- Home
- Juridische Tools
- Wettelijke Interest Calculator
Wettelijke Interest Berekenen 2026 — Intresten Calculator
Bereken de wettelijke intresten op een onbetaalde schuld of schadevergoeding.
Bereken hier de wettelijke interest op een onbetaalde schuld in België. De calculator bepaalt zelf welke regeling geldt op basis van wie de schuldeiser en wie de schuldenaar is: de wet van 2 augustus 2002 bij handelstransacties, boek XIX WER bij een consumentenschuld, art. 5.240 BW bij een burgerlijke schuld en art. 414 WIB92 bij een fiscale schuld.
Wat doet deze tool?
Actuele Rentevoet
Wettelijke interestvoet 2025-2026
Periode Berekening
Exact per dag berekend
Totaal Bedrag
Hoofdsom + intresten
Drie Types
Burgerlijk, handels- en fiscaal
Voor wie is deze tool?
Onbetaalde Factuur
Bereken de intresten op openstaande facturen
Schadevergoeding
Interest vanaf datum ongeval of ingebrekestelling
Dagvaarding
Bereken totaal te vorderen bedrag
Hoe werkt het?
Bedrag
De hoofdsom waarop interest loopt
Periode
Startdatum tot einddatum
Resultaat
Intresten en totaal verschuldigd
Start uw berekening
Wettelijke Interest Calculator
Bereken de wettelijke, handels- of fiscale interest op een openstaande schuld
Wie staat tegenover wie?
Uit de hoedanigheid van de partijen volgt welke wet van toepassing is.
Handelstransactie tussen ondernemingen
wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, art. 5 en 6
Burgerlijke wettelijke interestvoet
Art. 2, § 1 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen interest — jaarlijks bekendgemaakt door de Thesaurie (FOD Financiën).
| Jaar | Rentevoet | Status |
|---|---|---|
| 2026 | 4,50 % | Actueel |
| 2025 | 4,50 % | Verstreken |
| 2024 | 5,75 % | Verstreken |
| 2023 | 5,25 % | Verstreken |
| 2022 | 1,50 % | Verstreken |
| 2021 | 1,75 % | Verstreken |
| 2020 | 1,75 % | Verstreken |
| 2019 | 2,00 % | Verstreken |
| 2018 | 2,00 % | Verstreken |
| 2017 | 2,00 % | Verstreken |
| 2016 | 2,25 % | Verstreken |
| 2015 | 2,50 % | Verstreken |
| 2014 | 2,75 % | Verstreken |
| 2013 | 2,75 % | Verstreken |
| 2012 | 4,25 % | Verstreken |
| 2011 | 3,75 % | Verstreken |
| 2010 | 3,25 % | Verstreken |
| 2009 | 5,50 % | Verstreken |
| 2008 | 7,00 % | Verstreken |
| 2007 | 6,00 % | Verstreken |
| 2006 | 4,00 % | Verstreken |
Handelsinterest bij betalingsachterstand
Art. 5, tweede lid van de wet van 2 augustus 2002 — halfjaarlijks bekendgemaakt. Deze voet plafonneert ook het verwijlinterestbeding tegenover een consument (art. XIX.4, eerste lid, 1° WER).
| Periode | Rentevoet | Status |
|---|---|---|
| 1e semester 2026 | 10,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2025 | 10,50 % | Verstreken |
| 1e semester 2025 | 11,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2024 | 12,50 % | Verstreken |
| 1e semester 2024 | 12,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2023 | 12,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2023 | 10,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2022 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2022 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2021 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2021 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2020 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2020 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2019 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2019 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2018 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2018 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2017 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2017 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2016 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2016 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2015 | 8,50 % | Verstreken |
| 1e semester 2015 | 8,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2014 | 8,50 % | Verstreken |
| 1e semester 2014 | 8,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2013 | 8,50 % | Verstreken |
| 1e semester 2013 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2012 | 9,25 % | Verstreken |
| 1e semester 2012 | 9,25 % | Verstreken |
| 2e semester 2011 | 9,25 % | Verstreken |
| 1e semester 2011 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2010 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2010 | 8,00 % | Verstreken |
| 2e semester 2009 | 8,00 % | Verstreken |
| 1e semester 2009 | 9,50 % | Verstreken |
| 2e semester 2008 | 11,07 % | Verstreken |
| 1e semester 2008 | 11,20 % | Verstreken |
| 2e semester 2007 | 11,07 % | Verstreken |
| 1e semester 2007 | 10,58 % | Verstreken |
| 2e semester 2006 | 9,83 % | Verstreken |
| 1e semester 2006 | 9,25 % | Verstreken |
Fiscale nalatigheidsinterest
Art. 414 WIB92. Sinds de wet van 25 december 2017 wordt de voet jaarlijks vastgesteld op het gemiddelde van de referte-indexen J voor de lineaire obligaties op tien jaar van juli, augustus en september van het voorafgaande jaar, met een wettelijk minimum van 4 % en een maximum van 10 %. De moratoriuminterest van art. 418 WIB92 is die voet verminderd met twee procentpunten. Voor btw geldt sinds 1 januari 2023 8 % nalatigheidsinterest en 6 % moratoriuminterest.
