---
title: "Rechtspraak burgerlijk recht: wat zegt de rechter? | LawBase"
url: https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/burgerlijk-recht
description: "Vonnis van de vrederechter, een dwangsom of een bevel tot betalen ontvangen? Lees wat rechters beslissen over burenhinder, beslag, bewijs en VME-geschillen."
lang: nl-BE
---

# Rechtspraak burgerlijk recht: wat beslist de rechter in uw geschil?

U kreeg een vonnis over de bomen van uw buren, een dwangsom die blijft oplopen of een bevel tot betalen van een gerechtsdeurwaarder, en u wilt weten hoe rechters daar in de praktijk mee omgaan. Wat beslist de rechter in een burgerlijk geschil zoals het uwe, en wat kunt u nu nog doen?

Plan een Consultatie: https://www.lawbase.be/contact

Google 4.9/5 (353) · Trustlocal 9.7/10 (178) 050 67 32 06 (+32 50 67 32 06)

Een gelijkaardig probleem? Start uw dossier bij LawBase

Beschrijf uw situatie en voeg uw stukken toe. Een advocaat kijkt uw dossier persoonlijk na en neemt contact met u op.

Start uw dossier: https://www.lawbase.be/nieuw-dossier?rechtsgebied=Burgerlijk%20recht
Videoconsultatie (30 min): https://www.lawbase.be/video-afspraak
Afspraak op kantoor (60 min): https://www.lawbase.be/contact#afspraak
050 67 32 06: 050673206

Persoonlijk nazicht door een advocaat 6 kantoren in Vlaanderen Beroepsgeheim & GDPR

Door Mr. Chanel Ribas Colomar · advocaat, balie West-Vlaanderen · laatst juridisch nagekeken op 27 september 2026

## Kort antwoord

## Kort antwoord: wat rechters in burgerlijke zaken beslissen

In burgerlijke geschillen tussen buren, mede-eigenaars, schuldeisers en schuldenaars kijken rechters vooral naar drie dingen: wat er precies in de uitvoerbare titel staat, wie wat kan bewijzen en of een partij haar rechten redelijk uitoefent. De gepubliceerde uitspraken op lawbase.be tonen een vrij consistente lijn.

- Een vonnis is in de regel uitvoerbaar zodra het betekend is, ook als u hoger beroep instelt (artikelen 1397 en 1495 Ger.W.); de appelrechter kan die uitvoering bijna nooit schorsen (artikel 1402 Ger.W.).
- De rechter die een dwangsom oplegde, kan ze alleen opheffen, schorsen of verminderen bij een echte onmogelijkheid om het vonnis uit te voeren (artikel 1385quinquies Ger.W.); een vertraging die u zelf veroorzaakte, geldt in de gepubliceerde rechtspraak niet als onmogelijkheid.
- Zodra u de veroordeling daadwerkelijk hebt uitgevoerd, stopt de dwangsom met lopen; wie daarna toch dwangsommen blijft vorderen alsof er niet was uitgevoerd, riskeert een veroordeling wegens rechtsmisbruik.
- De beslagrechter controleert de uitvoering, niet de grond van de zaak: hij corrigeert een foute afrekening, maar herschrijft het vonnis niet.
- Wie een vordering instelt, moet ze bewijzen (artikel 8.4 BW); een factuur aan een particulier volstaat daar op zich niet voor, een eigen e-mail van de tegenpartij soms wel.
- Een beslissing van de algemene vergadering van uw VME vecht u aan binnen vier maanden na die vergadering (artikel 3.92, § 3, BW).

Herkent u uw situatie in deze uitspraken? Laat uw dossier door een advocaat nakijken.

Start uw dossier (https://www.lawbase.be/nieuw-dossier?rechtsgebied=Burgerlijk%20recht)

## Rechtspraak burgerlijk recht op lawbase.be

Burgerlijk Recht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/burgerlijk-recht)

Gedeeltelijk toegewezen

## Schulden beschermde persoon: bewindvoerder niet persoonlijk aansprakelijk: https://www.lawbase.be/rechtspraak/is-bewindvoerder-aansprakelijk-voor-schulden-beschermde-persoon

Een ziekenhuis vorderde de betaling van onbetaalde facturen van een vrouw die onder bewind stond, en vroeg dat zowel zij als haar bewindvoerder over de goederen solidair zouden worden veroordeeld. De rechtbank van eerste aanleg in Dendermonde veroordeelde enkel de beschermde persoon tot betaling van de hoofdsom met gerechtelijke intresten en de proceskosten. De vordering tegen de bewindvoerder werd afgewezen: de bewindvoering maakt van de bewindvoerder geen schuldenaar van de schulden van de beschermde persoon. Ook een aangerekende kost van 25 euro voor inning en aanmaning werd niet toegekend.

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, zevende kamer Uitspraak: 21 december 2018 Gepubliceerd: 23 oktober 2026 Mr. Chanel Ribas Colomar

- bewindvoering: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bewindvoering
- bewindvoerder: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bewindvoerder
- beschermde persoon: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=beschermde%20persoon
- ziekenhuisfactuur: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=ziekenhuisfactuur

0 weergaven

Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen → (https://www.lawbase.be/tools/mijn-dossier-beoordelen)

Gedeeltelijk toegewezen

## VME-beslissing renovatie privatief terras: geldig, kosten gedeeld: https://www.lawbase.be/rechtspraak/vme-beslissing-renovatie-privatief-terras-kosten-vrederechter-bevestigt-geldigheid

De algemene vergadering van een VME besliste tot een gevelrenovatie waarbij ook de privatieve terrassen van de bovenverdiepingen werden aangepakt, met kosten verdeeld volgens de kavels. Een eigenaar van een gelijkvloers appartement vorderde de vernietiging van die beslissing of een individuele kostenverdeling. De vrederechter wees beide vorderingen af omdat de werken om technische redenen noodzakelijk waren om het gebouw tegen vocht te beschermen. De mede-eigenaar moest 11.069,46 euro bijdragen betalen, maar de gevorderde intresten en het schadebeding werden afgewezen.

Vredegerecht van het eerste kanton Brugge Uitspraak: 25 juni 2019 Gepubliceerd: 22 september 2026 Mr. Peter-Jan De Meulenaere

- appartementsrecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=appartementsrecht
- VME: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=VME
- algemene vergadering: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=algemene%20vergadering
- privatieve delen: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=privatieve%20delen

32 weergaven

Onontvankelijk

## Rechter wraken via e-Deposit: hof verklaart verzoek onontvankelijk: https://www.lawbase.be/rechtspraak/rechter-wraken-procedure-via-e-deposit-verzoek-onontvankelijk

Een partij in een familiezaak wilde de behandelende familierechter wraken wegens wettige verdenking en legde het wrakingsverzoek neer via e-Deposit. Het hof van beroep Gent oordeelde op 11 juni 2026 dat e-Deposit niet is aangewezen voor een akte van wraking en verklaarde het verzoek onontvankelijk, ook al had het zijn doel bereikt. Ten overvloede was het verzoek ook ongegrond: onenigheid met de inhoud van een beslissing is geen grond voor wraking.

Hof van beroep Gent, eerste kamer Uitspraak: 11 juni 2026 Gepubliceerd: 11 september 2026 Mr. Peter-Jan De Meulenaere

- wraking: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=wraking
- e-deposit: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=e-deposit
- wettige verdenking: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=wettige%20verdenking
- procesrecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=procesrecht

11 weergaven

Vordering toegewezen

## Veilinghuis betaalt fraudeur: betaling niet bevrijdend: https://www.lawbase.be/rechtspraak/veilinghuis-betaalt-aan-fraudeur-rechter-oordeelt-dat-onzorgvuldige-betaling-niet-bevrijdend-is

Deze zaak betreft een geschil tussen een verkoper en een online veilingplatform over een niet-bevrijdende betaling als gevolg van fraude. De eiser had negen elektrische scooters verkocht via het platform van de verweerder. Na de veiling had de eiser recht op de verkoopopbrengst, verminderd met de veilingkosten. Het veilingplatform ontving echter een frauduleuze e-mail, schijnbaar afkomstig van het gehackte e-mailadres van de eiser, met de instructie om de opbrengst over te maken naar een onbekend rekeningnummer. Het veilingplatform voerde deze betaling uit. De eiser stelde nooit een dergelijke e-mail te hebben verstuurd en vorderde de betaling van het hem toekomende bedrag. Hij vroeg ook dat het platform de volledige e-mailketen met de fraudeur zou voorleggen. De verwerende partij, het veilingplatform, wierp op dat zij te goeder trouw had gehandeld. Zij beriep zich op de schijn van schuldeiser en op overmacht, en voerde aan dat de eiser al vóór de betaling wist dat zijn e-mailadres gehackt was. Zij vroeg ook dat de eiser een kopie van zijn strafklacht zou voorleggen. Verder probeerde het platform een deel van het geld te recupereren, wat gedeeltelijk lukte, en betaalde dit bedrag aan de eiser. Voor het resterende saldo weigerde het platform aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelde in het voordeel van de eiser. De rechter stelde vast dat een betaling enkel bevrijdend is wanneer deze aan de schuldeiser zelf of een gemachtigde gebeurt. De rechtbank verwierp het verweer van de goede trouw. Volgens de rechter had een 'normaal voorzichtig en vooruitziend online veilinghuis' de frauduleuze aard van de e-mail moeten opmerken. De taalkundige fouten en de vreemde zinsconstructie ("Bedankt dat je wacht om je te lezen") waren dermate verdacht dat extra verificatie, zoals een contactopname met de eiser, vereist was. Door dit na te laten, handelde het veilingplatform onzorgvuldig. De rechtbank oordeelde dat de betaling niet bevrijdend was en veroordeelde het veilingplatform tot betaling van het resterende bedrag van 7.029,22 euro, vermeerderd met interesten en de gerechtskosten. De rechtbank paste artikel 5.198 van het Burgerlijk Wetboek (boek 5) toe; de datum van de overeenkomst is in de gepubliceerde versie weggelaten.

Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen - Afdeling Antwerpen Uitspraak: 3 juni 2026 Gepubliceerd: 24 juni 2026 Mr. Chanel Ribas Colomar

- BEC-fraude: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=BEC-fraude
- phishing: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=phishing
- bevrijdende betaling: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bevrijdende%20betaling
- zorgvuldigheidsnorm: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=zorgvuldigheidsnorm

36 weergaven

Gedeeltelijk toegewezen

## Dwangsom snoeien bomen: 18.900 in plaats van 210.000 euro: https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-voor-snoeien-van-bomen-rechter-beperkt-torenhoge-vordering-en-sanctioneert-rechtsmisbruik

Deze zaak betreft een geschil over de inning van dwangsommen die werden opgelegd in een eerder vonnis van de vrederechter. De eiseres, de boomeigenares, werd veroordeeld tot het snoeien van overhangende takken van een esdoorn en een zomereik, en het inkorten van een Leylandii-haag. Bij niet-naleving binnen de maand na betekening zou een dwangsom van 350 euro per dag verschuldigd zijn. De verwerende partijen, haar buren, lieten het vonnis betekenen en eisten na het verstrijken van de termijn een aanzienlijk bedrag aan verbeurde dwangsommen op, oplopend tot meer dan 200.000 euro. De boomeigenares tekende verzet aan tegen de inning van deze dwangsommen. Zij argumenteerde dat ze de hoofdveroordeling wel degelijk had uitgevoerd. De haag werd kort na de veroordeling gesnoeid. Voor de bomen was echter een omgevingsvergunning nodig, wat voor vertraging zorgde. Na het verkrijgen van de vergunning liet ze de snoeiwerken uitvoeren op 20 juli 2024. Ze stelde dat ze vanaf die datum had voldaan aan de veroordeling en er dus geen dwangsommen meer verschuldigd waren. Bovendien vorderde ze een schadevergoeding wegens rechtsmisbruik door haar buren, die onredelijk hoge bedragen bleven vorderen ondanks de uitgevoerde werken. De buren stelden dat de snoeiwerken niet voldeden aan de veroordeling en dat de dwangsommen dus terecht verder liepen. Zij vroegen de afwijzing van het verzet. De rechtbank stelde een gerechtsdeskundige aan om de uitgevoerde snoeiwerken te beoordelen. Op basis van het deskundigenverslag oordeelde de rechtbank dat de boomeigenares op 20 juli 2024 had voldaan aan de essentie van de hoofdveroordeling. De snoei was zo drastisch als mogelijk, rekening houdend met de gezondheid van de bomen en de verkregen vergunning. Bijgevolg waren er enkel dwangsommen verschuldigd voor de periode van de vertraging, namelijk van 27 mei 2024 tot en met 20 juli 2024 (54 dagen), wat neerkomt op 18.900 euro. De rechtbank oordeelde tevens dat de buren rechtsmisbruik hadden gepleegd door onredelijk hoge dwangsommen te blijven eisen nadat de snoeiwerken waren uitgevoerd. De rechtbank kende aan de boomeigenares een principieel bedrag van 500 euro toe. Zij beperkte de vergoeding tot dat bedrag omdat ook de boomeigenares niet aantoonde dat zij tijdig rekening had gehouden met de klachten, en maande beide partijen aan tot een betere verstandhouding als buren.

Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen - Afdeling Brugge Uitspraak: 16 juni 2026 Gepubliceerd: 20 juni 2026 Mr. Peter-Jan De Meulenaere

- dwangsom: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=dwangsom
- executierecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=executierecht
- burenconflict: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=burenconflict
- rechtsmisbruik: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=rechtsmisbruik

79 weergaven

Gedeeltelijk toegewezen

## Gedwongen verkoop: notaris krijgt toegang voor EPC en asbest: https://www.lawbase.be/rechtspraak/weigering-toegang-bij-gerechtelijke-verkoop-beslagrechter-breidt-mandaat-notaris-uit-voor-epc-en-asbestattest

Deze zaak betreft een geschil dat is ontstaan in het kader van een gerechtelijke openbare verkoop van een onroerend goed. De vervolgende partij trachtte de verkoop van een in beslag genomen woning, bewoond door de schuldenaar, te realiseren. Een notaris was reeds bij eerdere beschikking aangesteld om deze verkoop te organiseren. Het centrale probleem was de weigering van de schuldenaar om de notaris en door hem aangestelde deskundigen toegang te verlenen tot de woning. Deze toegang was essentieel voor het opmaken van diverse wettelijk verplichte attesten, waaronder het asbestattest, het energieprestatiecertificaat (EPC) en het keuringsattest van de elektrische installatie. Het ontbreken van deze documenten belemmerde de organisatie van de openbare verkoop. De eisers brachten de zaak voor de beslagrechter en kwalificeerden de weigering van de schuldenaar als een "zwarigheid bij de tenuitvoerlegging" in de zin van artikel 1498 van het Gerechtelijk Wetboek. Zij vorderden dat de rechtbank de schuldenaar zou bevelen toegang te verlenen, en bij gebreke daaraan, de notaris te machtigen om met bijstand van de politie de woning te betreden. De rechtbank oordeelde in eerste instantie dat de vordering, zoals geformuleerd als "zwarigheid", onontvankelijk was. De correcte procedure voor zwarigheden die rijzen ná de aanstelling van een notaris (art. 1623 Ger.W.) schrijft volgens de rechtbank voor dat deze eerst aan de notaris zelf moeten worden voorgelegd. De notaris dient hierover een proces-verbaal op te maken met zijn advies, dat vervolgens aan de rechtbank wordt voorgelegd. De eisers hadden deze stap overgeslagen. De rechtbank liet het hier echter niet bij. Ambtshalve herkaderde zij de vordering. In plaats van een procedurele zwarigheid, zag de rechter de kern van de vraag als een verzoek tot uitbreiding van het mandaat van de notaris op basis van artikel 1580 Ger.W. De rechtbank stelde vast dat de standaardmachtiging in dit artikel (toegang voor bezichtiging en naleving van verkoopsvoorwaarden) niet de toegang voor het opmaken van die voorwaarden (zoals het bekomen van attesten) dekt. In die omstandigheden verleende de rechtbank de gevraagde uitbreiding van de machtiging. De notaris en de door hem aangestelde deskundigen werden gemachtigd om, desnoods met bijstand van de lokale politie, toegang te nemen tot het pand om de nodige vaststellingen en onderzoeken te laten uitvoeren, na kennisgeving aan de schuldenaar per aangetekend schrijven met een termijn van minstens vijf kalenderdagen. De kosten van de deskundigen en de politieassistentie behoren tot de kosten van tenuitvoerlegging, ten laste van de boedel. De kosten van het verzoek zelf bleven ten laste van de verzoekers; een rechtsplegingsvergoeding werd niet toegekend.

Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen - Afdeling Brugge Uitspraak: 7 april 2026 Gepubliceerd: 9 april 2026 Mr. Chanel Ribas Colomar

- uitvoerend beslag: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=uitvoerend%20beslag
- gerechtelijke verkoop: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=gerechtelijke%20verkoop
- zwarigheid: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=zwarigheid
- notaris: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=notaris

100 weergaven

Gedeeltelijk toegewezen

## Factuur aan particulier bewijst geen huur, e-mail wel: https://www.lawbase.be/rechtspraak/bewijslast-bij-huur-wanneer-een-factuur-niet-volstaat-en-een-e-mail-wel

Een autoverkoper vorderde betaling van een factuur van €7.355,25 van een particulier voor het gebruik van vier verschillende wagens over een periode van ongeveer zes maanden. De eiseres stelde dat de wagens ter beschikking werden gesteld in afwachting van een definitieve aankoop door de verweerder, die uiteindelijk niet doorging. De huurvergoeding was volgens haar verschuldigd. De verweerder betwistte de vordering en voerde aan dat de wagens hem ten kosteloze titel ter beschikking werden gesteld. Bovendien ontkende hij formeel zijn handtekening op een voorgelegde huurovereenkomst voor het laatste voertuig en vroeg hij een valsheidsonderzoek. De rechtbank wees de vordering grotendeels af en kende slechts €342,70 toe. De rechter oordeelde dat de bewijslast voor het bestaan van een huurovereenkomst volledig bij de eiseres lag. De voorgelegde factuur volstond tegenover een particulier op zich niet als bewijs. Door de ontkenning van de handtekening verloor ook de voorgelegde overeenkomst haar bewijskracht, en de eiseres herstelde die niet, want zij vorderde geen schriftonderzoek. Doorslaggevend was echter een e-mail van de verweerder zelf. Daarin verzocht hij de eiseres om een factuur op te stellen voor 'de huur van de wagen zoals contractueel vastgelegd'. De rechtbank beschouwde dit als een onmiskenbare erkenning van een huurovereenkomst voor dat laatste voertuig. De uitleg van de verweerder dat hij hiermee een ontkenning wilde uitlokken, werd als 'potsierlijk en absurd' van de hand gewezen. Omdat de erkenning enkel sloeg op de laatste wagen en er voor de andere drie wagens geen bewijs van een huurcontract was, werd de vordering voor die periode afgewezen.

Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg - Afdeling Hasselt Uitspraak: 3 oktober 2024 Gepubliceerd: 5 februari 2026 Mr. Peter-Jan De Meulenaere

- bewijsrecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bewijsrecht
- huur: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=huur
- bekentenis: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bekentenis
- bewijslast: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bewijslast

104 weergaven

Gedeeltelijk toegewezen

## Verzet tegen bevel tot betalen van onderhoudsgeld: https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoering-onderhoudsgeld-beslagrechter-corrigeert-afrekening-maar-oordeelt-uitvoering-principieel-terecht

Deze zaak betreft een verzetprocedure voor de beslagrechter, ingesteld door een moeder tegen haar ex-partner. De ex-partner had een bevel tot betalen laten betekenen om achterstallig onderhoudsgeld en bijzondere kosten voor hun twee gemeenschappelijke kinderen te innen, gebaseerd op een eerder vonnis van de familierechtbank van 14 september 2022. De moeder betwistte de hoogte van het gevorderde bedrag. De eiseres (de moeder) voerde aan dat de afrekening van de verweerder (de vader) op verschillende punten onjuist was. Ten eerste claimde ze dat het onderhoudsgeld voor de maanden waarin de onderhoudsplicht was gestart, pro rata berekend moest worden en niet voor de volledige maand. Ten tweede betwistte ze de kwalificatie van bepaalde schoolkosten als 'bijzondere kosten' omdat deze volgens haar niet voldeden aan de strikte definitie in het oorspronkelijke vonnis. Ze vorderde de nietigverklaring van het bevel, opschorting van de invordering, een schadevergoeding voor tergende en roekeloze uitvoering, en de vrijgave van in beslag genomen gelden. De verweerder stelde dat de bedragen wel degelijk verschuldigd waren en de uitvoering dus terecht was. Hij vroeg de rechtbank het verzet ongegrond te verklaren en voor recht te zeggen welk saldo de eiseres verschuldigd was op het moment van de betekening van het bevel. De beslagrechter oordeelde dat het verzet in zeer beperkte mate gegrond was. De rechter volgde de eiseres in haar argument dat de onderhoudsgelden voor de startmaanden pro rata berekend moesten worden. Ook oordeelde de rechter dat een deel van de gevorderde schoolkosten inderdaad niet voldeed aan de definitie van bijzondere kosten uit de uitvoerbare titel, omdat de verweerder niet kon aantonen dat het ging om 'noodzakelijk gespecialiseerd en kostelijk studiemateriaal'. Andere kosten, zoals het schooluniform en de boerderijklassen, werden wel als terecht gevorderd beschouwd. De rechtbank stelde vast dat de verweerder terecht tot uitvoering was overgegaan omdat er effectief een schuld bestond, maar voor een te hoog bedrag. Omdat de uitvoering in principe gerechtvaardigd was, werd de vordering tot schadevergoeding afgewezen en werd de eiseres, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld tot de gerechtskosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding.

Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg - Afdeling Tongeren Uitspraak: 8 februari 2024 Gepubliceerd: 5 februari 2026 Mr. Peter-Jan De Meulenaere

- beslagrecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=beslagrecht
- verzetprocedure: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=verzetprocedure
- onderhoudsgeld: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=onderhoudsgeld
- bijzondere kosten: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=bijzondere%20kosten

121 weergaven

Vordering afgewezen

## Uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep?: https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoerbaarheid-bij-voorraad-schorsen-in-hoger-beroep-art-1402-ger-w

Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een hoger beroep in een burenruzie. De oorspronkelijke zaak voor het Vredegerecht betrof een vordering van de geïntimeerden tegen de appellante wegens hinder door overhangende takken en een te hoge haag. De vrederechter had de vordering gegrond verklaard en de appellante veroordeeld tot het snoeien van de bomen en het inkorten van de haag, op straffe van een dwangsom van €350 per dag vertraging. Het vonnis was, overeenkomstig de wettelijke hoofdregel van artikel 1397 Ger.W., uitvoerbaar bij voorraad. De appellante stelde hoger beroep in en vorderde in haar verzoekschrift de opheffing, minstens de opschorting, van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bestreden vonnis; op de inleidende zitting werden enkel die uitvoerbaarheid bij voorraad en de dwangsom behandeld. In uiterst ondergeschikte orde vroeg ze de opheffing van de dwangsom en de opschorting van de looptijd ervan. De rechtbank van eerste aanleg wijst de vorderingen tot opheffing en tot opschorting van de uitvoerbaarheid bij voorraad af. De rechter oordeelt dat de mogelijkheid om in hoger beroep de uitvoerbaarheid bij voorraad aan te vechten, sinds de Potpourri V-wet van 2017 zeer beperkt is. De hoofdregel is dat vonnissen uitvoerbaar zijn niettegenstaande beroep. Een appelrechter kan enkel tussenkomen wanneer de eerste rechter expliciet is afgeweken van de wettelijke regels omtrent uitvoerbaarheid, wat hier niet het geval was. De vrederechter had louter de standaardregel toegepast. De rechtbank stelt expliciet dat oudere cassatierechtspraak die een mildering van dit principe toeliet, niet langer van toepassing is na de wetswijziging. Wat de dwangsom betreft, stelt de rechtbank vast dat ze door de 'cascade' van vorderingen niet kan oordelen over de uiterst ondergeschikte vorderingen tot opheffing van de dwangsom en tot opschorting van de looptijd ervan. Louter volledigheidshalve voegt ze toe dat er geen reden zou zijn om de dwangsom op te heffen en dat zij geen rechtsmacht heeft over de vordering tot opschorting van de looptijd, omdat een vordering op grond van artikel 1385quinquies Ger.W. moet worden gericht aan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd, in casu de vrederechter. Over de grond van het hoger beroep, de burenhinder zelf, oordeelt dit vonnis nog niet.

