---
title: "Ereloon advocaat: geen schadebeding, wel hoofdelijkheid"
url: https://www.lawbase.be/rechtspraak/schadebeding-advocaat-afgewezen-maar-hoofdelijkheid-via-lastgeving-aanvaard
description: "Vredegerecht Brugge wijst het schadebeding van een advocaat af bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar aanvaardt hoofdelijkheid via lastgeving."
lang: nl-BE
---

Terug naar Rechtspraak (https://www.lawbase.be/rechtspraak)

Verbintenissenrecht (https://www.lawbase.be/rechtspraak/thema/verbintenissenrecht)

Gedeeltelijk toegewezen

# Schadebeding afgewezen bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar hoofdelijkheid aanvaard via lastgeving

Mr. Peter-Jan De Meulenaere Vredegerecht van het vierde kanton Brugge 15 oktober 2026 Gepubliceerd 1 november 2026 Bijgewerkt 1 november 2026 0 weergaven

Delen:

advocatenrecht: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=advocatenrecht
ereloon: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=ereloon
hoofdelijkheid: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=hoofdelijkheid
lastgeving: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=lastgeving
verstekvonnis: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=verstekvonnis
algemene-voorwaarden: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=algemene-voorwaarden
consumentenbescherming: https://www.lawbase.be/rechtspraak?tag=consumentenbescherming

Image: Verbintenissenrecht - Schadebeding afgewezen bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar hoofdelijkheid aanvaard via lastgeving (https://www.lawbase.be/images/blog/burgerlijk-recht.webp)

## Samenvatting van de Zaak

In deze burgerlijke zaak buigt het Vredegerecht van het vierde kanton Brugge zich over de invordering van onbetaalde facturen voor geleverde advocatenprestaties. De datum van de onderliggende feiten is niet vastgesteld in het vonnis; 29 september 2026 is uitsluitend de ingangsdatum van de intrest volgens het dictum. De eisende partij, een advocatenkantoor, vordert de hoofdelijke veroordeling van twee cliënten tot betaling van openstaande erelonen, vermeerderd met conventionele intresten en een schadebeding. De verwerende partijen laten verstek gaan en verschijnen niet op de zitting. Omdat het een verstekvonnis betreft, gaat de vrederechter na of de vorderingen niet strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die hij krachtens de wet ambtshalve kan toepassen (art. 806 Ger.W.); kennelijk ongegronde vorderingen kunnen volgens het vonnis evenmin worden toegekend. Bij dit onderzoek stelt de rechter vast dat de eisende partij geen ereloonovereenkomst kan voorleggen. Uit de voorgelegde stukken blijkt volgens de rechter niet dat de verwerende partijen voorafgaandelijk kennis hebben genomen van de algemene voorwaarden en deze hebben aanvaard. Bijgevolg wijst de rechter het gevorderde schadebeding af en kent hij enkel de wettelijke intrest toe op de hoofdsom, in plaats van de conventionele intrest. De rechter verwijst hierbij ook naar de niet-naleving van Boek XIX van het Wetboek van Economisch Recht. Wat betreft de gevorderde hoofdelijkheid (de mogelijkheid om elk van de gedaagden voor het volledige bedrag aan te spreken), stelt de rechter vast dat artikel 5.160 van het Burgerlijk Wetboek vereist dat passieve hoofdelijkheid voortvloeit uit de wet of een contract, en niet wordt vermoed. Omdat geen overeenkomst wordt voorgelegd waaruit contractuele hoofdelijkheid blijkt, onderzoekt de rechter de wettelijke hoofdelijkheid uit lastgeving. De rechter past daarop artikel 2002 van het oud Burgerlijk Wetboek toe. Dit artikel stelt dat wanneer meerdere personen een lasthebber (zoals een advocaat) aanstellen voor een gemeenschappelijke zaak, zij hoofdelijk verbonden zijn voor alle gevolgen van die lastgeving. Op basis hiervan wordt de hoofdelijke veroordeling voor de hoofdsom wel toegekend. Tot slot oordeelt de rechter, met toepassing van artikel 1397 van het Gerechtelijk Wetboek, dat een eventueel verzet of hoger beroep van de versteklatende partijen de tenuitvoerlegging van het vonnis niet zal schorsen, om te vermijden dat rechtsmiddelen louter als vertragingsmanoeuvre worden misbruikt. De vordering wordt aldus gedeeltelijk toegewezen.

