Terug naar Blog
    Arbeidsrecht

    Glijdende werkuren: regels in België

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere2 oktober 202614 min leestijd
    Delen:

    Geschreven door een LawBase expert

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    Mr. Peter-Jan De Meulenaere

    Advocaat – Vennoot bij LawBase

    Peter-Jan is gespecialiseerd in verkeersrecht, vastgoedrecht en erfrecht. Hij staat cliënten bij met praktisch juridisch advies en een persoonlijke aanpak.

    Meer over ons team
    4.9/5 Google
    353+ reviews
    4.000+ dossiers beoordeeld
    Google 4.9/5 (175) · Trustlocal 9.7/10 (178)

    Hulp nodig bij uw situatie?

    Persoonlijk advies van een advocaat.

    Glijdende werkuren: regels in België
    In het kort14 min leestijd

    Glijdende werkuren geven meer vrijheid, maar alleen binnen een duidelijk juridisch kader. Lees welke regels gelden voor uurroosters, tijdsregistratie, overuren en arbeidsreglement.

    Inleiding

    Glijdende werkuren en flexibele arbeidstijd zijn voor veel werknemers en werkgevers aantrekkelijk. Een werknemer kan de kinderen eerst naar school brengen, de trein buiten de spits nemen of een werkdag vroeger starten. Een werkgever kan piekmomenten beter opvangen, klanten ruimer bedienen en medewerkers meer autonomie geven. Toch is flexibele arbeidstijd geen vrijblijvende afspraak aan de koffiemachine. In België gelden duidelijke regels over uurroosters, arbeidsduur, rusttijden, tijdsregistratie en de manier waarop zo’n systeem moet worden ingevoerd.

    In de praktijk ontstaan discussies wanneer het arbeidsreglement niets zegt over glijdende uren, wanneer werknemers structureel meer werken dan voorzien, of wanneer de werkgever flexibiliteit gebruikt om onvoorspelbare beschikbaarheid te vragen. Ook omgekeerd kan een werknemer niet zomaar beslissen om elke dag op een ander moment te werken als het afgesproken uurrooster dat niet toelaat. De rechten en plichten van beide partijen moeten dus vooraf helder zijn.

    Dit artikel geeft een praktisch overzicht voor werknemers en werkgevers in Vlaanderen en Brussel. We bespreken het verschil tussen glijdende werkuren, flexibele arbeidstijd en overuren, het juridisch kader in België en de aandachtspunten bij een discussie voor de arbeidsrechtbank. Voor persoonlijk juridisch advies in arbeidsrecht blijft het verstandig een advocaat te raadplegen, zeker wanneer loon, arbeidsduur of aansprakelijkheid ter discussie staat.

    Wie vooral wil weten hoe uurroosters correct in het arbeidsreglement worden opgenomen, vindt aanvullende informatie in ons artikel over de verplichte vermeldingen en wijzigingsprocedure van het arbeidsreglement. Ook discussies over extra gepresteerde uren hangen vaak samen met de wettelijke regeling rond overuren en overloon in België.

    Wat is glijdende werkuren en flexibele arbeidstijd?

    Glijdende werkuren zijn een arbeidstijdregeling waarbij de werknemer, binnen vooraf bepaalde grenzen, zelf het begin en einde van de werkdag en soms ook de pauze kan kiezen. Het systeem werkt doorgaans met stamtijden en glijtijden. Tijdens de stamtijd moet de werknemer aanwezig of beschikbaar zijn. Tijdens de glijtijd kan hij of zij vroeger of later starten, pauzeren of stoppen, zolang de totale arbeidsduur over de referteperiode wordt gerespecteerd.

    Een klassiek voorbeeld: het arbeidsreglement bepaalt dat werknemers kunnen starten tussen 7.30 uur en 9.30 uur, verplicht aanwezig zijn tussen 9.30 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 16.00 uur, en kunnen stoppen tussen 16.00 uur en 18.30 uur. De ene werknemer werkt dan van 7.30 uur tot 16.00 uur, de andere van 9.00 uur tot 17.30 uur. Beiden respecteren hetzelfde systeem, maar vullen hun dag anders in.