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank Uitspraak: 26 juni 2024 Gepubliceerd: 14 januari 2026 Mr. Peter-Jan De Meulenaere

- burgerlijk procesrecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=burgerlijk%20procesrecht
- hoger beroep: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=hoger%20beroep
- uitvoerbaarheid bij voorraad: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=uitvoerbaarheid%20bij%20voorraad
- dwangsom: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=dwangsom

1.157 weergaven

Vordering afgewezen

## Dwangsom opheffen wegens onmogelijkheid? Niet bij eigen fout: https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-wegens-snoeiplicht-niet-opgeheven-laattijdige-vergunningsaanvraag-rancuneus-gedrag

Deze zaak betreft een vordering tot opheffing of opschorting van een dwangsom die eerder werd opgelegd in een geschil over burenhinder. In een vorig vonnis werd de eiseres (destijds verweerster) veroordeeld tot het snoeien van overhangende takken van enkele bomen en het inkorten van een haag. Aan deze verplichting werd een dwangsom gekoppeld van een bepaald bedrag per dag vertraging, te rekenen vanaf één maand na betekening van het vonnis. De eiseres vraagt nu de opheffing of minstens de opschorting van deze dwangsommen. Ze argumenteert dat ze de snoeiwerken niet tijdig kon uitvoeren omdat hiervoor een omgevingsvergunning vereist was. Ze stelt dat de dwangsom pas zou mogen lopen vanaf het moment dat de vergunning is verleend. Daarnaast vraagt ze dat de dwangsommen niet zouden verbeuren buiten de zomermaanden, om schade aan de bomen te voorkomen. Ze beriep zich ook op de bescherming van vogels (Soortenbesluit). De verwerende partijen (de buren) verzetten zich tegen deze vordering. Zij wijzen erop dat de eiseres pas laat een vergunning aanvroeg, dat de strijdigheid met het Soortenbesluit niet bewezen is en dat de eiseres intussen andere procedures tegen hen voerde. De vrederechter wijst de vordering van de eiseres af als ongegrond. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van onmogelijkheid om het vonnis uit te voeren. De noodzaak om een vergunning aan te vragen was voorzienbaar en de eiseres is zelf verantwoordelijk voor de laattijdige aanvraag. De rechter stelt vast dat de eiseres haar tijd en energie heeft besteed aan 'rancuneus en recalcitrant' gedrag in plaats van aan de uitvoering van het vonnis. Het argument over de bescherming van vogels noemt de rechter een post-factumargument ('pour les besoins de la cause'); het argument dat de snoei in een voor de bomen schadelijke periode zou vallen, had de beroepsrechter al verworpen. De vrederechter concludeert dat de dwangsom noodzakelijk blijft om de eiseres tot naleving van haar verplichtingen te dwingen en het evenwicht tussen de buren te herstellen.

Vredegerecht van het eerste kanton Brugge Uitspraak: 5 november 2024 Gepubliceerd: 14 januari 2026 Mr. Chanel Ribas Colomar

- dwangsom: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=dwangsom
- burenruzie: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=burenruzie
- uitvoering vonnis: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=uitvoering%20vonnis
- onmogelijkheid: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=onmogelijkheid

122 weergaven

Populaire Rechtspraak

Uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep?

Burgerlijk Recht 1.157
https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoerbaarheid-bij-voorraad-schorsen-in-hoger-beroep-art-1402-ger-w

Dwangsom opheffen wegens onmogelijkheid? Niet bij eigen fout

Burgerlijk Recht 122
https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-wegens-snoeiplicht-niet-opgeheven-laattijdige-vergunningsaanvraag-rancuneus-gedrag

Verzet tegen bevel tot betalen van onderhoudsgeld

Burgerlijk Recht 121
https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoering-onderhoudsgeld-beslagrechter-corrigeert-afrekening-maar-oordeelt-uitvoering-principieel-terecht

Factuur aan particulier bewijst geen huur, e-mail wel

Burgerlijk Recht 104
https://www.lawbase.be/rechtspraak/bewijslast-bij-huur-wanneer-een-factuur-niet-volstaat-en-een-e-mail-wel

Gedwongen verkoop: notaris krijgt toegang voor EPC en asbest

Burgerlijk Recht 100
https://www.lawbase.be/rechtspraak/weigering-toegang-bij-gerechtelijke-verkoop-beslagrechter-breidt-mandaat-notaris-uit-voor-epc-en-asbestattest

Rechtbank

← Alle rechtspraak (https://www.lawbase.be/rechtspraak)

Het vonnis van de vrederechter ligt al een tijd in uw kast. De buren moesten hun bomen snoeien, of u moest dat zelf doen, op straffe van een dwangsom per dag. Of er viel een bevel tot betalen in de bus, met een afrekening die volgens u niet klopt. Misschien besliste de algemene vergadering van uw appartementsgebouw over werken die u niet ziet zitten, of betaalde u een factuur en eist de schuldeiser nu opnieuw zijn geld omdat het bedrag op een frauduleuze rekening belandde. Het gemeenschappelijke punt: er is een beslissing, of er komt er een, en u wilt weten hoe een rechter er in de praktijk naar kijkt.

Op deze pagina bundelen we wat Belgische, en vooral Vlaamse, rechters beslissen in burgerlijke zaken die niet thuishoren bij het huurrecht, het familierecht of het klassieke contractenrecht: burenhinder en dwangsommen, de uitvoering van vonnissen, beslag en gedwongen verkoop, bewijs, bevrijdende betaling, appartementsrecht en de wraking van een rechter. Elke bewering over een uitspraak is gestaafd met een gepubliceerde analyse op lawbase.be. Voor geschillen over contracten en schadevergoeding verwijzen we naar de themapagina rechtspraak verbintenissenrecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/verbintenissenrecht); voor woninghuur en huurachterstallen naar rechtspraak huurrecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/huurrecht).

Eén waarschuwing vooraf. Een vonnis is een beslissing over één dossier, met eigen feiten en eigen stukken. Het vertelt u hoe een rechter redeneert, niet hoe uw zaak zal aflopen. Lees de voorbeelden dus als een kaart van het terrein, niet als een belofte.

## Burenhinder en snoeien: wat legt de vrederechter op?

Overhangende takken, een haag die jaar na jaar hoger wordt, bomen die de tuin van de buren in de schaduw zetten: het zijn de klassiekers op de rol van het vredegerecht. De vrederechter is ongeacht het bedrag bevoegd voor geschillen over bovenmatige burenhinder en over de verplichtingen tussen eigenaars van aan elkaar grenzende erven (artikel 591, 2°ter en 3°, Ger.W.).

Het wettelijke kader staat sinds 1 september 2021 in boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 3.101 BW bepaalt dat naburige eigenaars het evenwicht tussen hun erven moeten eerbiedigen door elkaar geen hinder op te leggen die de normale ongemakken van het nabuurschap overtreft en aan de veroorzaker toerekenbaar is. De rechter houdt daarbij rekening met alle omstandigheden, zoals het tijdstip, de frequentie en de intensiteit van de hinder. Stelt hij bovenmatige hinder vast, dan kiest hij de passende maatregel: een vergoeding in geld, een vergoeding voor compenserende maatregelen op uw eigen erf, of een bevel om de hinder terug te brengen tot een normaal niveau, voor zover dat zelf geen nieuw onevenwicht schept.

Voor beplantingen gelden daarnaast eigen regels. Bomen van minstens twee meter hoog moeten in beginsel twee meter van de perceelsgrens staan, andere bomen, struiken en hagen een halve meter (artikel 3.133 BW). De nabuur kan de snoeiing of rooiing eisen van wat dichter staat, tenzij de rechter oordeelt dat dit rechtsmisbruik uitmaakt. De afstandsregel geldt niet als er een contract is, als de beplanting al meer dan dertig jaar op dezelfde plaats staat of als ze tot de openbare wegen of wateren behoort, en de nabuur kan zich niet verzetten tegen beplantingen die niet hoger reiken dan de afsluiting tussen de percelen. Voor takken en wortels die over de grens groeien, geeft artikel 3.134 BW u twee pistes: u kunt eisen dat de eigenaar ze wegsnijdt, of u mag ze zelf wegsnijden als de eigenaar dat niet doet binnen zestig dagen na een aangetekende ingebrekestelling. In dat laatste geval draagt u wel zelf het risico voor schade aan de beplanting. Het recht om de verwijdering te eisen, verjaart niet.

In de praktijk wordt een snoeibevel geregeld gekoppeld aan een dwangsom per dag vertraging. De gepubliceerde rechtspraak toont drie vragen die na zo'n veroordeling kunnen opduiken, elk in een afzonderlijke uitspraak: de vraag om de dwangsom op te heffen (dwangsom wegens snoeiplicht niet opgeheven (https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-wegens-snoeiplicht-niet-opgeheven-laattijdige-vergunningsaanvraag-rancuneus-gedrag)), de vraag om de uitvoering in hoger beroep te schorsen (uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep (https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoerbaarheid-bij-voorraad-schorsen-in-hoger-beroep-art-1402-ger-w)) en de betwisting van de ingevorderde dwangsommen voor de beslagrechter (dwangsom voor het snoeien van bomen beperkt (https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-voor-snoeien-van-bomen-rechter-beperkt-torenhoge-vordering-en-sanctioneert-rechtsmisbruik)). We bespreken ze in de volgende delen.

Wie de regels rond burenhinder zelf wil doornemen, vindt ze op onze pagina over burenhinder (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/burenhinder-regels) en over aansprakelijkheid voor schade tussen buren (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/aansprakelijkheid-schade-buren). Een vordering wegens bovenmatige burenhinder verjaart overeenkomstig artikel 2262bis, § 1, tweede en derde lid, oud BW: vijf jaar vanaf de dag na die waarop u kennis kreeg van de schade en van wie ervoor aansprakelijk is, en in elk geval twintig jaar na het feit dat de schade veroorzaakte (artikel 3.101, § 4, BW). Met de verjaring-calculator (https://www.lawbase.be/tools/verjaring-calculator) gaat u na of uw termijn nog loopt.

## Een dwangsom opheffen of matigen: wanneer lukt dat?

Een dwangsom is geen schadevergoeding maar een drukkingsmiddel. De rechter kan op vordering van een partij de tegenpartij veroordelen tot betaling van een geldsom voor het geval zij de hoofdveroordeling niet uitvoert (artikel 1385bis Ger.W.). Een dwangsom kan niet worden opgelegd bij een veroordeling tot betaling van een geldsom of voor de nakoming van arbeidsovereenkomsten, en ze kan niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarin ze is vastgesteld. De rechter kan bovendien bepalen dat de dwangsom pas na verloop van een zekere termijn kan worden verbeurd (artikel 1385bis, vierde lid, Ger.W.), en bij een dwangsom per tijdseenheid of per overtreding een bedrag vastleggen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd (artikel 1385ter Ger.W.). Eenmaal verbeurd, komt de dwangsom volledig toe aan de partij die de veroordeling verkreeg, die ze kan uitvoeren op basis van hetzelfde vonnis (artikel 1385quater Ger.W.).

