieren gaat het vaak om familiale, professionele of sociale gevolgen.
Simuleer de mogelijke strafmaat
Krijg een inschatting van de mogelijke straffen bij uw situatie.
Juridisch kader in België
Relevante wetgeving
Het Belgische strafrecht beschermt de eer en goede naam van personen tegen bepaalde kwaadwillige aantijgingen. Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek in werking getreden. Dat nieuwe wetboek werkt met strafniveaus, zoals bepaald in artikel 36 Sw. De vroegere indeling in misdaden, wanbedrijven en overtredingen is verdwenen. Ook begrippen zoals correctionalisering horen niet meer bij de actuele strafstructuur. Voor aantijgingen op sociale media betekent dit dat men de mogelijke strafrechtelijke gevolgen moet lezen binnen het systeem van het nieuwe Strafwetboek, zonder automatisch terug te grijpen naar oude nummering of naar de afgeschafte kwalificatie eerroof. Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijven laster en eerroof van het oude wetboek wél de juiste kwalificaties, met toepassing van de mildste wet (artikel 2, derde lid Sw.).
Bij feiten van vóór 1 september 2026 ligt dat anders. Dan moet de datum van de feiten worden bekeken. Het oude recht kan dan het vertrekpunt zijn, terwijl het nieuwe recht relevant kan worden als het gunstiger is voor de beklaagde. In de praktijk is dit een belangrijk aandachtspunt voor posts die jaren online bleven staan, opnieuw gedeeld werden of waarvan onduidelijk is wanneer de publicatie precies plaatsvond.
Naast het Strafwetboek speelt ook het gemeen aansprakelijkheidsrecht een rol. Wie door een fout schade veroorzaakt, kan burgerlijk aansprakelijk zijn. Sinds 1 januari 2025 is artikel 6.5 BW het centrale uitgangspunt voor buitencontractuele aansprakelijkheid. Een slachtoffer kan dus, los van of naast een strafrechtelijke vervolging, een schadevergoeding vragen voor morele schade, reputatieschade, omzetverlies of kosten die nodig waren om de schade te beperken. De concrete schade moet wel worden aangetoond.
Ook grondrechten zijn relevant. Vrijheid van meningsuiting is beschermd, maar niet absoluut. Zij moet worden afgewogen tegen het recht op eerbiediging van de reputatie, het privéleven en de rechten van anderen. Die afweging is in online dossiers vaak doorslaggevend. Een maatschappelijk relevante waarschuwing kan anders beoordeeld worden dan een persoonlijke afrekening na een relatiebreuk of een zakelijke ruzie.
Ten slotte kunnen procedurele regels belangrijk zijn. Een slachtoffer kan klacht neerleggen bij de politie of het parket. In ernstigere of complexere dossiers kan een burgerlijke partijstelling worden overwogen, bijvoorbeeld wanneer de identiteit van een anonieme gebruiker moet worden onderzocht of wanneer bijkomende onderzoeksdaden nodig zijn. Meer daarover leest u in ons artikel over burgerlijke partijstelling en de rechten van het slachtoffer. Wie zelf als verdachte wordt verhoord, heeft recht op bijstand en moet zijn verklaringen zorgvuldig aanpakken. Zie ook onze toelichting over het recht op stilzwijgen bij een politieverhoor.
Hoe beoordeelt de rechter dit?
De rechter kijkt niet enkel naar één zin op zichzelf, maar naar de volledige context. Belangrijke vragen zijn onder meer: werd een concrete persoon of onderneming geviseerd, was die herkenbaar, ging het om een feitelijke beschuldiging of om een waardeoordeel, hoe publiek was de verspreiding, welke bewoordingen werden gebruikt, was er een maatschappelijk belang en kon de auteur zijn beweringen onderbouwen?