    Flexibele arbeidstijd is ruimer. Daaronder vallen verschillende regelingen waarbij de arbeidsduur of de uurroosters kunnen schommelen: glijdende uurroosters, kleine flexibiliteit, variabele deeltijdse uurroosters, ploegenarbeid, telewerk met afgesproken bereikbaarheid, of een collectief systeem waarbij in drukke periodes meer en in rustige periodes minder wordt gewerkt. Niet elk flexibel systeem geeft de werknemer persoonlijke keuzevrijheid. Soms bepaalt de werkgever het concrete uurrooster, maar binnen wettelijk toegelaten grenzen.

    Het onderscheid is belangrijk. Bij glijdende werkuren ligt het initiatief voor de dagelijkse keuze meestal bij de werknemer, binnen het kader van het arbeidsreglement of een collectieve arbeidsovereenkomst. Bij andere vormen van flexibiliteit kan de werkgever meer sturen, maar moet hij de wettelijke grenzen, de sectorale regels en de afspraken in de arbeidsovereenkomst respecteren. Wie een discussie heeft over loon of prestaties, moet dus eerst nagaan welk systeem juridisch van toepassing is.

    Glijdende werkuren zijn ook niet hetzelfde als telewerk. Een werknemer kan perfect glijdende uren hebben op kantoor in Gent of Antwerpen, zonder thuis te werken. Omgekeerd kan een telewerker vaste uren hebben en dus niet vrij kiezen wanneer hij begint of stopt. Voor thuiswerk en telewerk gelden bijkomende regels over kosten, bereikbaarheid, controle en welzijn. Zie daarvoor ons artikel over het juridisch kader voor telewerk en thuiswerk in België.

    Tot slot zijn glijdende uren niet bedoeld om structurele overuren te verbergen. Als een werknemer binnen het systeem wat langer werkt op maandag en wat vroeger stopt op vrijdag, is dat normaal. Maar wanneer de werkgever vraagt om bovenop het glijdende rooster bijkomende prestaties te leveren, kan sprake zijn van overuren of bijkomende loonrechten. In dat geval is juridisch advies nuttig, zeker wanneer de tijdsregistratie onduidelijk is.

    Bereken uw ontslagvergoeding

    Ontdek in 2 minuten hoeveel opzegvergoeding u kunt verwachten.

    Bereken Nu

    Juridisch kader in België

    Relevante wetgeving

    De basisregels over arbeidsduur staan in de Arbeidswet van 16 maart 1971. Die wet bevat onder meer grenzen voor de dagelijkse en wekelijkse arbeidstijd, regels over rusttijden, nachtarbeid, zondagsarbeid en afwijkingssystemen. Voor glijdende uurroosters is vooral artikel 20ter van de Arbeidswet van 16 maart 1971 relevant. Dat artikel laat toe om een systeem van glijdende uurroosters in te voeren, op voorwaarde dat het correct wordt vastgelegd en opgevolgd.

    Een glijdend uurrooster moet worden ingevoerd via een collectieve arbeidsovereenkomst of via het arbeidsreglement. Het is dus niet voldoende dat een leidinggevende mondeling zegt dat iedereen voortaan mag komen en gaan wanneer hij wil. Het systeem moet duidelijk beschrijven welke vaste periodes gelden, welke glijdende periodes mogelijk zijn, hoeveel uren per dag en per week kunnen worden gepresteerd, hoe de referteperiode werkt en hoe positieve of negatieve saldi worden behandeld.

    Artikel 20ter van de Arbeidswet van 16 maart 1971 laat toe dat de werknemer binnen het glijdende systeem op bepaalde dagen meer of minder werkt, zolang de gemiddelde arbeidsduur wordt nageleefd over de vastgelegde referteperiode. De wet voorziet daarbij grenzen. In een glijdend uurrooster kan de werknemer in principe niet onbeperkt lange dagen presteren. Het systeem moet ook rekening houden met de algemene regels over rust en welzijn op het werk.