Wie onder een dwangsom uit wil zonder het vonnis zelf aan te vechten, heeft één wettelijke uitweg: artikel 1385quinquies Ger.W. De rechter die de dwangsom oplegde, kan ze op vordering van de veroordeelde opheffen, de looptijd opschorten of de dwangsom verminderen, maar alleen bij een blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Een dwangsom die al verbeurd was voordat de onmogelijkheid intrad, kan de rechter niet meer opheffen of verminderen.

### Een zelf veroorzaakte vertraging is geen onmogelijkheid

Het vredegerecht van het eerste kanton Brugge paste die regel op 5 november 2024 strikt toe (dwangsom wegens snoeiplicht niet opgeheven (https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-wegens-snoeiplicht-niet-opgeheven-laattijdige-vergunningsaanvraag-rancuneus-gedrag)). De veroordeelde partij vroeg de opheffing of opschorting van de dwangsom omdat ze voor het snoeien een omgevingsvergunning nodig had. De vrederechter volgde haar niet: de noodzaak van een vergunning was voorzienbaar en zij had meer dan twee maanden gewacht om die aan te vragen. Het argument dat de snoei broedende vogels zou verstoren, verwierp hij als een argument dat pas achteraf werd aangevoerd, zonder concreet bewijs. De rechter woog ook het gedrag van de veroordeelde partij mee, die haar energie volgens hem in een voortgezet conflict met de buren had gestoken in plaats van in de uitvoering van het vonnis.

De les is praktisch. Wie tot een handeling wordt veroordeeld waarvoor een vergunning of een andere tussenkomst van een overheid nodig is, zet die stappen best onmiddellijk en houdt er schriftelijk spoor van bij. Pas dan kan een latere vertraging bij de overheid eventueel als tijdelijke onmogelijkheid gelden.

### Uitgevoerd is uitgevoerd: de dwangsom stopt

Een uitspraak van de beslagrechter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 16 juni 2026 behandelde een andere vraag: wanneer stopt een dwangsom? (dwangsom voor het snoeien van bomen: 18.900 in plaats van meer dan 200.000 euro (https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-voor-snoeien-van-bomen-rechter-beperkt-torenhoge-vordering-en-sanctioneert-rechtsmisbruik)). Een vrederechter had een eigenaar van bomen veroordeeld tot snoeien, onder verbeurte van een dwangsom van 350 euro per dag. De buren vorderden op die basis een bedrag dat opliep tot meer dan 200.000 euro. De eigenaar van de bomen tekende verzet aan tegen de invordering en voerde aan dat de veroordeling was uitgevoerd met de snoeiwerken die na het verkrijgen van de vereiste omgevingsvergunning plaatsvonden.

De rechtbank stelde een gerechtsdeskundige aan. Op basis van diens verslag oordeelde zij dat de uitgevoerde snoei zo drastisch was als mogelijk, rekening houdend met de vergunning en met de gezondheid van de bomen. De uitvoering van een vonnis kan volgens de rechtbank niet verder gaan dan wat de stedenbouwkundige regels toelaten. Dwangsommen waren daarom alleen verschuldigd voor de periode van vertraging tot de uitvoering: 54 dagen, of 18.900 euro. De rechtbank steunde zich daarbij in belangrijke mate op het deskundigenadvies, al is een rechter nooit verplicht dat advies te volgen als het strijdig is met zijn overtuiging (artikel 962 Ger.W.).

Opvallend is het tweede deel van het vonnis. Door na de uitvoering van de werken onverminderd de volledige, steeds oplopende dwangsom te blijven eisen, gebruikten de buren volgens de rechtbank het drukkingsmiddel voor een ander doel dan waarvoor het bestaat. De rechtbank noemde het artikel niet uitdrukkelijk, maar haar redenering sluit aan bij het verbod op rechtsmisbruik van artikel 1.10 BW: wie zijn recht uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen van een normale uitoefening door een voorzichtig en redelijk persoon overschrijdt, ziet dat recht gematigd, onverminderd schadevergoeding. De rechtbank kende de eigenaar van de bomen een principiële vergoeding van 500 euro toe en beperkte het bedrag omdat ook die niet aantoonde tijdig rekening te hebben gehouden met de klachten van de buren.

### Bij welke rechter u terechtkunt

De rechtspraak over dwangsommen toont een onderscheid dat in de praktijk vaak fout loopt. Een vraag om de dwangsom op te heffen, te schorsen of te verminderen wegens onmogelijkheid richt u aan de rechter die de dwangsom oplegde, bijvoorbeeld de vrederechter. Een betwisting over de vraag of dwangsommen verbeurd zijn en hoeveel er concreet wordt ingevorderd, is een geschil over de uitvoering en hoort bij de beslagrechter (artikel 1395 Ger.W.). In de gepubliceerde rechtspraak verklaarde een rechtbank in hoger beroep zich zonder rechtsmacht voor een vraag om de looptijd van een dwangsom op te schorten. Voor de schuldeiser geldt bovendien een korte termijn: een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop ze verbeurd is (artikel 1385octies Ger.W.), dus wie dwangsommen wil innen, doet dat best tijdig. Meer over het opleggen en afdwingen van dwangsommen leest u op onze pagina over de dwangsom (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/dwangsom-opleggen).

## Hoger beroep schorst de uitvoering niet: wat betekent uitvoerbaarheid bij voorraad?

Veel mensen gaan ervan uit dat een vonnis "on hold" staat zolang er hoger beroep loopt. Voor zaken die sinds 1 november 2015 in eerste aanleg zijn ingeleid, klopt dat in de regel niet meer. Artikel 1397, eerste lid, Ger.W. bepaalt dat eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad zijn, niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling als de rechter die niet heeft bevolen, tenzij de wet een uitzondering maakt of de rechter bij een met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt. Voor verstekvonnissen geldt een andere regel: verzet of hoger beroep van de partij die verstek liet, schorst in beginsel wel de tenuitvoerlegging (artikel 1397, tweede lid, Ger.W.).

Wie in eerste aanleg verliest en hoger beroep instelt, kan de uitvoering bovendien nauwelijks laten stilleggen. Artikel 1402 Ger.W. verbiedt de rechters in hoger beroep op straffe van nietigheid de tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen, onverminderd artikel 1066, tweede lid, 6°, Ger.W. Die laatste bepaling voorziet in korte debatten wanneer wordt opgekomen tegen een beslissing waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging zonder borgstelling of kantonnement is toegestaan, of waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging uitdrukkelijk is toegestaan of geweigerd; de debatten blijven dan beperkt tot die bijzondere modaliteiten.

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, oordeelde op 26 juni 2024 in hoger beroep in een burenzaak over overhangende takken en een haag (uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep (https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoerbaarheid-bij-voorraad-schorsen-in-hoger-beroep-art-1402-ger-w)). De partij die hoger beroep had ingesteld, vroeg de opheffing, minstens de opschorting, van de uitvoerbaarheid bij voorraad. De rechtbank wees dat af: de vrederechter had gewoon de wettelijke hoofdregel laten spelen en niet uitdrukkelijk over de uitvoerbaarheid beslist. Er was dus geen afwijkende beslissing waartegen de weg van artikel 1066, tweede lid, 6°, openstond. De rechtbank oordeelde ook dat oudere cassatierechtspraak die een schorsing in bepaalde gevallen toeliet, na de wetswijzigingen niet langer van toepassing is. Ze merkte daarbij zelf op dat andere rechtscolleges die rechtspraak wel nog volgden. Over de vraag om de looptijd van de dwangsom op te schorten, zei ze volledigheidshalve dat ze daarover geen rechtsmacht had: die vraag hoort thuis bij de vrederechter die de dwangsom oplegde.

Wat betekent dat voor u? Wilt u vermijden dat een vonnis meteen wordt uitgevoerd, dan moet u dat al in eerste aanleg vragen, met concrete redenen. In hoger beroep is het meestal te laat. Wie een geldsom moet betalen en hoger beroep heeft ingesteld, kan wel het kantonnement inroepen: het bedrag in bewaring geven bij de Deposito- en Consignatiekas of een sekwester, na tussenkomst van de beslagrechter (artikelen 1403 en 1404 Ger.W.), of het in consignatie geven in handen van de optredende gerechtsdeurwaarder (artikel 1405 Ger.W.). Dat geldt niet voor schuldvorderingen tot levensonderhoud (artikel 1404, eerste lid, Ger.W.), en de rechter die over de zaak zelf oordeelde, kan het kantonnement uitsluiten als uitstel de schuldeiser ernstig nadeel zou berokkenen (artikel 1406 Ger.W.). Omgekeerd geschiedt de voorlopige tenuitvoerlegging op risico van de partij die daartoe last geeft (artikel 1398 Ger.W.): wordt het vonnis in hoger beroep hervormd, dan moet zij teruggeven wat ze te veel ontving. Meer over de procedure leest u op onze pagina over hoger beroep in burgerlijke zaken (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/hoger-beroep-civiel).

## Beslag en gedwongen verkoop: wat mag de notaris?

Blijft betaling uit, dan kan de schuldeiser met een uitvoerbare titel beslag laten leggen. Uitvoerend beslag op roerend of onroerend goed mag alleen krachtens een uitvoerbare titel en voor vaststaande en zekere schulden (artikel 1494 Ger.W.). Een veroordelende beslissing kan pas worden uitgevoerd nadat ze aan de partij is betekend (artikel 1495 Ger.W.). Aan een uitvoerend beslag op roerend goed gaat een bevel aan de schuldenaar vooraf, minstens een dag voor het beslag (artikel 1499 Ger.W.); ook een uitvoerend beslag op onroerend goed begint met een bevel bij deurwaardersexploot (artikel 1564 Ger.W.).

Na een onroerend beslag vraagt de schuldeiser de rechter binnen een maand na de overschrijving van het beslag een notaris aan te stellen voor de verkoop (artikel 1580, eerste lid, Ger.W.). Die notaris mag bij afwezigheid of tegenwerking van de beslagene of de bewoner, op kosten van de beslagene en zo nodig met hulp van de openbare macht en een slotenmaker, toegang nemen tot het goed, met het oog op de naleving van de verkoopvoorwaarden of de bezichtiging door kandidaat-kopers (artikel 1580, derde lid, Ger.W.).

Maar wat als de schuldenaar de deur dichthoudt voor de deskundigen die een energieprestatiecertificaat, een asbestattest of een keuring van de elektrische installatie moeten opmaken? De beslagrechter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, boog zich daar op 7 april 2026 over (gedwongen verkoop: notaris krijgt toegang voor EPC en asbest (https://www.lawbase.be/rechtspraak/weigering-toegang-bij-gerechtelijke-verkoop-beslagrechter-breidt-mandaat-notaris-uit-voor-epc-en-asbestattest)). De vordering was ingeleid als een zwarigheid bij de tenuitvoerlegging. Volgens de rechtbank moesten zwarigheden die na de aanstelling van de notaris rijzen (artikel 1623 Ger.W.) eerst bij de notaris worden ingediend, die er een proces-verbaal met advies over opmaakt; pas als hij geen gevolg geeft, kan men rechtstreeks naar de beslagrechter. Zo ingeleid, was de vordering onontvankelijk.

De rechtbank herkwalificeerde de vraag echter als een verzoek tot uitbreiding van de machtiging van de notaris op grond van artikel 1580 Ger.W. De standaardmachtiging dekt volgens haar geen toegang om de verkoopvoorwaarden op te maken, zoals het laten opstellen van attesten. Ze breidde de machtiging daarom uit: de notaris en de door hem aangestelde deskundigen mochten, desnoods met bijstand van de lokale politie, toegang nemen na kennisgeving aan de schuldenaar per aangetekend schrijven, met een termijn van minstens vijf kalenderdagen. De kosten van de deskundigen en de politiebijstand behoren tot de kosten van tenuitvoerlegging, ten laste van de boedel; de kosten van het verzoek zelf bleven ten laste van de verzoekers, zonder rechtsplegingsvergoeding.