Uitkomst:

Gedeeltelijk toegewezen

## Kernpunten

- 1 Uit de voorgelegde stukken bleek volgens de rechter geen voorafgaande kennisname en aanvaarding van de algemene voorwaarden. Daarom werd het schadebeding afgewezen en wettelijke in plaats van contractuele intrest toegekend.
- 2 Het vonnis kwalificeert de opdracht aan een advocaat om een geding te voeren of daarin de belangen van een cliënt te verdedigen als lastgeving.
- 3 Op basis van artikel 2002 oud BW zijn meerdere personen die samen een advocaat aanstellen voor een gemeenschappelijke zaak, van rechtswege hoofdelijk aansprakelijk voor het ereloon.
- 4 De rechter kan bij een met bijzondere redenen omklede beslissing bepalen dat verzet of hoger beroep van de versteklatende partij de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis niet schorst (art. 1397, tweede lid Ger.W.). Hier motiveerde hij dat met de vrees voor vertragingsmanoeuvres.

## Juridische Analyse

### Inleiding en Context van de Zaak

Dit vonnis van het Vredegerecht illustreert een veelvoorkomende problematiek binnen de juridische dienstverlening: de invordering van onbetaalde erelonen door advocaten bij hun (voormalige) cliënten. De zaak werd bij verstek behandeld, wat betekent dat de gedaagde partijen niet zijn verschenen. In dergelijke gevallen wijst de rechter de vordering niet automatisch integraal toe. De rechter toetst of de vordering niet strijdig is met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die hij krachtens de wet ambtshalve kan toepassen, en of zij niet kennelijk ongegrond is. Deze ambtshalve toetsing leidt in dit vonnis tot een belangrijke bijsturing van de oorspronkelijke eis, in het bijzonder wat betreft het schadebeding en de juridische grondslag voor de hoofdelijkheid.

### Beoordeling van het schadebeding en de intresten

#### Het belang van bewijs van aanvaarde voorwaarden

De eisende partij vorderde naast de hoofdsom ook een schadevergoeding (schadebeding) en conventionele intresten, gebaseerd op haar algemene voorwaarden. De vrederechter wijst het schadebeding en de conventionele intresten af en kent enkel de wettelijke intrest toe. Op vraag van de vrederechter kon geen ereloonovereenkomst worden voorgelegd. Uit de voorgelegde stukken kon de rechter niet afleiden dat de cliënten vooraf kennis hadden genomen van de algemene voorwaarden en deze hadden aanvaard.

De beoordeling betreft het bewijs van kennisname en aanvaarding in dit dossier; het vonnis formuleert geen algemene verplichting tot een schriftelijke, ondertekende ereloonovereenkomst. Het schadebeding wordt afgewezen. Het dictum kent wettelijke intrest toe vanaf 29 september 2026. De motivering verwijst naar de dagvaardingsdatum, terwijl de procedurebeschrijving daarvoor 5 oktober 2026 vermeldt. Het vonnis identificeert 29 september 2026 niet als datum van een ingebrekestelling of dagvaarding. Evenmin stelt het vonnis deze datum vast als datum van de advocatenprestaties of andere onderliggende feiten; de datum daarvan is niet vermeld.

#### Toetsing aan Boek XIX WER

De rechter verwijst in zijn motivering ook expliciet naar de niet-naleving van Boek XIX van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Hij werkt niet uit welke bepalingen daarvan niet werden nageleefd. De concrete bewijsbeoordeling over de kennisname en aanvaarding van de algemene voorwaarden staat daarvan los.

### De Grondslag voor Passieve Hoofdelijkheid

#### Artikel 5.160 BW: Geen vermoeden van hoofdelijkheid

Een cruciaal onderdeel van de vordering was de vraag om beide verwerende partijen 'solidair en hoofdelijk' te veroordelen. Het vonnis spreekt ook van een 'hoofdelijke en in solidum veroordeling'; hoofdelijkheid en een veroordeling in solidum zijn juridisch echter geen synoniemen. Passieve hoofdelijkheid houdt in dat de schuldeiser (de advocaat) elk van de schuldenaars kan aanspreken voor de betaling van het volledige bedrag. De rechter toetst dit aan artikel 5.160, § 2 van het Burgerlijk Wetboek (ingevoerd bij de hervorming van het verbintenissenrecht). Dit artikel stelt duidelijk:

> "Passieve hoofdelijkheid ontstaat uit de wet of uit een contract. Zij wordt niet vermoed."