Een eerste beoordelingspunt is de aard van de uitspraak. Een waardeoordeel, zoals ik vind deze dienstverlening ondermaats, is niet hetzelfde als een feitelijke beschuldiging, zoals deze advocaat vervalst documenten of deze handelaar licht klanten op. Hoe concreter en ernstiger de aantijging, hoe groter het juridische risico. Woorden als fraudeur, dief, oplichter, mishandelaar of crimineel wegen zwaar, zeker als ze gekoppeld worden aan herkenbare personen.
Een tweede punt is de bewijsbaarheid. Wie ernstige feiten beweert, moet rekening houden met de vraag of hij die feiten kan aantonen. Het volstaat meestal niet om te zeggen dat men het van iemand heeft gehoord of dat het rondgaat in de buurt. Screenshots van gesprekken, facturen, klachten, officiële documenten of andere controleerbare elementen kunnen relevant zijn, maar ook die moeten correct geïnterpreteerd worden. Een halve waarheid kan nog altijd misleidend en schadelijk zijn.
Een derde factor is de intentie en toon. De rechtbank zal nagaan of de post bedoeld was als waarschuwing, als bijdrage aan een debat of eerder als persoonlijke beschadiging. Beledigende taal, herhaalde berichten, tags naar werkgevers of klanten, oproepen om iemand te boycotten of het plaatsen van foto's met smalende commentaar kunnen het dossier verzwaren. Als er ook dreigingen in berichten staan, kan er naast laster of eerroof sprake zijn van andere strafbare feiten. In dat verband is ons artikel over bedreiging via WhatsApp en andere berichten relevant.
Een vierde element is de verspreiding. Een post die zichtbaar is voor duizenden volgers heeft doorgaans een andere impact dan een bericht in een kleine besloten groep. Toch is ook een besloten groep niet automatisch veilig. Als de groep voldoende ruim is, als leden de inhoud kunnen doorsturen of als het slachtoffer door groepsleden kan worden herkend, kan de reputatieschade reëel zijn. Bovendien laten online berichten sporen na.
Tot slot beoordeelt de rechter de gevolgen. Heeft het slachtoffer klanten verloren? Werd een arbeidssituatie beïnvloed? Zijn er psychische klachten? Moesten er kosten worden gemaakt voor juridische hulp, communicatie of reputatieherstel? Niet elke vervelende post leidt tot een hoge schadevergoeding, maar aantoonbare schade verhoogt de ernst van de zaak.
Praktische gevolgen
Voor het slachtoffer zijn de gevolgen vaak onmiddellijk. Familie, collega's, klanten of buurtbewoners zien de post. Soms wordt het slachtoffer geconfronteerd met vragen, beledigingen of verlies van vertrouwen. Bij zelfstandigen en ondernemingen kan een online beschuldiging leiden tot annuleringen, slechte reviews of reputatieschade die nog maanden zichtbaar blijft in zoekresultaten.
De eerste reflex is vaak om publiek te reageren. Dat is begrijpelijk, maar niet altijd verstandig. Een verhitte tegenreactie kan het conflict vergroten en later zelf als problematisch worden beoordeeld. In veel dossiers is het beter om eerst bewijs te bewaren. Neem screenshots waarop de datum, gebruikersnaam, URL, reacties en deelacties zichtbaar zijn. Bewaar originele links. Noteer wie de post heeft gezien en welke concrete gevolgen u ondervindt. In ernstige dossiers kan een vaststelling door een gerechtsdeurwaarder nuttig zijn, vooral wanneer u vreest dat de auteur de inhoud snel zal verwijderen.
Voor de persoon die de post schreef, kunnen de gevolgen eveneens zwaar zijn. Een klacht kan leiden tot een uitnodiging voor verhoor, inbeslagname van gegevensdragers in uitzonderlijke situaties, een dagvaarding of een schadeclaim. Soms ontstaat het dossier uit een relationeel conflict, een burenruzie, een arbeidsconflict of een commerciële discussie. De oorspronkelijke frustratie is dan reëel, maar de gekozen formulering creëert een strafrechtelijk risico. Wie wordt uitgenodigd voor verhoor doet er goed aan vooraf juridisch advies in te winnen en niet impulsief verklaringen af te leggen.