    Een essentieel element is tijdsregistratie. Bij glijdende werkuren moet de werkgever beschikken over een betrouwbaar systeem dat de dagelijkse arbeidstijd registreert. Dat kan een prikklok zijn, een digitaal registratiesysteem, een badge, een softwaretool of een andere betrouwbare methode. Het systeem moet toelaten om na te gaan hoeveel uren elke werknemer heeft gepresteerd, of de grenzen worden gerespecteerd en welk saldo positief of negatief is. Zonder correcte registratie wordt bewijsvoering moeilijk en vergroot het risico op conflicten.

    Naast artikel 20ter van de Arbeidswet van 16 maart 1971 bestaat ook artikel 20bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971, dat de zogenaamde kleine flexibiliteit regelt. Dat systeem is anders dan glijdende werkuren. Bij kleine flexibiliteit kan een onderneming alternatieve uurroosters gebruiken om drukke en rustige periodes op te vangen, maar die roosters moeten vooraf in het arbeidsreglement worden opgenomen. De werknemer kiest dan niet noodzakelijk zelf zijn uren; het gaat eerder om een georganiseerde variatie in de arbeidsroosters.

    Verder blijft de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 belangrijk. De werknemer moet het overeengekomen werk uitvoeren volgens de afspraken, terwijl de werkgever loon moet betalen en de werknemer moet laten werken in de overeengekomen voorwaarden. Een wijziging van arbeidstijd kan, afhankelijk van de omstandigheden, een gevoelige wijziging van de arbeidsovereenkomst zijn. Werkgevers doen er daarom goed aan om flexibele systemen zorgvuldig te documenteren en werknemers correct te informeren.

    Ook het arbeidsreglement speelt een centrale rol. De Arbeidsreglementenwet van 8 april 1965 legt regels op over de inhoud en wijziging van het arbeidsreglement. In ondernemingen met sociaal overleg moeten de toepasselijke procedures worden gevolgd. Waar een ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging actief is, zullen overleg en communicatie vaak een doorslaggevende rol spelen. Meer daarover leest u in ons artikel over sociaal overleg en de vakbondsafvaardiging op de werkvloer.

    Voor werknemers met zorgtaken kan ook collectieve arbeidsovereenkomst nr. 162 relevant zijn. Die cao geeft onder bepaalde voorwaarden een kader om een flexibele werkregeling te vragen om zorgredenen. Dat betekent niet dat elke aanvraag automatisch moet worden toegestaan, maar de werkgever moet de aanvraag ernstig behandelen binnen het toepasselijke kader. In de praktijk wordt dit vaak gecombineerd met glijdende werkuren, telewerk of aangepaste uurroosters.

    Sectorale cao’s kunnen bijkomende regels opleggen. In sommige sectoren bestaan specifieke afspraken over arbeidsduurvermindering, ploegenpremies, bereikbaarheid, permanentie of afwijkende uurroosters. Een werknemer in de zorgsector, de logistiek of de IT-sector bevindt zich dus niet noodzakelijk in dezelfde situatie als een bediende in een administratieve functie. Wie zekerheid wil, moet niet alleen de wetgeving bekijken, maar ook de sectorale en ondernemingsgebonden afspraken.

    Hoe beoordeelt de rechter dit?

    Wanneer een discussie over glijdende werkuren voor de arbeidsrechtbank komt, kijkt de rechter niet alleen naar de benaming die partijen aan het systeem geven. De concrete feiten zijn doorslaggevend. Bestond er een geldig ingevoerd glijdend uurrooster? Waren de regels duidelijk opgenomen in het arbeidsreglement of in een collectieve arbeidsovereenkomst? Werd de arbeidstijd correct geregistreerd? En kon de werknemer daadwerkelijk binnen de afgesproken grenzen kiezen, of legde de werkgever in werkelijkheid vaste prestaties op?