Omdat geen overeenkomst inzake hoofdelijkheid wordt bijgebracht, baseert de rechter de hoofdelijkheid op artikel 2002 oud BW. Tussen ondernemingen die tot dezelfde contractuele verbintenis gehouden zijn, bestaat hoofdelijkheid van rechtswege, behalve wanneer de onderneming een natuurlijke persoon is en de verbintenis kennelijk vreemd is aan de onderneming. De rechter bespreekt deze ondernemingsregel niet en stelt niet uitdrukkelijk vast of de verweerders ondernemingen zijn.

#### De reddingsboei: Artikel 2002 oud BW inzake lastgeving

Ondanks het ontbreken van een voorgelegde overeenkomst inzake hoofdelijkheid aanvaardt de rechter wettelijke hoofdelijkheid op grond van lastgeving. Hoewel Boek 5 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek de algemene verbintenissen regelt, blijven de specifieke benoemde overeenkomsten (zoals koop, huur, en lastgeving) voorlopig nog onderworpen aan het oud Burgerlijk Wetboek, in afwachting van de invoering van de nieuwe boeken ter zake.

Volgens het vonnis is sprake van lastgeving wanneer de advocaat wordt belast met het voeren van een geding of het verdedigen van de belangen van een cliënt in een geding. Artikel 1984 oud BW omschrijft lastgeving als het geven van de macht om voor de lastgever en in diens naam te handelen. Artikel 2002 van het oud Burgerlijk Wetboek bepaalt:

> "Wanneer verscheidene personen een lasthebber hebben aangesteld voor een gemeenschappelijke zaak, is ieder van hen hoofdelijk jegens hem verbonden voor alle gevolgen van de lastgeving."

De rechter verwijst naar de wettelijke hoofdelijkheid bij een gemeenschappelijke lastgeving en noemt een gemeenschappelijke procedure als voorbeeld. Het vonnis stelt niet concreet vast dat de prestaties in deze zaak op zo'n procedure betrekking hadden. De rechter acht de gevorderde hoofdelijkheid niet kennelijk ongegrond en willigt deze in.

### Uitvoerbaarheid bij Voorraad en Schorsende Werking

Een laatste opmerkelijk juridisch punt in dit vonnis betreft de beslissing over de uitvoerbaarheid. Standaard bepaalt artikel 1397, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek dat een verzet of hoger beroep van een versteklatende partij de tenuitvoerlegging van het vonnis schorst. Dit is een beschermingsmechanisme voor partijen die bij verstek veroordeeld zijn.

De wet laat de rechter echter toe om hier, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing, van af te wijken. De vrederechter maakt van deze mogelijkheid gebruik. Hij motiveert dit door te stellen dat de vordering klaarblijkelijk gegrond is en dat de gedaagden geen enkel verweer hebben gevoerd. De rechter vreest dat een eventueel rechtsmiddel door vertragende handelingen zal zijn ingegeven en de recuperatie van de vordering in het gedrang kan brengen. Bijgevolg wordt bevolen dat een verzet of hoger beroep de tenuitvoerlegging niet zal schorsen.

### Praktische Implicaties en Aandachtspunten

- **Voor advocaten en dienstverleners:** Zorg voor bewijs dat de cliënt vooraf kennis kon nemen van de algemene voorwaarden en deze heeft aanvaard. In deze zaak ontbrak dat bewijs volgens de rechter.
- **Consumentenwetgeving:** De rechter vermeldt ook de niet-naleving van Boek XIX WER, zonder die vaststelling nader uit te werken.
- **Gezamenlijke dossiers:** Wanneer meerdere cliënten een advocaat als lasthebber aanstellen voor een gemeenschappelijke zaak, biedt artikel 2002 oud BW een wettelijke grondslag voor passieve hoofdelijkheid bij de invordering van het ereloon.
- **Procesvoering:** Vraag in duidelijke incassozaken steeds de opheffing van de schorsende werking van rechtsmiddelen bij verstek (Art. 1397 Ger.W.), om te vermijden dat wanbetalers de procedure nodeloos rekken.