Een veroordeling kan leiden tot een straf volgens het toepasselijke strafniveau van het nieuwe Strafwetboek, eventueel gecombineerd met burgerlijke vergoedingen. Daarnaast kan de rechtbank rekening houden met de noodzaak om de schade te herstellen. In sommige gevallen wordt een regeling gezocht via excuses, verwijdering van berichten, rechtzetting of betaling van een vergoeding. Niet elk dossier eindigt in een rechtszaak. Soms beslist het parket tot seponering, soms wordt bemiddeling of een minnelijke afhandeling overwogen. Meer uitleg vindt u in ons artikel over seponering van een strafdossier en in het artikel over bemiddeling in strafzaken als alternatief voor de rechtbank.
Belangrijk is dat sociale media vaak grensoverschrijdend werken. Iemand woont in Gent, de auteur in Brussel, de server staat in het buitenland en de post wordt gedeeld door personen in Antwerpen of Leuven. Toch kan de Belgische rechtbank bevoegd zijn wanneer de reputatieschade zich in België voordoet of wanneer de betrokkenen hier wonen of werken. De precieze bevoegdheid en strategie moeten geval per geval worden beoordeeld.
Een ander praktisch probleem is anonimiteit. Accounts met schuilnamen, valse profielen of tijdelijke stories maken bewijsvoering moeilijker. Toch is anonimiteit niet altijd ondoordringbaar. Afhankelijk van de ernst van het dossier kunnen onderzoeksmaatregelen worden gevraagd. Dat vergt wel een zorgvuldige aanpak, want platformen reageren niet altijd snel en gegevens worden soms maar beperkt bewaard.
Wat kunt u doen?
De juiste aanpak hangt af van uw positie: bent u slachtoffer van een online aantijging, of wordt u zelf beschuldigd van laster of eerroof? Onderstaand stappenplan helpt om de eerste beslissingen te nemen.
1. Bewaar bewijs zonder het conflict te escaleren. Maak screenshots van de post, reacties, deelacties, profielgegevens en datum. Bewaar de URL. Noteer wie de inhoud heeft gezien en welke gevolgen u vaststelt. Reageer niet impulsief met eigen beschuldigingen.
2. Beoordeel of de post een feitelijke aantijging bevat. Vraag u af of er een concrete beschuldiging wordt geuit die uw eer of reputatie kan schaden. Een negatieve mening is niet automatisch strafbaar. Een beschuldiging van fraude, diefstal, geweld, misbruik of professioneel wangedrag ligt veel gevoeliger.
3. Vraag verwijdering of rechtzetting wanneer dat strategisch nuttig is. Soms volstaat een duidelijke ingebrekestelling door een advocaat om de post te laten verwijderen en verdere verspreiding te stoppen. In andere gevallen kan een te snelle waarschuwing ertoe leiden dat bewijs verdwijnt. Laat daarom eerst inschatten welke stap het beste past.
4. Overweeg een klacht of burgerlijke partijstelling. Bij ernstige reputatieschade kan een strafklacht aangewezen zijn. Als bijkomend onderzoek nodig is, bijvoorbeeld naar een anoniem account, kan een burgerlijke partijstelling een optie zijn. Dat is geen standaardoplossing voor elk conflict, maar kan belangrijk zijn wanneer de feiten zwaar genoeg zijn.
5. Denk ook aan burgerlijke schadevergoeding. Als u schade kunt aantonen, kan een vordering tot schadevergoeding worden ingesteld. Dat kan gaan om morele schade, omzetverlies, kosten voor reputatieherstel of andere concrete gevolgen. De bewijslast blijft belangrijk: verzamel documenten, berichten van klanten, annuleringen en medische of professionele stukken waar relevant.
6. Bent u zelf beschuldigd? Verwijder niet zomaar alles zonder advies. Het kan verstandig zijn om schadelijke inhoud offline te halen, maar verwijdering kan ook bewijsproblemen creëren of als erkenning worden geïnterpreteerd. Maak eerst een kopie van wat u plaatste, noteer de context en bespreek met een advocaat welke houding aangewezen is.
