Kindregeling in België: alles wat u moet weten
Geschreven door een LawBase expert
Advocaat bij LawBase
Chanel is gespecialiseerd in strafrecht, familierecht, burgerlijk recht en consumentenrecht. Ze combineert juridische kennis met een empathische benadering.
Meer over ons teamHulp nodig bij uw situatie?
Gratis en vrijblijvend eerste advies. Reactie binnen 48 uur.
Persoonlijk advies nodig?
Volledige juridische gids over de kindregeling voor niet-gehuwde ouders in België: pijlers, wettelijk kader, bekrachtiging en wijziging. Door Mr. Chanel Ribas Colomar.
Inhoudsopgave
Kort antwoord: wat is een kindregeling?
Kindregeling in 5 punten:
- Een kindregeling is de schriftelijke overeenkomst tussen niet-gehuwde ouders over hun gemeenschappelijke kinderen na een relatiebreuk.
- Ze regelt minstens vier zaken: het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling, de onderhoudsbijdrage en de fiscale verdeling.
- Pas na bekrachtiging door de familierechtbank is de overeenkomst afdwingbaar — vóór bekrachtiging blijft het een loutere afspraak.
- Voor gehuwde ouders bestaat een gelijkaardig instrument: de regelingsakte in een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT).
- Bij elke beslissing primeert het belang van het kind; de familierechter weigert de bekrachtiging als de overeenkomst manifest tegen dit belang ingaat.
Hieronder leest u in detail wat een kindregeling juridisch inhoudt, welke onderdelen u verplicht moet opnemen, hoe u de overeenkomst opstelt en laat bekrachtigen, wat de fiscale gevolgen zijn, en hoe u ze later kunt aanpassen wanneer de omstandigheden wijzigen.
Wat is een kindregeling?
Een kindregeling — juridisch ook wel "ouderschapsovereenkomst" of "akkoord over de kinderen" genoemd — is een schriftelijke overeenkomst waarin twee niet-gehuwde ouders na een relatiebreuk hun afspraken vastleggen over hun gemeenschappelijke minderjarige kinderen. De regeling fungeert als de juridische tegenhanger van de regelingsakte in een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) voor gehuwde koppels.
In de volksmond wordt het document soms verward met een gewone afspraak of een onderhandse brief tussen ouders. Toch is dat juridisch onvolledig: een kindregeling die niet door de familierechtbank werd bekrachtigd, kan in geval van betwisting niet rechtstreeks worden afgedwongen via gerechtsdeurwaarder. Pas na bekrachtiging — "homologatie" in het juridisch jargon — krijgt de overeenkomst dezelfde uitvoerbare kracht als een vonnis.
Voor veel ouders is dit een onderbelichte stap. Wettelijk samenwonende of feitelijk samenwonende ouders denken vaak dat "alles in onderling overleg houden" volstaat, en stappen pas naar de familierechtbank wanneer er een conflict ontstaat. Tegen dan staan partijen lijnrecht tegenover elkaar, en wat eerst een formaliteit had kunnen zijn, wordt een procedure ten gronde.
Bereken uw alimentatie
Krijg direct een indicatie van de alimentatiebijdrage op basis van uw situatie.
Kindregeling PRO — Ouderschapsovereenkomst
Stel een sluitende ouderschapsovereenkomst op: verblijfsregeling, vakantieregeling en kostenverdeling — klaar voor de familierechtbank.
- Alle afspraken — verblijf, vakantie, school en kosten — in één document
- Onderbouwd via de Methode-Renard voor kostenverdeling
- Advocatencontrole vóór neerlegging
- Vaste prijs en duidelijk stappenplan
De drie onderdelen van een kindregeling
De Belgische familierechtbank toetst een kindregeling op drie pijlers vóór ze tot bekrachtiging overgaat. Een onevenwichtige regeling op één pijler kan tot een (gedeeltelijke) weigering van de bekrachtiging leiden, ook wanneer beide ouders het volledig eens waren.