## Toegepaste Wetsartikelen

Art. 5.160

Burgerlijk Wetboek

Definitie en bronnen van passieve hoofdelijkheid

Art. 1984

Oud Burgerlijk Wetboek

Definitie van lastgeving of volmacht

Art. 2002

Oud Burgerlijk Wetboek

Hoofdelijkheid bij aanstelling van een lasthebber door verscheidene personen

Art. 1397

Gerechtelijk Wetboek

Uitvoerbaarheid bij voorraad en schorsende werking van verzet of hoger beroep

Meer over Burgerlijk Recht

Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over burgerlijk recht.

Bekijk expertisepagina Burgerlijk Recht (https://www.lawbase.be/burgerlijk-recht)

## Veelgestelde vragen over deze zaak

### Kan een advocaat een schadebeding eisen zonder schriftelijke overeenkomst?

### Zijn meerdere cliënten in één dossier hoofdelijk aansprakelijk voor de advocatenkosten?

Meer over Verbintenissenrecht

- Burgerlijk Recht: https://www.lawbase.be/burgerlijk-recht
- Alle rechtspraak: https://www.lawbase.be/rechtspraak

## Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

Kies een eerste consultatie op kantoor (€90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€60,50 incl. btw).

Eerste consultatie op kantoor – €75 excl. btw: https://www.lawbase.be/contact#afspraak
Videoconsultatie – €50 excl. btw: https://www.lawbase.be/video-afspraak

Liever eerst bellen? 050 67 32 06 (050673206)

## Gerelateerde Zaken

Alle rechtspraak (https://www.lawbase.be/rechtspraak)

Verbintenissenrecht

### Gezamenlijke lening terugvorderen na relatiebreuk: ex betaalt de helft

Vredegerecht van het kanton Roeselare

25 jun 2019
https://www.lawbase.be/rechtspraak/gezamenlijke-lening-terugvorderen-na-relatiebreuk-ex-partner-betaalt-helft

Huurrecht

### Gerechtelijke ontbinding en uithuiszetting bij handelshuur wegens ernstige huurachterstal

Vredegerecht van het 4de kanton Antwerpen

7 okt 2026
https://www.lawbase.be/rechtspraak/gerechtelijke-ontbinding-en-uithuiszetting-bij-handelshuur-wegens-ernstige-huurachterstal

Verkeersrecht

### Verzet tegen verstekvonnis: 1 jaar cel voor rijden tijdens verval

Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge

17 jun 2026
https://www.lawbase.be/rechtspraak/rijden-tijdens-verval-rijbewijs-gevolgen-verzet-tegen-verstekvonnis-politierechtbank

Kantoor €75: https://www.lawbase.be/contact#afspraak
Video €50: https://www.lawbase.be/video-afspraak
Bel 050 67 32 06: 050673206