7. Bereid een politieverhoor grondig voor. Wie als verdachte wordt verhoord, heeft rechten en plichten. U bent niet verplicht uzelf te beschuldigen. Een verklaring die in emotie wordt afgelegd, kan later zwaar doorwegen. Juridische hulp vóór het verhoor kan het verschil maken tussen een beheersbaar dossier en een langdurige procedure.
8. Zoek naar een oplossing als dat kan, procedeer als dat moet. In sommige dossiers zijn excuses, verwijdering, rechtzetting en een redelijke vergoeding beter dan een lange rechtszaak. In andere dossiers is een duidelijke procedure nodig om reputatieschade te stoppen of aansprakelijkheid te laten vaststellen. Een advocaat kan helpen om die afweging realistisch te maken.
Lees ook
- Bedreiging via WhatsApp: wanneer is het strafbaar?
- Burgerlijke partijstelling: uw rechten als slachtoffer
- Recht op stilzwijgen bij politieverhoor: uw rechten
Hulp nodig? LawBase staat klaar
Laster en eerroof op sociale media vragen een snelle maar doordachte aanpak. Voor slachtoffers is het belangrijk om bewijs veilig te stellen, verdere verspreiding te beperken en te beoordelen of een klacht, schadevergoeding of dringende verwijdering aangewezen is. Voor verdachten is het even belangrijk om hun rechten te kennen, verklaringen zorgvuldig voor te bereiden en te vermijden dat een online conflict escaleert tot een zwaardere juridische procedure.
LawBase is een modern advocatenkantoor dat juridische hulp biedt in strafrechtelijke dossiers in heel Vlaanderen en Brussel. Onze advocaten werken vanuit Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Niklaas, Tongeren en Leuven, en kunnen u bijstaan bij klachtneerlegging, verhoor, onderhandeling, bemiddeling of verdediging voor de rechtbank. Een advocaat raadplegen is verstandig zodra reputatieschade, strafrechtelijke vervolging of aansprakelijkheid dreigt.
U kunt een telefonisch gesprek van 15 minuten plannen aan € 24,20 incl. btw, een videocall van 30 minuten aan € 60,50 incl. btw of een consultatie op kantoor van 60 minuten aan € 90,75 incl. btw. Neem contact op via LawBase contact of bekijk onze kantoren en bereikbaarheid via advocaat in Gent, advocaat in Brugge of een van onze andere locaties. Zo krijgt u snel zicht op uw rechten, plichten en de beste strategie voor uw dossier.
Hulp nodig bij uw situatie?
Persoonlijk advies van een advocaat.
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
Nieuw Strafwetboek (wet van 29 februari 2024)
Van toepassing op feiten vanaf 1 september 2026: algemene bepalingen en strafniveaus (art. 1-78).
- •
Nieuw Strafwetboek boek II (wet van 29 februari 2024)
Van toepassing op feiten vanaf 1 september 2026: de misdrijven (vanaf art. 79).
- •
Strafwetboek 1867 (oud)
Blijft van toepassing op feiten van vóór 1 september 2026 (tempus delicti, art. 2 Sw.).
- •
- •
Veelgestelde vragen
Handige Tools
Gebruik onze gratis tools om direct inzicht te krijgen in uw situatie:
Meer over Strafrecht
Professionele verdediging bij strafrechtelijke procedures.
Mijn Dossier Beoordelen
Ontvang direct inzicht in uw zaak, een plan van aanpak en een kostenindicatie.
Gerelateerde Artikelen

Nachtlawaai & Geluidsoverlast: GAS-boete of Strafrecht?

Napoleon Verbannen Uit Het Strafrecht: Het Nieuwe Strafwetboek Uitgelegd

Fiscale Fraude: Strafrecht of Administratief? Uw Rechten

Winkeldiefstal: straffen voor meerderjarigen en minderjarigen