Voor een schuldenaar is de boodschap duidelijk: de deur dichthouden, houdt een gedwongen verkoop hooguit even op. Wie een onroerend beslag ondergaat, kijkt beter snel naar de mogelijkheden die er wel zijn, zoals een verkoop uit de hand of een afbetalingsvoorstel. Meer daarover leest u op onze pagina's over onroerend beslag (https://www.lawbase.be/expertise/consumentenrecht/onroerend-beslag), de gedwongen uitvoering van een vonnis (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/gedwongen-uitvoering-vonnis) en het beslagvrije inkomen (https://www.lawbase.be/expertise/consumentenrecht/beslagvrij-inkomen).

## Verzet tegen een bevel tot betalen: wat toetst de beslagrechter?

Een bevel tot betalen is de laatste stap voor het beslag. Klopt het gevorderde bedrag niet, dan kunt u naar de beslagrechter. Alle vorderingen over bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging worden voor hem gebracht en behandeld zoals in kort geding (artikel 1395 Ger.W.). Bij zwarigheden bij de tenuitvoerlegging kan iedere belanghebbende zich tot de beslagrechter wenden, maar die vordering schorst de uitvoering niet (artikel 1498 Ger.W.). Wie verzet doet, moet dus niet verwachten dat de deurwaarder intussen stilzit.

Belangrijk is wat de beslagrechter wel en niet doet. De rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, zette dat op 8 februari 2024 helder uiteen in een zaak over achterstallig onderhoudsgeld (verzet tegen een bevel tot betalen van onderhoudsgeld (https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoering-onderhoudsgeld-beslagrechter-corrigeert-afrekening-maar-oordeelt-uitvoering-principieel-terecht)). Een vader had een bevel tot betalen laten betekenen op basis van een vonnis van de familierechtbank. De moeder betwistte de afrekening. De beslagrechter controleerde de uitvoering, niet de oorspronkelijke schuldvordering: hij kon de onderhoudsbijdrage of de omschrijving van de bijzondere kosten in het vonnis niet wijzigen, maar wel nagaan of de schuldeiser binnen de grenzen van zijn titel was gebleven en of er intussen was betaald.

Het resultaat: het onderhoudsgeld voor de startmaanden moest pro rata worden berekend, en een deel van de schoolkosten viel niet onder de strikte omschrijving van bijzondere kosten in het vonnis, omdat de vader niet aantoonde dat het om noodzakelijk gespecialiseerd en kostelijk studiemateriaal ging. Het schooluniform en de boerderijklassen bleven wel verschuldigd. Omdat er effectief een achterstand bestond, was de uitvoering in principe terecht. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en de moeder, als in het ongelijk gestelde partij, droeg de gerechtskosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding (artikel 1017 Ger.W.).

Daar zit een harde les in. Een verzet dat een foute afrekening rechtzet, kan u toch geld kosten als er wel degelijk een schuld was. Controleer dus eerst zelf de afrekening, betaal wat onbetwist verschuldigd is en betwist alleen wat u kunt staven. Voor de materie van het onderhoudsgeld zelf verwijzen we naar de themapagina rechtspraak familierecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/familierecht) en naar onze pagina over onbetaalde alimentatie (https://www.lawbase.be/expertise/familierecht/alimentatie-niet-betaald). Wat een gerechtsdeurwaarder wel en niet mag, leest u op de pagina over uw rechten tegenover de deurwaarder (https://www.lawbase.be/expertise/consumentenrecht/deurwaarder-rechten).

## Bewijs: wie moet wat aantonen?

Veel burgerlijke zaken worden niet beslist op het recht, maar op het bewijs. Artikel 8.4 BW legt de basisregel vast: wie meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, moet de rechtshandelingen of feiten bewijzen die daaraan ten grondslag liggen; wie beweert bevrijd te zijn, moet dat op zijn beurt bewijzen. Alle partijen moeten meewerken aan de bewijsvoering, en bij twijfel verliest in beginsel wie het bewijs moest leveren.

Een uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 3 oktober 2024 toont hoe dat in de praktijk uitpakt (factuur aan particulier bewijst geen huur, e-mail wel (https://www.lawbase.be/rechtspraak/bewijslast-bij-huur-wanneer-een-factuur-niet-volstaat-en-een-e-mail-wel)). Een autoverkoper vorderde 7.355,25 euro van een particulier voor het gebruik van vier wagens. De rechtbank kende uiteindelijk 342,70 euro toe. Een factuur volstond tegenover een particulier op zich niet als bewijs van een huurovereenkomst. Een voorgelegde overeenkomst verloor haar bewijskracht omdat de particulier zijn handtekening ontkende: volgens artikel 8.19 BW kan de partij tegen wie een onderhandse akte wordt ingeroepen, haar handtekening ontkennen, waarna de echtheid moet worden onderzocht volgens de artikelen 883 en volgende Ger.W. De verkoper vorderde geen schriftonderzoek.

Wat wel doorwoog, was een e-mail van de particulier zelf, waarin hij vroeg een factuur op te maken voor "de huur van de wagen zoals contractueel vastgelegd". De rechtbank zag daarin een erkenning van een huurovereenkomst voor die ene wagen. Een buitengerechtelijke bekentenis heeft dezelfde wettelijke bewijswaarde als een gerechtelijke (artikel 8.31 BW), maar ze reikt niet verder dan wat erin wordt erkend: voor de drie andere wagens bleef het bewijs uit.

Voor de ruimere vraag hoe contracten tot stand komen en worden bewezen, verwijzen we naar de themapagina rechtspraak verbintenissenrecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/verbintenissenrecht). Twee praktische raadgevingen uit dit vonnis: zet afspraken op papier voordat u presteert, en schrijf nooit een e-mail aan de tegenpartij zonder te beseffen dat die later als bewijs kan dienen. Ontvangt u een factuur die u betwist, protesteer dan tijdig en gemotiveerd; zie ook onze pagina over een factuur betwisten (https://www.lawbase.be/expertise/consumentenrecht/factuur-betwisten).

## Betalen aan een fraudeur: is uw schuld dan voldaan?

Een e-mail met "nieuwe bankgegevens", een gehackt account, een betaling die nooit bij de echte schuldeiser aankomt. Wie draagt dan het verlies? Artikel 5.198 BW, uit boek 5 dat sinds 1 januari 2023 in werking is, bepaalt dat de betaling moet gebeuren aan de schuldeiser of aan iemand die door hem, door de rechter of door de wet gemachtigd is om voor hem te ontvangen. Een betaling aan iemand anders is maar bevrijdend als de schuldeiser ze bekrachtigt, als hij er voordeel uit haalde, of als ze te goeder trouw is gedaan aan een schijnschuldeiser.

De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, paste die regel op 3 juni 2026 toe op een online veilinghuis dat de verkoopopbrengst van een verkoper overmaakte op een rekeningnummer uit een frauduleuze e-mail (veilinghuis betaalt fraudeur: betaling niet bevrijdend (https://www.lawbase.be/rechtspraak/veilinghuis-betaalt-aan-fraudeur-rechter-oordeelt-dat-onzorgvuldige-betaling-niet-bevrijdend-is)). Het veilinghuis beriep zich op goede trouw, op de schijn van schuldeiser en op overmacht. De rechtbank volgde dat niet. De e-mail bevatte taalfouten en een betekenisloze zin, signalen die een normaal voorzichtig en vooruitziend online veilinghuis minstens tot een controle bij de verkoper hadden moeten aanzetten. Omdat het veilinghuis dat naliet, was het niet te goeder trouw en was de betaling niet bevrijdend. Het werd veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van 7.029,22 euro, vermeerderd met interesten en de gerechtskosten.

Voor bedrijven die betalingen uitvoeren, is dit vonnis een reden om een wijziging van bankgegevens altijd via een tweede, onafhankelijk kanaal te laten bevestigen. Het is wel één uitspraak: een betaling die echt te goeder trouw aan een schijnschuldeiser gebeurt, blijft volgens de wet bevrijdend. Voor wie zelf slachtoffer werd van phishing bij de eigen bank, gelden andere regels; zie onze pagina over phishing en terugbetaling door de bank (https://www.lawbase.be/consumentenrecht/phishing-terugbetaling-bank). Heeft uw schuldenaar niet bevrijdend betaald en blijft hij in gebreke, dan berekent u de verschuldigde vertragingsinterest met de wettelijke-interestcalculator (https://www.lawbase.be/tools/wettelijke-interest-calculator).

## Appartement en VME: een beslissing van de algemene vergadering aanvechten

In een appartementsgebouw beslist de algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars (VME) over werken en kosten. Voor sommige beslissingen is een bijzondere meerderheid nodig. Zo beslist de algemene vergadering met twee derde van de stemmen, en met een bijzondere motivering, over werken aan bepaalde privatieve delen die om economische of technische redenen door de VME worden uitgevoerd; zo'n beslissing wijzigt de verdeling van de kosten niet (artikel 3.88, § 1, 1°, d), BW).

Bent u het niet eens met een beslissing, dan kunt u de rechter vragen een onregelmatige, bedrieglijke of onrechtmatige beslissing te vernietigen of te wijzigen als die u persoonlijk nadeel oplevert, binnen vier maanden vanaf de datum van de algemene vergadering (artikel 3.92, § 3, BW). U kunt de rechter ook vragen de wijze van verdeling van de lasten te wijzigen als die u persoonlijk nadeel berokkent (artikel 3.92, § 7, BW). De vrederechter is voor geschillen over de gedwongen mede-eigendom van gebouwen bevoegd ongeacht het bedrag (artikel 591, 2°bis, Ger.W.).

Het vredegerecht van het eerste kanton Brugge oordeelde op 25 juni 2019 over een gevelrenovatie waarbij ook de privatieve terrassen van de bovenverdiepingen werden aangepakt, met kosten verdeeld volgens de kavels (VME-beslissing renovatie privatief terras: geldig, kosten gedeeld (https://www.lawbase.be/rechtspraak/vme-beslissing-renovatie-privatief-terras-kosten-vrederechter-bevestigt-geldigheid)). Omdat het vonnis dateert van vóór boek 3 BW, paste de vrederechter de toenmalige regeling van het oude Burgerlijk Wetboek toe; die regel staat vandaag in artikel 3.88 BW. De eigenaar van een gelijkvloers appartement vorderde de vernietiging van de beslissing of een individuele kostenverdeling. De vrederechter wees beide af: de werken waren om technische redenen nodig om het gebouw tegen vocht te beschermen. Hij woog ook mee dat de mede-eigenaar de beslissingen mee had goedgekeurd en de geplande werken kende bij zijn aankoop. De bijdragen van 11.069,46 euro bleven verschuldigd, maar de intresten en het schadebeding voor de periode van de betwisting werden afgewezen.

De termijn van vier maanden is de belangrijkste les. Wacht u tot de afrekening van de syndicus in de bus valt, dan is het vaak te laat om de beslissing zelf nog aan te vechten. Meer over het appartementsrecht leest u op onze pagina over mede-eigendom (https://www.lawbase.be/wonen-vastgoed/mede-eigendom).

## Een rechter wraken: strenge vormen, weinig ruimte

Wie meent dat een rechter niet onpartijdig is, kan hem wraken, onder meer wegens wettige verdenking (artikel 828, 1°, Ger.W.). De vormvereisten zijn streng. De wraking moet worden voorgedragen vóór de aanvang van de pleidooien, tenzij de redenen later zijn ontstaan, en bij een zaak die op verzoekschrift is ingeleid vóór er een beschikking is gegeven (artikel 833 Ger.W.). Ze wordt op straffe van nietigheid ingeleid bij een ter griffie neergelegde akte die de middelen bevat en ondertekend is door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven (artikel 835 Ger.W.). Over de wraking wordt binnen acht dagen in laatste aanleg beslist; bij een kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond verzoek kan een geldboete van 15 tot 2.500 euro volgen (artikel 838 Ger.W.).