1. De gezagsregeling
Dit is de afspraak over wie beslist over de belangrijke aangelegenheden in het leven van het kind: schoolkeuze, godsdienst, medische ingrepen, verblijfplaats, hobby's en buitenlandse reizen. In de regel kiezen ouders voor het gezamenlijk uitoefenen van het ouderlijk gezag — dit is sinds 1995 hoe dan ook de wettelijke regel. Enkel in uitzonderlijke situaties kan exclusief ouderlijk gezag aan één ouder worden toegekend. De kindregeling kan binnen het gezamenlijk gezag concrete uitvoeringsafspraken vastleggen: hoe en op welke termijn raadpleegt u elkaar bij medische beslissingen, wie schrijft het kind in op school, hoe verloopt de communicatie met leerkrachten en artsen.
2. De verblijfsregeling
Dit is het concrete schema waarin staat waar het kind welke dag verblijft. De klassieke vormen — week-om-week, 2-2-3, 5-2-2-5, of een hoofdverblijf bij één ouder met omgangsregeling voor de andere — komen allemaal in aanmerking, mits het belang van het kind wordt gediend. De regeling regelt ook de schoolvakanties, de feestdagen, de verjaardagen, en de wijze van overdracht (waar, wanneer, wie haalt op of brengt). Daarnaast bevat ze in regel een communicatieprotocol: een gedeelde kalender, vrije telefoon- of videocontacten met de niet-bezoekende ouder, en een procedure voor onverwachte situaties.
3. De financiële regeling
Dit is de meest geschillengevoelige pijler. De kindregeling bepaalt het bedrag van de onderhoudsbijdrage (alimentatie), de indexatieformule, de wijze van betaling (rechtstreeks aan de andere ouder of via de kindrekening), en de verdeelsleutel voor de buitengewone kosten — typisch school, gezondheidszorg, hobby's en hogere studies. Daarnaast regelt zij de fiscale aspecten: wie geeft het kind ten laste in zijn aangifte, of opteren beide ouders voor fiscaal co-ouderschap, en hoe wordt eventueel ontvangen kinderbijslag (Groeipakket in Vlaanderen) verdeeld.
Wettelijk kader: wat zegt de Belgische wet?
Artikelen 373–374 oud Burgerlijk Wetboek
De juridische basis voor het gezamenlijk ouderlijk gezag — ook na een relatiebreuk en ook bij niet-gehuwde ouders — vindt u in de artikelen 373 en 374 oud Burgerlijk Wetboek. Sinds de wet van 13 april 1995 betreffende de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag is dit de wettelijke regel: ouders blijven samen verantwoordelijk voor de essentiële beslissingen, ongeacht hun burgerlijke staat. Voor niet-gehuwde ouders is er één bijkomende voorwaarde: het kind moet door beide ouders erkend zijn (artikel 319 oud BW voor de erkenning door de vader). Zonder erkenning ontstaat geen juridische ouder-kindrelatie, en kan er ook geen kindregeling worden opgesteld in hoofde van de niet-erkennende ouder.
Artikel 387bis oud BW
Op grond van artikel 387bis oud BW kan de familierechtbank op verzoek van één van de ouders, of van het kind in voorkomend geval, alle beslissingen omtrent het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en de onderhoudsbijdrage opleggen of wijzigen. Concreet: ook wanneer u géén kindregeling hebt opgesteld, of wanneer de andere ouder weigert mee te werken, kunt u eenzijdig een verzoekschrift neerleggen bij de familierechtbank.
De familierechtbank en haar bevoegdheid
Sinds de wet van 30 juli 2013 (in werking sinds 1 september 2014) is de familierechtbank — een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg — exclusief bevoegd voor alle kwesties inzake ouderlijk gezag, verblijfsregeling en onderhoudsbijdragen voor minderjarige kinderen (artikel 572bis Gerechtelijk Wetboek). Territoriaal bevoegd is in de regel de rechtbank van de woonplaats van het kind (artikel 629bis Ger.W.).