| Jaar | Rentevoet | Status |
|---|---|---|
| 2026 | 4,00 % | Actueel |
| 2025 | 4,00 % | Verstreken |
| 2024 | 4,00 % | Verstreken |
| 2023 | 4,00 % | Verstreken |
| 2022 | 4,00 % | Verstreken |
| 2021 | 4,00 % | Verstreken |
| 2020 | 4,00 % | Verstreken |
| 2019 | 4,00 % | Verstreken |
| 2018 | 4,00 % | Verstreken |
Deze tabellen worden gegenereerd uit dezelfde reeksen als de rekenmotor, aangevuld met de live-tarieven uit onze databank. Ze kunnen dus niet uiteenlopen met de berekening.
Bespreek uw wettelijke interest calculatorberekening met een advocaat
Na het invullen ontvangt u uw resultaten gratis per email. Wilt u de berekening bespreken of advies krijgen over uw specifieke situatie? Plan eenvoudig een afspraak.
Gratis per email
Ontvang uw resultaten direct in uw inbox na het invullen van de calculator.
Afspraak maken
Bespreek uw burgerlijk recht-dossier met een ervaren advocaat.
Persoonlijk advies
Van indicatie naar concreet plan: krijg advies op maat voor uw dossier.

Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Advocaat • Orde van Vlaamse Balies • Universiteit Gent
Veelgestelde vragen over wettelijke interest calculator
Gerelateerde informatie
Gerelateerde tools
Meer informatie
Wettelijke interest in België: welke regeling, welke voet, vanaf welke dag (2026)
Vier regelingen, vier startpunten
Er is niet één wettelijke interest. Welke regeling van toepassing is, hangt af van de hoedanigheid van de partijen en van de aard van de schuld. Dat bepaalt zowel de voet als de dag waarop de interest begint te lopen.
- Handelstransactie — de schuldeiser is een onderneming en de schuldenaar is een onderneming of een overheid: wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. De interest loopt van rechtswege vanaf de dag na de vervaldag, zonder ingebrekestelling (art. 5 wet 2 augustus 2002).
- Burgerlijke schuld — geen van beide partijen handelt als onderneming: de moratoire interest van art. 5.240 BW. Die is pas verschuldigd vanaf de ingebrekestelling, tenzij de wet of de overeenkomst anders bepaalt. De voet volgt de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen interest.
- Consumentenschuld — een onderneming vordert van een consument: boek XIX WER. Er is niets verschuldigd zolang de kosteloze eerste herinnering niet verstuurd is en de termijn van veertien kalenderdagen van art. XIX.2, § 1 WER niet verstreken is.
- Belastingschuld — nalatigheidsinterest op grond van art. 414 WIB92, berekend per volle kalendermaand. Betaalt de Staat terug, dan geldt de moratoriuminterest van art. 418 WIB92: de voet van art. 414, § 1, tweede lid verminderd met twee procentpunten.
De tool leidt de regeling af uit de hoedanigheid van schuldeiser en schuldenaar en toont welke wettelijke grondslag zij toepast. Twijfelt u over de kwalificatie, dan is dat precies het punt waarop het bedrag staat of valt.
Handelstransacties: interest van rechtswege, forfait van 40 euro en de grens van zestig dagen
Bij een handelstransactie geldt geen ingebrekestelling als voorwaarde. Art. 5 van de wet van 2 augustus 2002 laat de interest lopen vanaf de dag volgend op de overeengekomen vervaldag, of — bij gebrek aan afspraak — na de wettelijke termijn van dertig kalenderdagen. De interestvoet is de referentierentevoet van de Europese Centrale Bank verhoogd met acht procentpunten en wordt halfjaarlijks bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Daarbovenop komt art. 6, eerste lid van dezelfde wet: van rechtswege en zonder ingebrekestelling is een forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de invorderingskosten verschuldigd. Art. 6, tweede lid geeft recht op een redelijke schadeloosstelling voor alle andere invorderingskosten die dat forfait te boven gaan, de rechtsplegingsvergoeding daarin begrepen.
Belangrijk bij de datumcontrole: art. 4, § 1 van de wet begrenst de contractuele betalingstermijn tot maximaal zestig kalenderdagen. Ligt de bedongen vervaldag verder, dan wordt dat beding voor niet geschreven gehouden. Over het gevolg bestaan twee lezingen: volgens de meest gevolgde opvatting geldt de suppletieve termijn van dertig kalenderdagen, volgens een deel van de rechtsleer het maximum van zestig dagen. Vul daarom ook de factuurdatum in; het verschil bedraagt dertig dagen interest.