Het hof van beroep Gent, eerste kamer, verklaarde op 11 juni 2026 een wrakingsverzoek onontvankelijk omdat het via e-Deposit was neergelegd (rechter wraken via e-Deposit: verzoek onontvankelijk (https://www.lawbase.be/rechtspraak/rechter-wraken-procedure-via-e-deposit-verzoek-onontvankelijk)). Artikel 32ter Ger.W. laat elektronische neerlegging toe via het systeem dat de Koning aanwijst, en het uitvoeringsbesluit wijst e-Deposit volgens het hof niet aan voor een akte van wraking. Dat het verzoek zijn doel had bereikt, veranderde daar niets aan. Ten overvloede was het verzoek volgens het hof ook ongegrond: onenigheid met de inhoud van een beslissing is geen wrakingsgrond, daarvoor bestaat hoger beroep.

Wraking is dus geen alternatief rechtsmiddel. Wie het niet eens is met een beslissing, gebruikt de gewone rechtsmiddelen. Wie meent dat het woord werd geweigerd, laat daarvan best meteen akte nemen op het zittingsblad.

## Het wettelijk kader op een rij

De uitspraken op deze pagina steunen op een beperkt aantal kernbepalingen. Ze zijn verspreid over het Burgerlijk Wetboek, dat sinds enkele jaren boek per boek wordt vernieuwd, en het Gerechtelijk Wetboek, dat de procedure regelt.

- **Artikel 3.101 BW**: bovenmatige burenhinder en de maatregelen die de rechter kan opleggen om het evenwicht tussen buren te herstellen.
- **Artikel 3.134 BW**: overhangende takken en wortels; wegsnijden na zestig dagen, of de eigenaar laten wegsnijden.
- **Artikel 1385bis Ger.W.**: de dwangsom als bijkomende veroordeling, niet voor geldsommen en niet verbeurd vóór betekening.
- **Artikel 1385quinquies Ger.W.**: opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom bij onmogelijkheid, door de rechter die ze oplegde.
- **Artikel 1397 Ger.W.**: eindvonnissen zijn in de regel uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande hoger beroep.
- **Artikel 1402 Ger.W.**: de appelrechter kan de tenuitvoerlegging niet verbieden of schorsen, onverminderd artikel 1066, tweede lid, 6°.
- **Artikel 1395 Ger.W.**: de beslagrechter is bevoegd voor alle vorderingen over beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging.
- **Artikel 8.4 BW**: de verdeling van de bewijslast.
- **Artikel 5.198 BW**: aan wie u moet betalen om bevrijd te zijn.
- **Artikel 3.92 BW**: de rechtsvorderingen van mede-eigenaars tegen beslissingen van de algemene vergadering.

Een kanttekening bij de overgang naar het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Het bewijsrecht van boek 8 geldt sinds 1 november 2020, het goederenrecht van boek 3 sinds 1 september 2021 en het verbintenissenrecht van boek 5 sinds 1 januari 2023. Welke regel op uw zaak van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van elk boek en dus van de datum van de feiten of het contract. Oudere vonnissen, zoals de VME-uitspraak van 2019, pasten terecht het oude Burgerlijk Wetboek toe. De verjaring van persoonlijke vorderingen staat nog altijd in artikel 2262bis oud BW: in de regel tien jaar, en voor vorderingen tot vergoeding van buitencontractuele schade vijf jaar vanaf de dag na de kennis van de schade en van de aansprakelijke, met een uiterste termijn van twintig jaar na het schadeverwekkende feit.

## De termijnen in burgerlijke zaken op een rij

Wie een termijn mist, verliest vaak zijn recht, hoe sterk zijn zaak ook is. De tabel zet de belangrijkste termijnen uit deze pagina naast elkaar. Hij vervangt geen advies over uw dossier: voor sommige procedures bepaalt de wet een afwijkende termijn of sluit ze een rechtsmiddel uit, en een termijn kan langer zijn wanneer een partij geen woonplaats in België heeft (de artikelen 1048, 1051 en 1073 Ger.W. voorzien daarvoor in een verlenging).

| Wat | Termijn | Vertrekpunt | Wettelijke basis |
| --- | --- | --- | --- |
| Verzet tegen een verstekvonnis in laatste aanleg | één maand | betekening of kennisgeving van het vonnis | artikelen 1047 en 1048 Ger.W. |
| Hoger beroep | één maand | betekening of kennisgeving van het vonnis | artikel 1051 Ger.W. |
| Cassatieberoep | drie maanden | betekening of kennisgeving van de beslissing | artikel 1073 Ger.W. |
| Uitvoering van een geldsomveroordeling waartegen verzet of hoger beroep door een versteklatende partij openstaat | niet vóór één maand, tenzij voorlopige tenuitvoerlegging is gelast | betekening van de beslissing | artikel 1495 Ger.W. |
| Bevel tot betalen vóór uitvoerend beslag op roerend goed | minstens één dag vóór het beslag | betekening van het bevel | artikel 1499 Ger.W. |
| Verbeuren van een dwangsom | niet vóór de betekening; de rechter kan een bijkomende termijn bepalen | betekening van de uitspraak | artikel 1385bis Ger.W. |
| Verjaring van een verbeurde dwangsom | zes maanden | dag waarop de dwangsom verbeurd is | artikel 1385octies Ger.W. |
| Vernietiging of wijziging van een beslissing van de algemene vergadering van de VME | vier maanden | datum van de algemene vergadering | artikel 3.92, § 3, BW |
| Zelf overhangende takken of wortels wegsnijden | na zestig dagen zonder verwijdering door de eigenaar | aangetekende ingebrekestelling | artikel 3.134 BW |
| Vordering wegens bovenmatige burenhinder | vijf jaar, uiterlijk twintig jaar | dag na de kennis van schade en aansprakelijke, resp. dag na het schadeverwekkende feit | artikel 3.101, § 4, BW en artikel 2262bis, § 1, oud BW |
| Wraking | vóór de aanvang van de pleidooien (bij een zaak ingeleid op verzoekschrift: vóór de beschikking), tenzij de reden later ontstond | verloop van de procedure | artikel 833 Ger.W. |

Twijfelt u over de termijn voor hoger beroep in uw zaak, gebruik dan de beroepstermijn-calculator (https://www.lawbase.be/tools/beroepstermijn-calculator); voor verjaringstermijnen de verjaring-calculator (https://www.lawbase.be/tools/verjaring-calculator).

## Wat kunt u doen na een vonnis?

Welke weg openstaat, hangt af van hoe het vonnis tot stand kwam, van de rechter die het uitsprak en van wat u wilt bereiken. Een overzicht van de belangrijkste pistes.

### Verzet, als u verstek liet

Verscheen u niet en werd u bij verstek veroordeeld, dan kunt u in de regel verzet doen tegen een verstekvonnis dat in laatste aanleg is gewezen (artikel 1047 Ger.W.), binnen een maand na de betekening (artikel 1048 Ger.W.). Is het verstekvonnis vatbaar voor hoger beroep, dan staat in de regel geen verzet open en moet u hoger beroep instellen. Meer daarover op onze pagina over verzet tegen een verstekvonnis (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/verstek-vonnis-verzet).

### Hoger beroep, binnen een maand

Tegen de meeste vonnissen kunt u binnen een maand na de betekening hoger beroep instellen (artikel 1051 Ger.W.). Niet elk vonnis is vatbaar voor hoger beroep: een vonnis van de vrederechter over een vordering die 2.000 euro niet overschrijdt, en een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg over een vordering tot 2.500 euro, zijn gewezen in laatste aanleg (artikel 617 Ger.W.; de Koning kan die bedragen aanpassen). Bij uitvoerend beslag op onroerend goed gelden bovendien bijzondere regels: tegen een verstekbeslissing staat geen verzet open, en beslissingen over zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging zijn niet vatbaar voor hoger beroep (artikel 1624 Ger.W.). Onthoud dat hoger beroep de uitvoering van een vonnis op tegenspraak in de regel niet schorst.

### De dwangsom laten aanpassen

Kunt u een veroordeling onder dwangsom echt niet of niet tijdig uitvoeren, dan vraagt u de rechter die de dwangsom oplegde om ze op te heffen, op te schorten of te verminderen (artikel 1385quinquies Ger.W.). Doe dat zodra de onmogelijkheid zich voordoet; opheffen of verminderen kan de rechter alleen voor dwangsommen die verbeurd zijn nadat de onmogelijkheid intrad (artikel 1385quinquies, tweede lid, Ger.W.). Omgekeerd kan wie de dwangsom verkreeg, bij aanhoudende niet-uitvoering een bijkomende of hogere dwangsom vragen (artikel 1385quinquies, derde lid, Ger.W.).

### Naar de beslagrechter bij problemen met de uitvoering

Klopt de afrekening in een bevel tot betalen niet, werd al betaald of vordert de schuldeiser dwangsommen die volgens u niet verbeurd zijn, dan stapt u naar de beslagrechter (artikelen 1395 en 1498 Ger.W.). Weet dat die procedure de uitvoering niet schorst en dat u de kosten kunt dragen als de uitvoering in principe terecht was.

### Cassatie, alleen op rechtsvragen

Tegen een beslissing in laatste aanleg staat in de regel binnen drie maanden cassatieberoep open (artikel 1073 Ger.W., dat kortere wettelijke termijnen voorbehoudt). Het Hof van Cassatie oordeelt niet opnieuw over de feiten, en het verzoekschrift moet worden ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie (artikel 1080 Ger.W.). Zie onze pagina over de cassatieprocedure (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/cassatieberoep-procedure).

### De kosten en de interesten

De in het ongelijk gestelde partij wordt in de regel in de kosten verwezen (artikel 1017 Ger.W.), waaronder de rechtsplegingsvergoeding, een forfaitaire tegemoetkoming in de advocatenkosten van de winnende partij (artikel 1022 Ger.W.). Met de rechtsplegingsvergoeding-calculator (https://www.lawbase.be/tools/rechtsplegingsvergoeding-calculator) ziet u welk bedrag op het spel staat, en met de wettelijke-interestcalculator (https://www.lawbase.be/tools/wettelijke-interest-calculator) rekent u de interesten op een veroordeling uit. Meer over de kostenkant leest u op de pagina's rechtsplegingsvergoeding vorderen (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/rechtsplegingsvergoeding-vorderen) en gerechtskosten (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/gerechtskosten-overzicht).

## Voorbeeld: Lotte uit Gent, een dwangsom voor bomen waarvoor een vergunning nodig was

Dit voorbeeld is verzonnen en dient enkel ter illustratie; het is niet gebaseerd op een gepubliceerde of bestaande zaak.

Lotte heeft achteraan haar tuin een rij hoge populieren waarvan de takken ver over de perceelsgrens hangen. Haar buurman stapt naar de vrederechter. Die veroordeelt Lotte om de populieren binnen twee maanden na de betekening van het vonnis fors terug te snoeien, zodat er geen takken meer over de grens hangen, op straffe van een dwangsom van 100 euro per dag vertraging, met een maximum van 10.000 euro. Het vonnis wordt op 3 maart betekend; de termijn van twee maanden verstrijkt dus begin mei.

Lotte laat een boomverzorger komen, die haar waarschuwt dat de gemeente voor deze ingreep een omgevingsvergunning vereist. Ze dient de aanvraag in binnen de week na het vonnis en stuurt de buurman een kopie. De gemeente beslist echter pas eind juni. Intussen is de termijn verstreken en loopt de dwangsom sinds begin mei. Lotte vraagt de vrederechter om de looptijd van de dwangsom op te schorten wegens tijdelijke onmogelijkheid (artikel 1385quinquies Ger.W.).