    De rechter zal ook nagaan wie wat moet bewijzen. Een werknemer die achterstallig loon of overloon vraagt, moet kunnen aantonen dat hij of zij prestaties leverde die recht geven op betaling. Tijdsregistratie, e-mails, planningen, badgesystemen, agenda’s en instructies van leidinggevenden kunnen daarbij belangrijk zijn. De werkgever moet op zijn beurt kunnen aantonen dat het systeem correct werd ingevoerd en toegepast, en dat de loonberekening overeenstemt met de geregistreerde prestaties.

    Een belangrijk aandachtspunt is het verschil tussen vrijwillig opgebouwde plusuren binnen het glijdende systeem en overuren op vraag of met medeweten van de werkgever. Als een werknemer op eigen initiatief vroeg start en binnen de referteperiode compenseert, is dat normaal binnen glijdende werkuren. Als de werkgever echter structureel vraagt om langer te blijven, extra opdrachten geeft buiten het uurrooster of prestaties aanvaardt zonder compensatie of betaling, kan de beoordeling anders uitvallen.

    Rechters hechten doorgaans veel belang aan transparantie en coherentie. Een onderneming die een duidelijk arbeidsreglement heeft, een betrouwbaar registratiesysteem gebruikt en werknemers consequent informeert over hun saldo, staat sterker. Een onderneming die flexibiliteit mondeling en wisselend toepast, loopt meer risico. Ook werknemers die hun saldi niet opvolgen of zonder overleg afwijkende uren presteren, kunnen in bewijsmoeilijkheden komen.

    Bij een juridische procedure kunnen naast loon ook andere gevolgen aan bod komen. Denk aan discussie over arbeidsongeschiktheid, arbeidsongevallen tijdens afwijkende uren, psychosociale belasting door permanente bereikbaarheid, of zelfs ontslag wanneer een werknemer de uurregels herhaaldelijk niet naleeft. In zulke situaties is het verstandig vroeg juridisch advies te vragen aan een advocaat, vooraleer standpunten verharden.

    Praktische gevolgen

    Voor werknemers betekent een glijdend uurrooster meer autonomie, maar ook meer verantwoordelijkheid. Wie later start, moet erop toezien dat hij de nodige uren presteert binnen de referteperiode. Wie plusuren opbouwt, moet nagaan of en hoe die kunnen worden overgedragen of ingehaald. Een glijdend systeem is geen onbeperkte spaarpot van vrije dagen, tenzij het arbeidsreglement of een cao dat uitdrukkelijk en wettelijk correct organiseert.

    Voor werkgevers betekent glijdende arbeidstijd dat duidelijke regels noodzakelijk zijn. Het arbeidsreglement moet begrijpelijk zijn. Werknemers moeten weten wanneer ze verplicht aanwezig moeten zijn, wanneer ze mogen glijden, hoe pauzes worden geregistreerd, wie toestemming moet geven voor afwijkingen en hoe saldi worden opgevolgd. Onduidelijke regels leiden snel tot discussies over loon, overuren of ongelijke behandeling.

    Een veelvoorkomend probleem is het onderscheid tussen bereikbaarheid en arbeidstijd. Een werknemer die thuis nog e-mails leest, telefonisch beschikbaar blijft of inlogt om een dringend probleem op te lossen, kan arbeidstijd presteren. Dat is niet automatisch uitgesloten omdat de onderneming glijdende uren kent. Werkgevers moeten daarom goed nadenken over instructies rond bereikbaarheid, zeker bij telewerk, hybride werk en functies met klantencontact buiten de klassieke kantooruren.