Het belang van het kind als toetssteen
Bij de bekrachtiging toetst de familierechter de overeenkomst aan het belang van het kind — een principe dat onder meer is verankerd in artikel 22bis van de Grondwet en in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Een overeenkomst die manifest tegen dit belang ingaat (bv. een onrealistisch verblijfsschema gelet op de afstand, of een onderhoudsbijdrage die ontoereikend is in verhouding tot de behoeften), kan worden geweigerd of slechts gedeeltelijk worden bekrachtigd.
Kindregelingen in België: een korte stand van zaken
Het aantal niet-gehuwde ouders dat samen kinderen krijgt en later uit elkaar gaat, is in België de afgelopen decennia sterk toegenomen. Uit cijfers van Statbel blijkt dat een meerderheid van de eerstgeboren kinderen vandaag bij ongehuwde ouders ter wereld komt — een tendens die zich vooral in Vlaanderen en Brussel doorzet. Toch wordt slechts een minderheid van deze relaties beëindigd met een formele kindregeling die door de familierechtbank werd bekrachtigd. In de praktijk leidt dit vaak tot conflicten op het ogenblik dat één van beiden een nieuwe partner krijgt, verhuist, of een fiscaal voordeel wil claimen — situaties waarin een bekrachtigde regeling alle discussie ten gronde voorkomt.
Hoe stelt u een kindregeling op?
Bij akkoord: via een ouderschapsovereenkomst
Wanneer beide ouders akkoord gaan, stelt u samen een ouderschapsovereenkomst op. U legt de drie pijlers vast (gezag, verblijf, financieel), regelt de praktische uitvoering (kalender, communicatieprotocol, buitengewone kosten), en ondertekent het document. Vervolgens dient u een gezamenlijk verzoekschrift in bij de familierechtbank van de woonplaats van het kind, met de overeenkomst in bijlage en de vraag tot bekrachtiging. Eens bekrachtigd geldt de overeenkomst als een vonnis: afdwingbaar via gerechtsdeurwaarder, met dwangsom of beslag indien nodig.
👉 Start uw kindregeling — vanaf € 499 excl. btw
Bij gedeeltelijk akkoord: bemiddeling
Bent u het over de meeste punten eens, maar blokkeert het op één onderdeel (vaak de alimentatie of de vakantieregeling), dan loont een familiale bemiddelaar. Een erkend bemiddelaar — vaak een advocaat met een specifieke opleiding — begeleidt u in vier à zes sessies naar een evenwichtige overeenkomst. Het bemiddelingsakkoord wordt vervolgens op dezelfde wijze als een gewone kindregeling bekrachtigd door de familierechtbank.
Bij conflict: via de familierechtbank
Komt u er ook met bemiddeling niet uit, dan beslist de familierechtbank. U dient een eenzijdig verzoekschrift in (artikel 1253ter/4 Ger.W.) en vraagt de rechter alle ontbrekende beslissingen te nemen. De rechter zal het belang van het kind vooropstellen, beide ouders horen, en — bij betwiste verblijfskwesties — bij voorrang onderzoeken of een gelijkmatig verdeeld verblijf mogelijk is. Lees ook onze pagina over ouderschapsregelingen.
Onderdelen die u verplicht moet vastleggen
Een kindregeling die slechts één paragraaf telt over het verblijf, en verder zwijgt, zal door de familierechtbank meestal niet zonder opmerkingen worden bekrachtigd. De rechtbank verwacht een volwaardige regeling die alle voorzienbare situaties dekt.
Identificatie en grondslag
De volledige identiteit van beide ouders en alle gemeenschappelijke kinderen, met geboortedata en rijksregisternummers, alsook de datum waarop de feitelijke samenwoning werd beëindigd. Deze gegevens zijn nodig voor de griffie en voor de uitvoerbaarheid van het toekomstig vonnis.
