Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Vordering toegewezen

    Rijden onder invloed van amfetamine: Politierechter legt dubbele sanctie op van rijverbod en ongeschiktheid tot sturen

    Mr. Chanel Ribas ColomarPolitierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde2 januari 2026508 weergaven
    Delen:
    verkeersrechtdrugs in verkeerrijverbodwegverkeerswetongeschiktheid tot sturenamfetaminemedisch onderzoekpsychologisch onderzoek

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    In dit vonnis van de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, wordt een bestuurster, mevrouw [PERSOON A], veroordeeld voor het besturen van een voertuig onder invloed van drugs. De feiten vonden plaats op [DATUM Y] te [GEMEENTE Y]. Een speeksel- of bloedanalyse wees de aanwezigheid van amfetamine (AMF) in haar organisme aan, met een gehalte van 1250 ng/ml. Dit gehalte overschrijdt aanzienlijk de wettelijk vastgestelde drempel.

    Geschil

    Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling op basis van artikel 37bis, §1, 1° van de Wegverkeerswet. De verdediging, gevoerd door een advocaat, kon de rechtbank niet overtuigen van de onschuld of van verzachtende omstandigheden, aangezien de tenlastelegging bewezen werd verklaard. De rechtbank besloot de beklaagde te veroordelen tot een geldboete van €1.600 (zijnde €200 vermenigvuldigd met de opdeciemen) en een verval van het recht tot sturen voor een periode van drie maanden. Bovendien werd het herstel van haar recht tot sturen afhankelijk gemaakt van het slagen voor zowel een medisch als een psychologisch onderzoek. De rechtbank benadrukte dat een rijverbod een efficiënte straf is vanwege de zware impact.

    Beslissing

    Cruciaal in deze zaak is dat de rechtbank, naast de strafrechtelijke sanctie, ook een beveiligingsmaatregel oplegde op grond van artikel 42 van de Wegverkeerswet. De rechter oordeelde dat de beklaagde op basis van de beschikbare gegevens lichamelijk of geestelijk ongeschikt was om een motorvoertuig te besturen. Dit resulteert in een bijkomend verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur, dat pas kan worden opgeheven wanneer de betrokkene bewijst niet langer ongeschikt te zijn. De beslissing illustreert de strenge aanpak van rijden onder invloed van drugs, waarbij niet alleen een straf wordt opgelegd, maar ook een maatregel ter bescherming van de maatschappij.

    Uitkomst:
    Vordering toegewezen

    Kernpunten

    • 1Rijden onder invloed van drugs leidt tot zware straffen, waaronder een aanzienlijke geldboete en een verplicht rijverbod.
    • 2Naast de straf kan de rechter een bestuurder 'ongeschikt tot sturen' verklaren (art. 42 WVW), wat resulteert in een bijkomend rijverbod van onbepaalde duur.
    • 3Het her verkrijgen van het rijbewijs na een veroordeling voor drugs in het verkeer vereist het verplicht slagen voor medische en psychologische proeven.
    • 4De rechtbank beschouwt een rijverbod als een zeer efficiënte straf vanwege de grote impact op het dagelijks leven van de veroordeelde.
    • 5Een zeer hoge concentratie van drugs in het lichaam, zoals hier het geval was, wordt door de rechter meegenomen als een verzwarend element bij de straftoemeting.

    Juridische Analyse

    Analyse van de Tenlastelegging: Rijden onder Invloed van Drugs

    Toepasselijke Wetgeving: Artikel 37bis Wegverkeerswet

    De kern van deze zaak is de overtreding van artikel 37bis, §1, 1° van de gecoördineerde wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet). Dit artikel stelt het besturen van een voertuig op een openbare plaats strafbaar wanneer een speeksel- of bloedanalyse de aanwezigheid van bepaalde illegale substanties boven een vastgelegde drempelwaarde aantoont. Voor amfetamine (AMF) is de grenswaarde in een speekselanalyse vastgelegd op 50 ng/ml. In casu werd een waarde van 1250 ng/ml vastgesteld, wat 25 keer de toegelaten limiet is. Dit hoge gehalte laat weinig ruimte voor discussie over de materiële vaststelling van de overtreding en rechtvaardigt de strenge houding van de rechtbank.

    De Bewijsvoering

    De bewijslast voor het Openbaar Ministerie rust vrijwel volledig op het resultaat van de wetenschappelijke analyse. De procedure start doorgaans met een checklist en een speekseltest langs de weg. Een positieve speekseltest leidt tot een speekselanalyse in een labo. De verdediging kan trachten de bewijswaarde van deze analyse aan te vechten door procedurefouten aan te tonen (bv. niet-respecteren van wachttijden, problemen met de staalafname, of de keten van bewaring), maar in dit vonnis blijkt nergens dat een dergelijk verweer succesvol was. De rechtbank achtte de tenlastelegging dan ook zonder meer bewezen.