    Ook welzijn op het werk blijft belangrijk. Flexibele arbeidstijd mag niet leiden tot structurele overbelasting. Een werknemer die elke dag lange prestaties levert en die later moeilijk kan recupereren, loopt risico op stress en uitval. Dat kan ook gevolgen hebben voor de aansprakelijkheid van de werkgever wanneer signalen van overbelasting genegeerd worden. Flexibiliteit moet dus werkbaar blijven, niet alleen juridisch maar ook menselijk.

    Voor deeltijdse werknemers is bijzondere voorzichtigheid nodig. Deeltijdse arbeid kent eigen regels over uurroosters, bijkomende uren en bekendmaking van variabele prestaties. Een glijdend systeem kan niet zomaar op dezelfde manier worden toegepast als bij voltijdse werknemers. De arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement en de sectorale regels moeten samen worden bekeken. Wie deeltijds werkt en geregeld meer uren presteert, doet er goed aan zijn loonfiches en uurregistratie nauwkeurig te controleren.

    Voor HR-afdelingen is de loonverwerking een belangrijk aandachtspunt. Plusuren binnen het systeem, echte overuren, inhaalrust, premies, glijtijdsaldi en afwezigheden moeten correct worden verwerkt. Fouten kunnen leiden tot achterstallig loon, sociale zekerheidsproblemen of betwistingen bij ontslag. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst moet bovendien worden nagegaan of er nog saldi openstaan en hoe die volgens de toepasselijke regels moeten worden afgerekend.

    Een ander praktisch gevolg is privacy. Tijdsregistratie is noodzakelijk, maar moet proportioneel en transparant gebeuren. Werknemers moeten weten welke gegevens worden geregistreerd, waarvoor die worden gebruikt en wie toegang heeft. Een systeem dat arbeidstijd registreert, mag niet zonder meer uitgroeien tot permanente controle van elke muisklik of elke beweging. Voor bredere vragen over controle op het werk is ons artikel over privacy op de werkvloer, camerabewaking en e-mailcontrole relevant.

    Voor ondernemingen met vestigingen in bijvoorbeeld Brugge, Leuven en Sint-Niklaas is uniformiteit nuttig, maar niet altijd voldoende. Eenzelfde policy kan voor alle bedienden gelden, terwijl specifieke afdelingen toch andere noden hebben. Denk aan klantenondersteuning, productie, onthaal of technische interventies. Flexibele arbeidstijd moet daarom afgestemd worden op de functie, de organisatie en de toepasselijke sectorregels.

    Wat kunt u doen?

    Wie met glijdende werkuren of flexibele arbeidstijd te maken krijgt, doet er goed aan gestructureerd te werk te gaan. Hieronder vindt u een praktisch stappenplan voor werknemers en werkgevers.

    Stap 1: controleer het arbeidsreglement. Kijk na of glijdende werkuren of flexibele uurroosters uitdrukkelijk zijn opgenomen. Zoek naar bepalingen over stamtijden, glijtijden, referteperiode, maximale dag- en weekgrenzen, pauzes, tijdsregistratie en saldi. Staat er niets in het arbeidsreglement, dan is voorzichtigheid geboden. Een mondelinge gewoonte is juridisch veel kwetsbaarder dan een correct ingevoerd systeem.

    Stap 2: bekijk uw arbeidsovereenkomst en sectorregels. De individuele arbeidsovereenkomst kan bepalingen bevatten over arbeidsduur, plaats van tewerkstelling, bereikbaarheid of telewerk. Daarnaast kunnen sectorale cao’s bijkomende verplichtingen opleggen. Een advocaat of sociaal secretariaat kan helpen om die regels samen te lezen.

    Stap 3: verzamel bewijs. Bij discussie zijn documenten cruciaal. Bewaar uurregistraties, planningen, e-mails, instructies, loonfiches en communicatie over saldi. Werknemers die achterstallig loon vragen, hebben bewijs nodig van de prestaties. Werkgevers die een vordering betwisten, moeten kunnen aantonen dat het systeem correct en transparant werkte.