Gezag
De keuze voor gezamenlijk of exclusief ouderlijk gezag, met uitvoeringsmodaliteiten: hoe wordt elkaar geraadpleegd over schoolkeuze, godsdienstige opvoeding, medische ingrepen, en buitenlandse reizen. Sluit de overeenkomst af met een geschilbeslechtingsclausule (bv. eerst bemiddeling, daarna familierechtbank in kort geding).
Verblijfsregeling
Het concrete schema voor schooljaar én vakanties, met een minutieuze kalender voor minstens twaalf maanden vooruit, een verdeling van de wettelijke feestdagen en de verjaardagen van het kind en van elke ouder, een overdrachtsprotocol (waar, wie haalt op, op welk uur), en een regeling voor onverwachte situaties (ziekte, schoolvrije dagen, last-minute wijzigingen).
Onderhoudsbijdrage
Het exacte bedrag van de maandelijkse onderhoudsbijdrage, de indexatieformule (klassiek: jaarlijkse indexering volgens de gezondheidsindex), de betaaldatum en de wijze van betaling (rechtstreeks of via een kindrekening). Daarnaast een verdeelsleutel voor de buitengewone kosten — meestal in verhouding tot de respectieve netto-inkomens van beide ouders.
Fiscale regeling
De keuze voor klassiek ten laste nemen (één ouder neemt het kind ten laste, de andere trekt eventueel onderhoudsgeld af) óf voor fiscaal co-ouderschap (verdeling van de belastingvrije som tussen beide ouders). Vermeld expliciet welke vakcodes elke ouder zal invullen.
Aansluitende clausules
Een evaluatieclausule (bv. herziening op verzoek van één ouder na 24 maanden of bij wijziging van omstandigheden), een geschilbeslechtingsclausule (eerst bemiddeling), en — indien gewenst — een verhuisclausule (verplichting tot voorafgaande melding bij verhuis op meer dan X km).
Voordelen en nadelen van een kindregeling
Voordelen
- Rechtszekerheid voor beide ouders en — minstens zo belangrijk — voor het kind. Iedereen weet waar hij of zij aan toe is, ook over enkele jaren.
- Afdwingbaarheid via gerechtsdeurwaarder van zodra de familierechtbank de overeenkomst heeft bekrachtigd. Geen nieuwe procedure ten gronde nodig bij niet-naleving.
- Voorkomen van escalatie. De meeste familiale conflicten ontstaan niet op het ogenblik van de breuk zelf, maar later — wanneer één ouder een nieuwe partner krijgt, een job verandert of verhuist.
- Fiscaal-technische correctheid. Veel ouders missen jaarlijks honderden euro's belastingvoordeel doordat de kindregeling onduidelijk is over wie het kind ten laste mag nemen.
- Bescherming bij onvoorziene gebeurtenissen — een ongeval, ziekte of overlijden van één van de ouders. Een bekrachtigde overeenkomst houdt stand, een mondelinge afspraak meestal niet.
Nadelen
- Tijdsinvestering — een goede regeling vergt enkele uren overleg per pijler, plus de bekrachtigingsprocedure (gemiddeld twee à vier maanden).
- Kostprijs — vanaf € 499 (excl. btw) voor een online tool met advocatencontrole, oplopend voor complexere situaties.
- Vermindering van flexibiliteit. Wat eens bekrachtigd is, kan niet eenzijdig worden gewijzigd. Voor sommige ouders voelt dit als een keurslijf, terwijl het juist die juridische binding is die de zekerheid creëert.
- Confronterend karakter — over alimentatie en verblijf in detail moeten onderhandelen kort na een breuk is voor veel mensen emotioneel zwaar.