    De Dubbele Sanctie: Straf en Beveiligingsmaatregel

    De Strafrechtelijke Sanctie (Art. 38 WVW)

    Voor een overtreding op artikel 37bis, §1, 1° voorziet artikel 38, §5 van de Wegverkeerswet in een geldboete van €200 tot €2.000 (te vermeerderen met opdeciemen) en een verplicht verval van het recht tot sturen van minstens één maand en hoogstens vijf jaar of levenslang. De rechtbank legt hier een geldboete op van €1.600 (€200 basisbedrag x 8 opdeciemen) en een rijverbod van 3 maanden. Deze strafmaat ligt binnen de wettelijke vork en kan als standaard worden beschouwd voor een dergelijke overtreding zonder eerdere relevante veroordelingen.

    Daarnaast maakt de rechtbank, zoals de wet voorschrijft, het herstel in het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor een medisch en een psychologisch onderzoek. Deze onderzoeken zijn bedoeld om na te gaan of de bestuurder fysiek en mentaal in staat is om een voertuig veilig te besturen en of er geen sprake is van een onderliggende afhankelijkheidsproblematiek.

    De Beveiligingsmaatregel: Lichamelijke en Geestelijke Ongeschiktheid (Art. 42 WVW)

    Het meest ingrijpende aspect van dit vonnis is de toepassing van artikel 42 van de Wegverkeerswet. Dit artikel is geen straf, maar een beveiligingsmaatregel. Het stelt dat de rechter het verval van het recht tot sturen *moet* uitspreken wanneer hij oordeelt dat een bestuurder lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. De rechtbank baseert zich hiervoor op de "beschikbare gegevens", wat in drugsdossiers vaak geïnterpreteerd wordt als het feit van het druggebruik zelf, dat kan wijzen op een structureel probleem.

    De beschikbare gegevens tonen aan dat [PERSOON A] op heden ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. Overeenkomstig artikel 42 Wegverkeerswet moet de rechtbank [PERSOON A] dan ook vervallen verklaren van het recht tot sturen.

    Het gevolg van deze maatregel is een verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur. Dit verval loopt parallel met het strafrechtelijk rijverbod van 3 maanden, maar eindigt niet automatisch na die periode. De bestuurster zal zelf het initiatief moeten nemen om aan de rechtbank te bewijzen dat zij niet langer ongeschikt is, bijvoorbeeld door een gunstig verslag van een gespecialiseerde arts of psycholoog voor te leggen. In de praktijk betekent dit dat het rijverbod veel langer kan duren dan de opgelegde 3 maanden.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    Voor Betrokken Bestuurders

    • Zware gevolgen: Een veroordeling voor drugs in het verkeer heeft verstrekkende gevolgen. Naast de aanzienlijke boete en kosten, is het de combinatie van het tijdelijke rijverbod en de ongeschiktheidverklaring die de grootste impact heeft.
    • Proactieve houding is cruciaal: Om het rijbewijs terug te krijgen na een ongeschiktheidverklaring, moet de veroordeelde zelf stappen ondernemen. Dit kan inhouden: het volgen van een therapie, regelmatige drugstests ondergaan en uiteindelijk een positief deskundigenverslag bekomen om de rechtbank te overtuigen van de herwonnen rijgeschiktheid.
    • Kosten: De totale kostprijs loopt snel op. Naast de geldboete (€1.600), de bijdrage aan het Slachtofferfonds (€200) en de gerechtskosten, komen hier ook de kosten voor de medische (€118) en psychologische (€341) onderzoeken bij, alsook eventuele kosten voor deskundigenverslagen in het kader van de opheffing van de ongeschiktheid.

    Tips voor de Verdediging

    • Procedurefouten: De meest effectieve verdediging is vaak gericht op het aanvechten van de procedure. Controleer nauwgezet of alle wettelijke voorschriften bij de vaststelling (checklist, wachttijd, informatie aan de betrokkene) en de analyse van het staal correct zijn nageleefd.
    • Weerleggen van ongeschiktheid: De verdediging kan proberen de automatische toepassing van artikel 42 WVW te counteren. Dit kan door aan te tonen dat het druggebruik eenmalig of occasioneel was en niet wijst op een structurele problematiek of afhankelijkheid. Het voorleggen van een recent, gunstig verslag van een arts of psycholoog kan hierbij helpen.
    • Strafmaat bepleiten: Indien de feiten vaststaan, kan de verdediging zich toespitsen op het bepleiten van een mildere straf (lagere boete, korter rijverbod) door te wijzen op de persoonlijke en professionele situatie van de beklaagde en de zware impact van een rijverbod.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 37bis §1, 1°

    Wegverkeerswet

    Verbod op het sturen onder invloed van drugs boven een bepaalde grenswaarde.

    Art. 38 §5

    Wegverkeerswet

    Strafbepalingen voor het sturen onder invloed van drugs, inclusief verplicht rijverbod en herstelexamens.

    Art. 42

    Wegverkeerswet

    Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid.

    Art. 1

    Wet van 05/03/1952

    Regeling betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten.

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.