Burgerlijke schulden: art. 5.240 BW en de rol van de ingebrekestelling
Sinds de invoering van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek staat de moratoire interest in art. 5.240 BW (het oude art. 1153 Oud BW). De regel is eenvoudig: bij een verbintenis tot betaling van een geldsom bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering enkel uit de wettelijke interest, en die loopt vanaf de ingebrekestelling.
Twee gevolgen. Eerst: zonder ingebrekestelling geen interest, tenzij de wet of het contract de interest van rechtswege laat lopen. Vervolgens: de schuldeiser moet geen schade bewijzen, want de interest is forfaitair. Een hogere contractuele interest is mogelijk, maar een schadebeding blijft onderworpen aan de matigingsbevoegdheid van de rechter (art. 5.88 BW).
Art. 5.207 BW regelt de kapitalisatie: vervallen remuneratoire en moratoire interest brengt enkel interest op ten gevolge van een schriftelijke ingebrekestelling of van een specifiek contract, mits die betrekking heeft op interest die ten minste voor een geheel jaar verschuldigd is. Twee verschillen met het oude art. 1154 Oud BW: de regel is nu dwingend ("niettegenstaande andersluidend beding") en een schriftelijke ingebrekestelling volstaat — een gerechtelijke aanmaning is niet meer nodig. Verwar dit niet met art. 5.241 BW, dat de compensatoire interest bij waardeschulden regelt; het onderscheid geldschuld/waardeschuld staat in art. 5.206 BW.
Consumenten: boek XIX WER plafonneert alles
Vordert een onderneming van een consument, dan is boek XIX WER dwingend. Art. XIX.2, § 1 WER verplicht tot een kosteloze eerste herinnering en een wachttermijn van veertien kalenderdagen. Die termijn gaat in op de derde werkdag na verzending, of op de kalenderdag na verzending wanneer de herinnering elektronisch werd verstuurd.
Art. XIX.2, § 3 WER bepaalt wat in die herinnering moet staan: het verschuldigde saldo, het bedrag van het schadebeding bij niet-betaling binnen de termijn, de identiteit van de schuldeiser en een beschrijving van de schuld met de datum van opeisbaarheid.
Art. XIX.4, eerste lid WER plafonneert het totaal van verwijlinteresten en invorderingskosten: 20 euro tot en met een saldo van 150 euro, 30 euro plus 10 % van de schijf boven 150 euro tot en met 500 euro, en 65 euro plus 5 % van de schijf boven 500 euro met een absoluut maximum van 2.000 euro. Wordt de eerste herinnering niet correct verstuurd, dan kan krachtens art. XIX.8 WER niets van art. XIX.4 WER gevorderd worden. Een beding dat het plafond te boven gaat, wordt voor niet geschreven gehouden.
Belastingschulden: per volle maand, niet per dag
Art. 414, § 1 WIB92 laat de nalatigheidsinterest lopen per volle kalendermaand, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de betalingstermijn verstreek. De maand waarin betaald wordt, telt mee als een volle maand. Een dagberekening bestaat hier dus niet, en de tool toont daarom maanden.
De keerzijde is art. 418 WIB92: de moratoriuminterest die de Staat verschuldigd is bij terugbetaling van belasting. Die bedraagt de overeenkomstig art. 414, § 1, tweede lid vastgestelde rentevoet verminderd met twee procentpunten. Wat de fiscus vordert en wat de fiscus teruggeeft, zijn dus twee verschillende voeten: bij de wettelijke ondergrens van 4 % betaalt u 4 % en krijgt u 2 %.
Twee zaken die de tool niet automatiseert: de afronding van de berekeningsgrondslag en de drempel waaronder geen nalatigheidsinterest verschuldigd is. Laat het bedrag daarom altijd naleggen tegenover het aanslagbiljet of het bericht van de FOD Financiën.
Na uw berekening: hoe LawBase u verder helpt
U ontvangt de berekening met de opsplitsing per periode per e-mail, zodat u die kunt meesturen met een aanmaning. Wilt u het bedrag ook effectief innen, dan begeleiden onze advocaten de aanmaning, de dagvaarding of — bij een onbetwiste B2B-schuld — de procedure invordering onbetwiste schulden (art. 1394/20 e.v. Ger.W.).
Bekijk ook de Factuur Invordering Tool voor het stappenplan bij een onbetaalde factuur, en de Verjaring Calculator om te controleren of uw vordering nog niet verjaard is.
Bespreek uw vordering met een advocaat
U ontvangt uw berekening per e-mail. Wilt u de schuld laten innen of betwisten? Plan een afspraak om uw opties en de indicatieve kosten te bespreken.
Gratis per email
Ontvang uw resultaten direct in uw inbox
Afspraak maken
Bespreek uw situatie met een advocaat
Persoonlijk advies
Van indicatie naar concreet plan