Voorbeeld 1: niet-gehuwd, geen regeling, plotse verhuis
De situatie. Tim en Laila zijn zeven jaar feitelijk samenwonend geweest, met twee kinderen (4 en 7 jaar). Na de breuk in januari 2026 spreken zij mondeling een week-om-weekregeling af, zonder iets op papier te zetten. Tim betaalt elke maand € 350 alimentatie via overschrijving. In april 2026 deelt Laila per WhatsApp mee dat zij in juni naar haar nieuwe vriend in Luik verhuist (180 km), en dat "de kinderen bij haar zullen blijven".
Het antwoord. Juridisch staat Tim sterk maar procedureel zwak. Beide ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit (art. 374 oud BW), en een verhuis op die afstand vereist hoe dan ook akkoord van beide ouders óf een uitspraak van de familierechtbank. Tim moet dringend in kort geding (artikel 1253ter/7 Ger.W.) een verzoek tot dringende en voorlopige maatregelen indienen.
De les. Een mondelinge afspraak is geen juridische regeling. Een tijdige kindregeling, opgemaakt in de eerste maanden na de breuk wanneer beide ouders nog constructief overleggen, voorkomt precies dit type situaties.
De financiële afspraken in detail
De basisbijdrage volgens de Hobin-methode
In België wordt de hoogte van de onderhoudsbijdrage in regel berekend volgens de Hobin-methode, die rekening houdt met het netto-inkomen van beide ouders, het aantal kinderen, hun leeftijd, de verblijfsregeling en de buitengewone kosten. De methode is geen wettelijke verplichting maar wordt door de meeste familierechters als referentiekader gehanteerd. Belangrijk: ook bij een gelijkmatig verdeeld verblijf (50/50) kan een onderhoudsbijdrage verschuldigd zijn wanneer het inkomen van beide ouders sterk verschilt. Het kind heeft recht op een vergelijkbare levensstandaard bij beide ouders.
Buitengewone kosten
Buitengewone kosten zijn de uitgaven die de gewone, dagelijkse zorg overstijgen: school (inschrijvingsgeld, boeken, schoolreizen), gezondheid (orthodontist, bril, niet-terugbetaalde geneeskundige kosten), hobby's en sportkampen, en — later — hogere studies. Het koninklijk besluit van 22 april 2019 geeft een indicatieve lijst. De kindregeling bepaalt de verdeelsleutel (klassiek in verhouding tot het netto-inkomen van beide ouders), de wijze van facturatie en betaling, en eventueel een drempelbedrag waarboven voorafgaand overleg verplicht is.
Fiscale verdeling (artikel 132bis WIB 1992)
Op grond van artikel 132bis WIB 1992 kunnen niet-samenwonende ouders fiscaal co-ouderschap aanvragen, mits aan vier voorwaarden is voldaan: gemeenschappelijke kinderen, gescheiden huishouden, beide ouders dragen bij in het onderhoud, en de huisvesting is gelijkmatig verdeeld. De belastingvrije som wordt dan door twee gedeeld. Belangrijk: bij fiscaal co-ouderschap kunt u géén onderhoudsuitkeringen voor het kind aftrekken van uw belastbaar inkomen. U moet kiezen tussen de verdeling van de belastingvrije som óf de aftrek van onderhoudsgeld — niet beide.
Bekrachtiging door de familierechtbank
Een kindregeling is geen vrijblijvend akkoord. Pas door de bekrachtiging — "homologatie" — krijgt zij de uitvoerbare kracht van een vonnis. Zonder bekrachtiging is uw overeenkomst slechts een onderhandse afspraak. In geval van niet-naleving moet u eerst ten gronde dagvaarden om een uitvoerbare titel te bekomen — een procedure die zes maanden tot een jaar in beslag kan nemen, terwijl de schade ondertussen oploopt. Een bekrachtigde regeling kunt u onmiddellijk laten uitvoeren via gerechtsdeurwaarder: loonbeslag voor onbetaalde alimentatie, dwangsom voor niet-naleving van het verblijf, of zelfs strafklacht wegens niet-afgifte van een kind (artikel 432 Strafwetboek).