De vrederechter aanvaardt dat Lotte zonder vergunning niet mocht snoeien en dat zij alles had gedaan wat van haar kon worden verwacht: de aanvraag was onmiddellijk ingediend en goed gedocumenteerd. Omdat de onmogelijkheid al bestond voordat de dwangsom begon te lopen, staat de wet niet in de weg: artikel 1385quinquies, tweede lid, Ger.W. verbiedt alleen de opheffing of vermindering van dwangsommen die verbeurd waren voordat de onmogelijkheid intrad. De vrederechter heft de dwangsommen op die sinds het einde van de termijn verbeurd zijn, en schorst de looptijd tot twee weken na de beslissing van de gemeente. Was de onmogelijkheid pas later ontstaan, dan had hij de dwangsommen die daarvoor al verbeurd waren niet meer kunnen opheffen. Lotte laat de populieren half juli terugsnoeien, binnen de twee weken na de vergunning. Ze betaalt geen dwangsom.

Had Lotte, zoals in de zaak die het vredegerecht van Brugge in 2024 beoordeelde, meer dan twee maanden gewacht om de vergunning aan te vragen, dan was het verloop vermoedelijk anders geweest: een zelf veroorzaakte vertraging geldt niet als onmogelijkheid, en dan was de dwangsom voor elke dag vertraging verbeurd, tot half juli al ruim 7.000 euro.

## Voorbeeld: Youssef uit Leuven, veroordeeld in eerste aanleg en toch al een deurwaarder aan de deur

Ook dit voorbeeld is verzonnen en enkel illustratief.

Youssef liet zijn badkamer renoveren en weigerde de laatste factuur te betalen omdat de tegels volgens hem slordig geplaatst waren. De aannemer dagvaardt hem voor de rechtbank van eerste aanleg. Youssef verschijnt en voert verweer, maar de rechtbank veroordeelt hem op tegenspraak tot betaling van 14.600 euro, vermeerderd met interesten en een rechtsplegingsvergoeding. Over de uitvoerbaarheid zegt het vonnis niets.

Youssef tekent binnen de maand na de betekening hoger beroep aan. Twee weken later betekent een gerechtsdeurwaarder hem een bevel tot betalen. Youssef begrijpt het niet: hij zit toch in hoger beroep? Zijn advocaat legt uit dat het vonnis van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad is (artikel 1397 Ger.W.) en dat het hof van beroep die uitvoering niet kan schorsen (artikel 1402 Ger.W.). Ook de korte debatten van artikel 1066, tweede lid, 6°, bieden weinig uitzicht: de eerste rechter heeft niet uitdrukkelijk over de uitvoerbaarheid beslist, en in de gepubliceerde rechtspraak werd die weg in zo'n geval afgesloten.

Wel kan Youssef het kantonnement inroepen, omdat het om een geldsom gaat, hij hoger beroep heeft ingesteld en de eerste rechter het kantonnement niet heeft uitgesloten (artikelen 1404 en 1406 Ger.W.). Via de beslagrechter consigneert hij het volledige bedrag van hoofdsom, interesten en kosten. De aannemer heeft zo de zekerheid dat het geld er is, en Youssef vermijdt dat zijn loon of zijn wagen in beslag wordt genomen.

Anderhalf jaar later oordeelt het hof, op basis van een deskundigenverslag, dat een deel van de tegelwerken inderdaad opnieuw moet en vermindert de veroordeling tot 9.200 euro. Uit de geconsigneerde som wordt betaald wat het hof toekende; het saldo gaat terug naar Youssef. Had hij niet geconsigneerd maar gewoon betaald, dan had de aannemer het teveel moeten terugbetalen: de voorlopige tenuitvoerlegging geschiedt op risico van de partij die daartoe last geeft (artikel 1398 Ger.W.). Alleen had Youssef dan het risico gedragen dat de aannemer intussen insolvent werd.

## Wat als u de kosten van een procedure niet kunt dragen?

Een geschil over bomen of een dwangsom kan snel duur worden: advocatenkosten, een gerechtsdeskundige, gerechtsdeurwaarderskosten en, als u verliest, de rechtsplegingsvergoeding van de tegenpartij. Wie over beperkte bestaansmiddelen beschikt, staat daar niet alleen voor.

Via het bureau voor juridische bijstand van de balie (artikel 508/7 Ger.W.) kunt u juridische tweedelijnsbijstand krijgen: een omstandig juridisch advies of bijstand in een procedure door een advocaat (artikel 508/1, 2°, Ger.W.), geheel of gedeeltelijk kosteloos voor wie over ontoereikende bestaansmiddelen beschikt (artikel 508/13 Ger.W.). Daarnaast kan de rechtsbijstand u geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de gerechtskosten, zoals griffierechten en de kosten van een gerechtsdeurwaarder, en u kosteloos een technisch adviseur bezorgen bij een deskundigenonderzoek (artikel 664 Ger.W.). Verliest u een procedure terwijl u juridische tweedelijnsbijstand geniet, dan wordt de rechtsplegingsvergoeding die u moet betalen in beginsel op het wettelijke minimum vastgelegd, tenzij in een kennelijk onredelijke situatie (artikel 1022 Ger.W.).

Of u in aanmerking komt, hangt af van uw inkomen en uw gezinssituatie. Met de pro-deo-checker (https://www.lawbase.be/tools/pro-deo-checker) gaat u dat in een paar minuten na. Meer uitleg vindt u op onze pagina over een pro-deoadvocaat aanvragen (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/pro-deo-advocaat-aanvragen). Hebt u een rechtsbijstandsverzekering, bijvoorbeeld bij uw familiale of woningverzekering, kijk dan na of burengeschillen of uitvoeringsgeschillen gedekt zijn; zie de rechtsbijstandsverzekering-checker (https://www.lawbase.be/tools/rechtsbijstandsverzekering-checker).

## Verwante onderwerpen

- Burgerlijk recht bij LawBase: https://www.lawbase.be/burgerlijk-recht
- Burenhinder (https://www.lawbase.be/burgerlijk-recht/burenhinder) en de regels over burenhinder (https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/burenhinder-regels)
- De dwangsom: https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/dwangsom-opleggen
- Gedwongen uitvoering van een vonnis: https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/gedwongen-uitvoering-vonnis
- Wanneer is de vrederechter bevoegd?: https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/vrederechter-bevoegdheid
- Het gerechtelijk deskundigenonderzoek: https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/deskundigenonderzoek-rechtbank
- Kort geding in burgerlijke zaken: https://www.lawbase.be/expertise/burgerlijk-recht/kort-geding-civiel
- Verjaring in het burgerlijk recht: https://www.lawbase.be/burgerlijk-recht/verjaring
- Rechtsplegingsvergoeding-calculator (https://www.lawbase.be/tools/rechtsplegingsvergoeding-calculator), verjaring-calculator (https://www.lawbase.be/tools/verjaring-calculator) en wettelijke-interestcalculator (https://www.lawbase.be/tools/wettelijke-interest-calculator)
- Rechtspraak verbintenissenrecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/verbintenissenrecht), rechtspraak huurrecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/huurrecht) en rechtspraak familierecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/familierecht)
- Alle rechtspraakanalyses op lawbase.be: https://www.lawbase.be/rechtspraak

## Tot slot

In burgerlijke zaken wint zelden wie het hardst roept, wel wie zijn termijnen respecteert, zijn stukken bijhoudt en een vonnis correct uitvoert of laat uitvoeren. Hebt u een vonnis, een bevel tot betalen of een beslissing van uw VME ontvangen, noteer dan vandaag de datum van betekening of van de vergadering en laat binnen die termijn nagaan welke stap nog openstaat.

LawBase heeft 6 kantoren verspreid over Vlaanderen: Brugge (hoofdkantoor), Antwerpen, Gent, Leuven, Sint-Niklaas en Tongeren. Een videocall van 30 minuten met een advocaat kost €60,50 incl. btw; een consultatie op kantoor van 60 minuten kost €90,75 incl. btw.

## Veelgestelde vragen over rechtspraak burgerlijk recht

### Schorst hoger beroep de uitvoering van een vonnis in burgerlijke zaken?

### Kan ik een dwangsom laten opheffen als ik het vonnis niet tijdig kan uitvoeren?

### Loopt een dwangsom door nadat ik het vonnis heb uitgevoerd?

### Hoelang kan een dwangsom worden ingevorderd?

### Mag mijn buurman overhangende takken van mijn bomen zelf afknippen?

### Wat doet de beslagrechter als ik het niet eens ben met een bevel tot betalen?

### Is een factuur voldoende bewijs dat ik iets verschuldigd ben?

### Moet ik opnieuw betalen als mijn betaling bij een oplichter terechtkwam?

### Hoelang heb ik om een beslissing van de algemene vergadering van mijn VME aan te vechten?

### Kan ik een rechter wraken omdat ik het niet eens ben met zijn beslissing?

Meer over onze expertise in burgerlijk recht →: https://www.lawbase.be/burgerlijk-recht

## Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

Kies een eerste consultatie op kantoor (€90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€60,50 incl. btw).

Eerste consultatie op kantoor – €75 excl. btw: https://www.lawbase.be/contact#afspraak
Videoconsultatie – €50 excl. btw: https://www.lawbase.be/video-afspraak

Liever eerst bellen? 050 67 32 06 (050673206)

Start dossier: https://www.lawbase.be/nieuw-dossier?rechtsgebied=Burgerlijk%20recht
Video: https://www.lawbase.be/video-afspraak
Bel 050 67 32 06: 050673206