Prijzen excl. btw

## Structured data

```json
[
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "Article",
    "@id": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/schadebeding-advocaat-afgewezen-maar-hoofdelijkheid-via-lastgeving-aanvaard#article",
    "headline": "Ereloon advocaat: geen schadebeding, wel hoofdelijkheid",
    "name": "Schadebeding afgewezen bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar hoofdelijkheid aanvaard via lastgeving",
    "description": "Vredegerecht Brugge wijst het schadebeding van een advocaat af bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar aanvaardt hoofdelijkheid via lastgeving.",
    "image": "https://www.lawbase.be/images/blog/burgerlijk-recht.webp",
    "datePublished": "2026-11-01T06:05:17.689783+00:00",
    "dateModified": "2026-11-01T06:05:17.689783+00:00",
    "keywords": "advocatenrecht, ereloon, hoofdelijkheid, lastgeving, verstekvonnis, algemene-voorwaarden, consumentenbescherming",
    "about": {
      "@type": "Thing",
      "name": "Verbintenissenrecht"
    },
    "isBasedOn": {
      "@type": "CreativeWork",
      "name": "Vonnis Vredegerecht van het vierde kanton Brugge 2026-10-15",
      "dateCreated": "2026-10-15",
      "creator": {
        "@type": "Organization",
        "name": "Vredegerecht van het vierde kanton Brugge"
      }
    },
    "author": {
      "@type": "Person",
      "name": "Mr. Peter-Jan De Meulenaere",
      "jobTitle": "Advocaat",
      "url": "https://www.lawbase.be/over-ons",
      "sameAs": [
        "https://www.linkedin.com/in/peterjandemeulenaere/",
        "https://www.lawbase.be/over-ons"
      ],
      "worksFor": {
        "@type": "LegalService",
        "@id": "https://www.lawbase.be/#organization",
        "name": "LawBase - De Meulenaere & Ribas Colomar",
        "url": "https://www.lawbase.be"
      },
      "memberOf": {
        "@type": "Organization",
        "name": "Balie West-Vlaanderen"
      },
      "alumniOf": {
        "@type": "CollegeOrUniversity",
        "name": "Universiteit Gent"
      }
    },
    "publisher": {
      "@type": "Organization",
      "@id": "https://www.lawbase.be/#organization",
      "name": "LawBase - De Meulenaere & Ribas Colomar",
      "url": "https://www.lawbase.be",
      "logo": {
        "@type": "ImageObject",
        "url": "https://www.lawbase.be/logo.png",
        "width": 512,
        "height": 512
      },
      "image": {
        "@type": "ImageObject",
        "url": "https://www.lawbase.be/logo.png",
        "width": 512,
        "height": 512
      },
      "telephone": "+32 50 67 32 06",
      "email": "hello@lawbase.be",
      "priceRange": "€€",
      "address": {
        "@type": "PostalAddress",
        "streetAddress": "Oosterlingenplein 4A",
        "postalCode": "8000",
        "addressLocality": "Brugge",
        "addressCountry": "BE"
      }
    },
    "mainEntityOfPage": {
      "@type": "WebPage",
      "@id": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/schadebeding-advocaat-afgewezen-maar-hoofdelijkheid-via-lastgeving-aanvaard"
    },
    "speakable": {
      "@type": "SpeakableSpecification",
      "cssSelector": [
        "h1",
        "h2"
      ]
    },
    "inLanguage": "nl-BE",
    "isAccessibleForFree": true
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "WebPage",
    "@id": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/schadebeding-advocaat-afgewezen-maar-hoofdelijkheid-via-lastgeving-aanvaard#webpage",
    "name": "Schadebeding afgewezen bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar hoofdelijkheid aanvaard via lastgeving",
    "description": "Vredegerecht Brugge wijst het schadebeding van een advocaat af bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar aanvaardt hoofdelijkheid via lastgeving.",
    "url": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/schadebeding-advocaat-afgewezen-maar-hoofdelijkheid-via-lastgeving-aanvaard",
    "inLanguage": "nl-BE",
    "isPartOf": {
      "@type": "WebSite",
      "@id": "https://www.lawbase.be/#website",
      "name": "LawBase",
      "url": "https://www.lawbase.be"
    },
    "mainEntity": {
      "@id": "https://www.lawbase.be/rechtspraak/schadebeding-advocaat-afgewezen-maar-hoofdelijkheid-via-lastgeving-aanvaard#article"
    },
    "speakable": {
      "@type": "SpeakableSpecification",
      "cssSelector": [
        "h1",
        "h2"
      ]
    }
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "BreadcrumbList",
    "itemListElement": [
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 1,
        "name": "Home",
        "item": "https://www.lawbase.be"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 2,
        "name": "Rechtspraak",
        "item": "https://www.lawbase.be/rechtspraak"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 3,
        "name": "Schadebeding afgewezen bij gebrek aan bewijs van aanvaarde voorwaarden, maar hoofdelijkheid aanvaard via lastgeving"
      }
    ]
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "FAQPage",
    "mainEntity": [
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Kan een advocaat een schadebeding eisen zonder schriftelijke overeenkomst?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Niet noodzakelijk uitgesloten. Doorslaggevend in deze zaak was dat uit de voorgelegde stukken geen voorafgaande kennisname en aanvaarding van de algemene voorwaarden bleek. Het vonnis formuleert geen algemene verplichting tot een schriftelijke overeenkomst."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Zijn meerdere cliënten in één dossier hoofdelijk aansprakelijk voor de advocatenkosten?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Op basis van artikel 2002 van het oud Burgerlijk Wetboek zijn personen die samen een advocaat als lasthebber aanstellen voor een gemeenschappelijke zaak, hoofdelijk gehouden voor alle gevolgen van die lastgeving. Daarvoor is geen afzonderlijke overeenkomst inzake hoofdelijkheid nodig. De rechter achtte de gevorderde hoofdelijkheid op die wettelijke grondslag niet kennelijk ongegrond."
        }
      }
    ]
  }
]
```