Hoe verloopt de procedure?
U dient een gezamenlijk verzoekschrift in bij de familierechtbank van de woonplaats van het kind, samen met de ondertekende kindregeling en de identiteitsbewijzen van beide ouders. De griffie roept beide partijen op voor een korte zitting — meestal binnen zes à twaalf weken. De familierechter overloopt de overeenkomst, peilt naar het belang van het kind, en bekrachtigt vervolgens de regeling in zijn vonnis.
Wanneer weigert de rechter de bekrachtiging?
Hoewel zeldzaam, kan de familierechter de bekrachtiging weigeren of slechts gedeeltelijk verlenen. Dit gebeurt typisch wanneer het verblijfsschema manifest onhaalbaar is gelet op de afstand tussen de ouderlijke woningen, de onderhoudsbijdrage kennelijk ontoereikend is in verhouding tot de behoeften van het kind, of er geen sluitende regeling is voor schoolvakanties en feestdagen.
Wijzigen van een bestaande kindregeling
Een eenmaal bekrachtigde regeling is geen levenslang vonnis. Op grond van artikel 387bis oud BW kan een wijziging worden gevraagd wanneer er sprake is van een nieuw, onvoorzien element dat de bestaande regeling onhoudbaar maakt. Voorbeelden: een ouder verhuist naar een andere stad of regio, het inkomen van één van de ouders verandert ingrijpend (jobverlies, promotie, ziekte), het kind groeit en heeft andere noden (puberteit, schoolkeuze, gezondheidsproblemen), één ouder voldoet structureel niet aan de gemaakte afspraken, of het kind zelf wenst een wijziging (vanaf 12 jaar wordt zijn of haar mening zwaarder gewogen via het hoorrecht).
Liefst gebeurt de wijziging in onderling overleg, eventueel met behulp van een familiale bemiddelaar. Het wijzigingsakkoord wordt vervolgens opnieuw door de familierechtbank bekrachtigd. Komt u er niet uit, dan dient één ouder een wijzigingsverzoekschrift in. De rechter zal de vraag tot wijziging onderzoeken en beslissen op basis van het belang van het kind.
Wanneer een kindregeling niet (zonder rechter) tot stand komt
Niet elke ouderlijke breuk laat zich oplossen met een gezamenlijk opgestelde kindregeling. In sommige situaties is een vrijwillige overeenkomst niet haalbaar, en moet de familierechter knopen doorhakken:
- Het conflictniveau is te hoog. Wanneer ouders niet meer rechtstreeks kunnen communiceren of elkaar systematisch beschuldigen, leidt elke onderhandeling tot escalatie.
- Eén ouder weigert elke informatie te delen. Een correcte alimentatieberekening vereist de loonfiches en aanslagbiljetten van beide ouders.
- Eén ouder is niet erkend als juridische ouder. Bij niet-gehuwde koppels moet het kind door beide ouders zijn erkend.
- Er is sprake van geweld, misbruik of verwaarlozing. De rechter kan exclusief ouderlijk gezag toekennen aan één ouder, met een beperkte of begeleide omgangsregeling voor de andere.
- Internationale elementen overschrijden het Belgisch recht. Wonen de ouders in verschillende landen, of wordt een verhuis naar het buitenland gepland, dan komt de Brussel IIter-Verordening of het Haags Kinderontvoeringsverdrag in beeld.
Voorbeeld 2: kindregeling werkt twee jaar, dan loopt het mis
De situatie. Sven en Marie hebben drie jaar geleden — bij hun feitelijke scheiding — een kindregeling laten bekrachtigen voor hun zoon Ferre (nu 11 jaar). Week-om-weekverblijf, € 280 alimentatie van Sven aan Marie, fiscaal co-ouderschap. Eind 2025 verliest Sven zijn job en ontvangt hij sinds januari 2026 een werkloosheidsuitkering van € 1.450 netto per maand. Hij staakt eenzijdig de alimentatie.