## Structured data

```json
[
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "BreadcrumbList",
    "itemListElement": [
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 1,
        "name": "Home",
        "item": "https://www.lawbase.be"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 2,
        "name": "Rechtspraak",
        "item": "https://www.lawbase.be/rechtspraak"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 3,
        "name": "Burgerlijk Recht",
        "item": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/burgerlijk-recht"
      }
    ]
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "CollectionPage",
    "@id": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/burgerlijk-recht#webpage",
    "name": "Rechtspraak Burgerlijk Recht",
    "description": "Vonnis van de vrederechter, een dwangsom of een bevel tot betalen ontvangen? Lees wat rechters beslissen over burenhinder, beslag, bewijs en VME-geschillen.",
    "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/burgerlijk-recht",
    "inLanguage": "nl-BE",
    "isPartOf": {
      "@type": "WebSite",
      "@id": "https://www.lawbase.be/#website",
      "name": "LawBase",
      "url": "https://www.lawbase.be"
    },
    "publisher": {
      "@type": "Organization",
      "@id": "https://www.lawbase.be/#organization",
      "name": "LawBase - De Meulenaere & Ribas Colomar",
      "url": "https://www.lawbase.be",
      "logo": {
        "@type": "ImageObject",
        "url": "https://www.lawbase.be/logo.png",
        "width": 512,
        "height": 512
      },
      "image": {
        "@type": "ImageObject",
        "url": "https://www.lawbase.be/logo.png",
        "width": 512,
        "height": 512
      },
      "telephone": "+32 50 67 32 06",
      "email": "hello@lawbase.be",
      "priceRange": "€€",
      "address": {
        "@type": "PostalAddress",
        "streetAddress": "Oosterlingenplein 4A",
        "postalCode": "8000",
        "addressLocality": "Brugge",
        "addressCountry": "BE"
      }
    },
    "mainEntity": {
      "@type": "ItemList",
      "name": "Rechtspraak Burgerlijk Recht",
      "numberOfItems": 10,
      "itemListElement": [
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 1,
          "name": "Schulden beschermde persoon: bewindvoerder niet persoonlijk aansprakelijk",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/is-bewindvoerder-aansprakelijk-voor-schulden-beschermde-persoon",
          "description": "Een ziekenhuis vorderde de betaling van onbetaalde facturen van een vrouw die onder bewind stond, en vroeg dat zowel zij als haar bewindvoerder over de"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 2,
          "name": "VME-beslissing renovatie privatief terras: geldig, kosten gedeeld",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/vme-beslissing-renovatie-privatief-terras-kosten-vrederechter-bevestigt-geldigheid",
          "description": "De algemene vergadering van een VME besliste tot een gevelrenovatie waarbij ook de privatieve terrassen van de bovenverdiepingen werden aangepakt, met"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 3,
          "name": "Rechter wraken via e-Deposit: hof verklaart verzoek onontvankelijk",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/rechter-wraken-procedure-via-e-deposit-verzoek-onontvankelijk",
          "description": "Een partij in een familiezaak wilde de behandelende familierechter wraken wegens wettige verdenking en legde het wrakingsverzoek neer via e-Deposit. Het hof"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 4,
          "name": "Veilinghuis betaalt fraudeur: betaling niet bevrijdend",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/veilinghuis-betaalt-aan-fraudeur-rechter-oordeelt-dat-onzorgvuldige-betaling-niet-bevrijdend-is",
          "description": "Deze zaak betreft een geschil tussen een verkoper en een online veilingplatform over een niet-bevrijdende betaling als gevolg van fraude. De eiser had negen"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 5,
          "name": "Dwangsom snoeien bomen: 18.900 in plaats van 210.000 euro",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-voor-snoeien-van-bomen-rechter-beperkt-torenhoge-vordering-en-sanctioneert-rechtsmisbruik",
          "description": "Deze zaak betreft een geschil over de inning van dwangsommen die werden opgelegd in een eerder vonnis van de vrederechter. De eiseres, de boomeigenares"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 6,
          "name": "Gedwongen verkoop: notaris krijgt toegang voor EPC en asbest",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/weigering-toegang-bij-gerechtelijke-verkoop-beslagrechter-breidt-mandaat-notaris-uit-voor-epc-en-asbestattest",
          "description": "Deze zaak betreft een geschil dat is ontstaan in het kader van een gerechtelijke openbare verkoop van een onroerend goed. De vervolgende partij trachtte de"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 7,
          "name": "Factuur aan particulier bewijst geen huur, e-mail wel",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/bewijslast-bij-huur-wanneer-een-factuur-niet-volstaat-en-een-e-mail-wel",
          "description": "Een autoverkoper vorderde betaling van een factuur van € 7.355,25 van een particulier voor het gebruik van vier verschillende wagens over een periode van"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 8,
          "name": "Verzet tegen bevel tot betalen van onderhoudsgeld",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoering-onderhoudsgeld-beslagrechter-corrigeert-afrekening-maar-oordeelt-uitvoering-principieel-terecht",
          "description": "Deze zaak betreft een verzetprocedure voor de beslagrechter, ingesteld door een moeder tegen haar ex-partner. De ex-partner had een bevel tot betalen laten"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 9,
          "name": "Uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep?",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/uitvoerbaarheid-bij-voorraad-schorsen-in-hoger-beroep-art-1402-ger-w",
          "description": "Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een hoger beroep in een burenruzie. De oorspronkelijke zaak voor"
        },
        {
          "@type": "ListItem",
          "position": 10,
          "name": "Dwangsom opheffen wegens onmogelijkheid? Niet bij eigen fout",
          "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/dwangsom-wegens-snoeiplicht-niet-opgeheven-laattijdige-vergunningsaanvraag-rancuneus-gedrag",
          "description": "Deze zaak betreft een vordering tot opheffing of opschorting van een dwangsom die eerder werd opgelegd in een geschil over burenhinder. In een vorig vonnis"
        }
      ]
    }
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "FAQPage",
    "mainEntity": [
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Schorst hoger beroep de uitvoering van een vonnis in burgerlijke zaken?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "In de regel niet. Artikel 1397 Ger.W. bepaalt dat eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad zijn, niettegenstaande hoger beroep, tenzij de wet een uitzondering maakt of de rechter bij een met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt. De appelrechter kan de uitvoering bovendien niet verbieden of schorsen (artikel 1402 Ger.W.), behalve via de korte debatten van artikel 1066, tweede lid, 6°, tegen een beslissing waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging zonder borgstelling of kantonnement werd toegestaan, of uitdrukkelijk werd toegestaan of geweigerd. Anders is het bij een verstekvonnis: verzet of hoger beroep van de partij die verstek liet, schorst in beginsel wel de tenuitvoerlegging."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Kan ik een dwangsom laten opheffen als ik het vonnis niet tijdig kan uitvoeren?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Alleen bij een echte, blijvende of tijdelijke onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen (artikel 1385quinquies Ger.W.). U richt die vraag aan de rechter die de dwangsom oplegde; een rechtbank in hoger beroep oordeelde in de gepubliceerde rechtspraak dat ze daarover geen rechtsmacht had. Een vertraging die u zelf veroorzaakte, bijvoorbeeld door een vergunning maanden te laat aan te vragen, geldt volgens de rechtspraak niet als onmogelijkheid. Wat al verbeurd was vóór de onmogelijkheid ontstond, blijft verschuldigd (artikel 1385quinquies, tweede lid, Ger.W.)."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Loopt een dwangsom door nadat ik het vonnis heb uitgevoerd?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Nee. Een dwangsom is een drukkingsmiddel om de uitvoering af te dwingen en stopt zodra de hoofdveroordeling daadwerkelijk is uitgevoerd, ook als dat na de termijn gebeurt. De rechtbank van eerste aanleg in Brugge beperkte in 2026 een vordering van meer dan 200.000 euro tot 18.900 euro, het bedrag voor de 54 dagen vertraging tegen 350 euro per dag. Wie na de uitvoering toch dwangsommen blijft eisen voor de periode daarna, riskeert een veroordeling wegens rechtsmisbruik (artikel 1.10 BW)."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Hoelang kan een dwangsom worden ingevorderd?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop ze verbeurd is (artikel 1385octies Ger.W.). Die verjaring wordt geschorst door een faillissement of een ander wettelijk beletsel voor de tenuitvoerlegging, en ook zolang de schuldeiser redelijkerwijs niet kon weten dat de dwangsom verbeurd was. Een dwangsom kan bovendien nooit worden verbeurd vóór de betekening van het vonnis waarin ze is opgelegd (artikel 1385bis Ger.W.)."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Mag mijn buurman overhangende takken van mijn bomen zelf afknippen?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Ja, onder voorwaarden. Artikel 3.134 BW laat de buur toe de overhangende takken of wortels zelf weg te snijden, op kosten van de eigenaar, als die ze niet verwijdert binnen zestig dagen na een ingebrekestelling per aangetekende zending. De buur draagt dan wel zelf het risico voor schade aan de beplanting. Hij kan ook eisen dat de eigenaar ze wegsnijdt, tenzij de rechter oordeelt dat dit rechtsmisbruik is. Dat recht om verwijdering te eisen, gaat niet teniet door verjaring."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wat doet de beslagrechter als ik het niet eens ben met een bevel tot betalen?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "De beslagrechter controleert of de uitvoering regelmatig en binnen de grenzen van het vonnis gebeurt, en of er intussen al werd betaald (artikelen 1395 en 1498 Ger.W.). Hij kan de afrekening corrigeren, maar hij kan het vonnis zelf niet wijzigen. Zijn tussenkomst schorst de uitvoering niet. Bestond er wel degelijk een achterstand, dan kunt u de kosten van het verzet dragen, ook als de afrekening op enkele punten wordt verminderd."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Is een factuur voldoende bewijs dat ik iets verschuldigd ben?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Tegenover een particulier volstaat een factuur op zich meestal niet om een overeenkomst te bewijzen; de rechtbank van eerste aanleg in Hasselt kende in 2024 van een factuur van 7.355,25 euro slechts 342,70 euro toe. De bewijslast ligt bij wie de betaling vordert (artikel 8.4 BW). Ontkent u uw handtekening op een onderhands stuk, dan moet de tegenpartij de echtheid bewijzen (artikel 8.19 BW). Een eigen e-mail waarin u de overeenkomst erkent, kan wel als bekentenis gelden (artikel 8.31 BW)."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Moet ik opnieuw betalen als mijn betaling bij een oplichter terechtkwam?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Dat kan. Artikel 5.198 BW bepaalt dat u moet betalen aan de schuldeiser of aan iemand die gemachtigd is om voor hem te ontvangen. Een betaling aan een ander is alleen bevrijdend als de schuldeiser ze bekrachtigt, er voordeel uit haalde of als u te goeder trouw aan een schijnschuldeiser betaalde. Negeerde u duidelijke signalen van fraude, zoals taalfouten in een e-mail met nieuwe bankgegevens, dan aanvaardt de rechter die goede trouw niet snel; de rechtbank in Antwerpen veroordeelde in 2026 een online veilinghuis tot betaling van nog 7.029,22 euro."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Hoelang heb ik om een beslissing van de algemene vergadering van mijn VME aan te vechten?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Vier maanden vanaf de datum waarop de algemene vergadering plaatsvond (artikel 3.92, § 3, BW). U kunt de vernietiging of wijziging vragen van een onregelmatige, bedrieglijke of onrechtmatige beslissing die u persoonlijk nadeel oplevert. De vrederechter is bevoegd, ongeacht het bedrag (artikel 591, 2°bis, Ger.W.). Een vraag om de verdeling van de lasten te wijzigen omdat die u persoonlijk nadeel berokkent, steunt op artikel 3.92, § 7, BW."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Kan ik een rechter wraken omdat ik het niet eens ben met zijn beslissing?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Nee. Onenigheid met de inhoud van een beslissing is geen wrakingsgrond; daarvoor dient hoger beroep. Een wraking, bijvoorbeeld wegens wettige verdenking (artikel 828, 1°, Ger.W.), moet vóór de aanvang van de pleidooien (bij een zaak op verzoekschrift: vóór de beschikking) worden voorgedragen, tenzij de reden later ontstond (artikel 833 Ger.W.), en wordt ingeleid bij een ter griffie neergelegde akte, ondertekend door een advocaat met meer dan tien jaar inschrijving aan de balie (artikel 835 Ger.W.). Het hof van beroep Gent verklaarde in 2026 een wrakingsverzoek via e-Deposit onontvankelijk. Bij een kennelijk onontvankelijk of ongegrond verzoek riskeert u een geldboete van 15 tot 2.500 euro (artikel 838 Ger.W.)."
        }
      }
    ]
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "Article",
    "headline": "Rechtspraak burgerlijk recht: wat beslist de rechter in uw geschil?",
    "description": "Vonnis van de vrederechter, een dwangsom of een bevel tot betalen ontvangen? Lees wat rechters beslissen over burenhinder, beslag, bewijs en VME-geschillen.",
    "author": {
      "@type": "Person",
      "name": "Chanel Ribas Colomar",
      "jobTitle": "Advocaat"
    },
    "publisher": {
      "@type": "Organization",
      "@id": "https://www.lawbase.be/#organization",
      "name": "LawBase - De Meulenaere & Ribas Colomar",
      "url": "https://www.lawbase.be",
      "logo": {
        "@type": "ImageObject",
        "url": "https://www.lawbase.be/logo.png",
        "width": 512,
        "height": 512
      },
      "image": {
        "@type": "ImageObject",
        "url": "https://www.lawbase.be/logo.png",
        "width": 512,
        "height": 512
      },
      "telephone": "+32 50 67 32 06",
      "email": "hello@lawbase.be",
      "priceRange": "€€",
      "address": {
        "@type": "PostalAddress",
        "streetAddress": "Oosterlingenplein 4A",
        "postalCode": "8000",
        "addressLocality": "Brugge",
        "addressCountry": "BE"
      }
    },
    "dateModified": "2026-09-27T08:55:47.685654+00:00",
    "inLanguage": "nl-BE",
    "mainEntityOfPage": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/burgerlijk-recht"
  }
]
```