    Stap 4: maak onderscheid tussen glijtijd en overuren. Niet elk positief saldo is automatisch overloon verschuldigd, maar niet elke extra prestatie kan als gewone glijtijd worden beschouwd. Vraag u af wie de extra uren vroeg, of ze noodzakelijk waren, of ze binnen de grenzen vielen en of recuperatie mogelijk was. Bij twijfel is juridisch advies aangewezen.

    Stap 5: communiceer schriftelijk en concreet. Werknemers kunnen aan HR of de leidinggevende vragen hoe hun saldo wordt berekend en welke regels gelden. Werkgevers kunnen werknemers herinneren aan de toepasselijke grenzen en instructies. Schriftelijke communicatie voorkomt misverstanden en is nuttig als later een juridische procedure volgt.

    Stap 6: grijp tijdig in bij structurele problemen. Als een werknemer voortdurend te veel uren opbouwt, is dat geen detail. Het kan wijzen op te veel werk, slechte planning of fout gebruik van het systeem. Als een werknemer voortdurend negatieve saldi heeft, moet ook dat correct worden opgevolgd. Wacht niet tot het probleem escaleert naar looninhouding, waarschuwing of ontslag.

    Stap 7: vraag juridisch advies voor u een harde beslissing neemt. Werkgevers die een arbeidsreglement willen wijzigen, een flexibel systeem willen invoeren of sancties overwegen, laten dat best vooraf juridisch nakijken. Werknemers die menen dat hun loon niet klopt of dat zij onder druk worden gezet om buiten de regels te werken, raadplegen best een advocaat. Zo vermijdt u dat een discussie onnodig uitgroeit tot een rechtszaak.

    Bij LawBase bekijken we zowel de juridische tekst als de realiteit op de werkvloer. Een policy die mooi klinkt maar in de praktijk anders wordt toegepast, kan problemen veroorzaken. Omgekeerd kan een onderneming met correcte documentatie veel discussies vermijden. Of u nu werknemer bent in Brussel, HR-verantwoordelijke in Gent of werkgever in Tongeren, een tijdige analyse kan veel kosten besparen.

    Lees ook

    Hulp nodig? LawBase staat klaar

    Glijdende werkuren en flexibele arbeidstijd lijken op het eerste gezicht praktisch en eenvoudig, maar de juridische gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Een fout ingevoerd uurrooster, gebrekkige tijdsregistratie of onduidelijke afspraken over overuren kunnen leiden tot loonvorderingen, discussies met de sociale inspectie, spanningen op de werkvloer of een procedure voor de arbeidsrechtbank.

    LawBase helpt werknemers en werkgevers met juridisch advies, onderhandeling en bijstand in een juridische procedure. Wij bekijken uw arbeidsreglement, arbeidsovereenkomst, cao’s, loonfiches en uurregistratie, en vertalen de wetgeving naar een duidelijke strategie. Heeft u als werknemer een advocaat nodig omdat uw prestaties niet correct worden betaald? Of zoekt u als werkgever juridische hulp om een correct systeem van glijdende werkuren in te voeren? Dan is tijdig advies verstandig.

    U kunt terecht bij LawBase in Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Niklaas, Tongeren en Leuven. Een telefonisch gesprek van 15 minuten kost € 24,20 incl. btw, een videocall van 30 minuten kost € 60,50 incl. btw en een consultatie op kantoor van 60 minuten kost € 90,75 incl. btw. Neem contact op via de contactpagina van LawBase of bekijk onze aanpak en tarieven via de prijzenpagina.

    Google 4.9/5 (175) · Trustlocal 9.7/10 (178)

    Hulp nodig bij uw situatie?

    Persoonlijk advies van een advocaat.

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    Veelgestelde vragen

    Meer over Arbeidsrecht

    Juridische bijstand bij ontslag, arbeidsconflicten en arbeidsovereenkomsten.

    Mijn Dossier Beoordelen

    Ontvang direct inzicht in uw zaak, een plan van aanpak en een kostenindicatie.

    Meer info: cookie beleid · privacy