De juiste aanpak. Bij de eerste onbetaalde maand stuurt Marie onmiddellijk een aangetekende ingebrekestelling. Bij voortdurende niet-betaling dient zij twee verzoekschriften in: een uitvoerend verzoekschrift om de gerechtsdeurwaarder te machtigen tot loonbeslag of beslag op de werkloosheidsuitkering (binnen de wettelijke grenzen van artikel 1410 Ger.W.), én een wijzigingsverzoekschrift op grond van artikel 387bis BW om de alimentatie tijdelijk te verlagen tot een bedrag dat voor Sven haalbaar is.
De les. Een bekrachtigde kindregeling kan en moet eenzijdig worden afgedwongen wanneer de andere ouder weigert na te komen. Wachten uit empathie is contraproductief: hoe ouder de schuld, hoe kleiner de kans op recuperatie, en het kind blijft de eerste benadeelde.
Wat als de andere ouder niet wil meewerken?
Onwil om te onderhandelen
Wanneer de andere ouder weigert deel te nemen aan een gezamenlijke kindregeling, kunt u op grond van artikel 387bis oud BW een eenzijdig verzoekschrift indienen bij de familierechtbank. De rechter zal beide ouders horen en alle ontbrekende beslissingen nemen. U hoeft niet te wachten op het akkoord van de andere ouder.
Onwil om informatie te delen
Voor een correcte alimentatieberekening kan de familierechter op uw vraag de andere ouder verplichten alle inkomensgegevens voor te leggen. Bij weigering kan een dwangsom worden opgelegd, of kan de rechter de inkomsten ramen op basis van objectieve elementen — meestal in uw voordeel.
Onwil om de bekrachtigde regeling na te leven
Een bekrachtigde kindregeling is een uitvoerbare titel. Niet-naleving leidt tot loonbeslag (alimentatie), dwangsom (verblijf), of in extreme gevallen tot strafklacht wegens niet-afgifte van een kind (artikel 432 Strafwetboek) of familieverlating (artikel 391bis Strafwetboek bij blijvend in gebreke blijven van alimentatie). Onderschat dit niet: dit zijn geen theoretische bepalingen, maar instrumenten die in de praktijk regelmatig worden toegepast.
Afsluiten en volgende stappen
Een goed opgestelde, door de familierechtbank bekrachtigde kindregeling biedt u de zekerheid die u en uw kind nodig hebben — vandaag én over vijf of tien jaar. Met de online kindregeling-tool stelt u vanaf € 499 excl. btw een evenwichtig dossier op, klaar voor neerlegging bij de familierechtbank.
👉 Start uw kindregeling — of plan een vrijblijvende videocall met een advocaat familierecht.
Hulp nodig bij uw situatie?
Gratis en vrijblijvend eerste advies. Reactie binnen 48 uur.
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
Burgerlijk Wetboek(Art. 203-211)
- •
Burgerlijk Wetboek(Art. 301)
- •
Burgerlijk Wetboek(Art. 375bis)
- •
Gerechtelijk Wetboek(Art. 1253ter)
Veelgestelde vragen
Handige Tools
Gebruik onze gratis tools om direct inzicht te krijgen in uw situatie:
Meer over Familierecht
Expertise in echtscheiding, alimentatie en ouderschapsregelingen.
Kindregeling PRO — Ouderschapsovereenkomst
Stel een sluitende ouderschapsovereenkomst op: verblijfsregeling, vakantieregeling en kostenverdeling — klaar voor de familierechtbank.
- Alle afspraken — verblijf, vakantie, school en kosten — in één document
- Onderbouwd via de Methode-Renard voor kostenverdeling
- Advocatencontrole vóór neerlegging
- Vaste prijs en duidelijk stappenplan
Mijn Dossier Beoordelen
Ontvang direct inzicht in uw zaak, een plan van aanpak en een kostenindicatie — geheel vrijblijvend.
