Quasi-inbreng: procedure en waardering

    Alles over de quasi-inbreng procedure volgens het WVV: wettelijk kader (Art. 5:12), waardering door de bedrijfsrevisor en praktische stappen voor ondernemers.

    Door Mr. Chanel Ribas Colomar5 min leestijd477 lezers
    Delen:
    Expert Review
    Mr. Chanel Ribas Colomar - Advocaat bij LawBase

    Mr. Chanel Ribas Colomar

    Advocaat • Orde van Vlaamse Balies • Universiteit Gent

    Juridisch geverifieerd door Chanel
    StrafrechtFamilierechtBurgerlijk recht

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    De oprichting van een vennootschap of een kapitaalverhoging gaat doorgaans gepaard met een inbreng in geld of een inbreng in natura. Echter, om te vermijden dat de strikte regels inzake inbreng in natura worden omzeild via een verkapte constructie, heeft de Belgische wetgever de figuur van de 'quasi-inbreng' in het leven geroepen. Deze procedure beoogt de bescherming van het vennootschapsvermogen en de belangen van derden-schuldeisers door toezicht te houden op transacties waarbij een vennootschap activa verwerft van haar oprichters, aandeelhouders of bestuurders kort na de oprichting.

    Met de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is de regeling rond de quasi-inbreng verfijnd. Het vormt een essentieel onderdeel van het ondernemingsrecht, waarbij de tussenkomst van een bedrijfsrevisor en het bestuursorgaan cruciaal is om de correcte waardering van de goederen te garanderen. In dit artikel analyseren wij de diepgaande juridische implicaties, de procedurele stappen en de sancties bij niet-naleving.

    Procedure en Stappen

    De procedure voor een quasi-inbreng is strikt gereglementeerd en moet nauwgezet gevolgd worden om de geldigheid van de transactie te waarborgen. De procedure is van toepassing wanneer een vennootschap (BV of NV) binnen een termijn van twee jaar na haar oprichting een goed wenst te verwerven dat toebehoort aan een oprichter, een aandeelhouder of bepaalde andere verbonden personen, voor een tegenprestatie die ten minste 10% van het geplaatste kapitaal (NV) of de inbreng (BV) bedraagt.

    • Stap 1: Aanstelling van een bedrijfsrevisor. Het bestuursorgaan moet een bedrijfsrevisor aanstellen die een verslag opstelt over de beschrijving en de waardering van het over te dragen goed. De revisor onderzoekt of de waarde van het goed overeenstemt met de overeengekomen tegenprestatie.
    • Stap 2: Verslag van het bestuursorgaan. Parallel aan het revisoraal verslag moet het bestuursorgaan zelf een verslag opstellen. Hierin wordt het belang van de verwerving voor de vennootschap toegelicht en wordt de voorgestelde tegenprestatie verantwoord in het licht van het verslag van de revisor.
    • Stap 3: Openbaarmaking. Beide verslagen moeten worden neergelegd ter griffie van de ondernemingsrechtbank waar de vennootschap haar zetel heeft. Bij de NV is bovendien een voorafgaande goedkeuring door de algemene vergadering vereist, terwijl dit bij de BV in de regel een beslissing van het bestuursorgaan is, tenzij de statuten anders bepalen.
    • Stap 4: Sluiten van de overeenkomst. Pas nadat de verslaggeving en de eventuele goedkeuring zijn afgerond, kan de eigenlijke overdrachtsovereenkomst rechtsgeldig worden ondertekend.

    Wettelijk Kader

    Het wettelijk kader voor de quasi-inbreng vindt zijn grondslag in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), specifiek in de artikelen 5:12 en 5:13 voor de Besloten Vennootschap (BV) en de artikelen 7:12 en 7:13 voor de Naamloze Vennootschap (NV).

    De ratio legis achter deze artikelen is het voorkomen van 'uitholling' van de vennootschap. Zonder deze controle zouden oprichters goederen tegen een overgewaardeerde prijs aan de vennootschap kunnen verkopen, waardoor zij de regels van de inbreng in natura (die onmiddellijk bij oprichting gelden) zouden omzeilen. Het WVV stelt dat de procedure van toepassing is op elke verkrijging onder bezwarende titel. Belangrijk is dat er bepaalde uitzonderingen bestaan, zoals verkrijgingen die geschieden in het kader van de normale bedrijfsuitvoering van de vennootschap of verkrijgingen op de beurs.

    Bij de BV is de regeling gekoppeld aan de inbrengwaarde, terwijl bij de NV de drempel van 10% van het maatschappelijk kapitaal wordt gehanteerd. LawBase adviseert ondernemingen in heel Vlaanderen, vanuit onze kantoren in Brugge, Antwerpen, Gent, Waasland (Nieuwkerken-Waas), Hasselt en Leuven, om bij de minste twijfel de procedure op te starten om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden.

    Praktische Tips

    Voor een vlot verloop van een quasi-inbreng raden onze experts het volgende aan:

    • Tijdige planning: De tussenkomst van een bedrijfsrevisor vraagt tijd. Begin minstens enkele weken voor de geplande transactie met de voorbereidingen.
    • Objectieve waardering: Zorg voor bewijsstukken van de waarde (facturen, marktvergelijkingen, expertises) om de taak van de revisor te vergemakkelijken en discussies met de fiscus te vermijden.
    • Documentatie: Bewaar de verslagen zorgvuldig in het vennootschapsdossier. Bij een latere verkoop van de aandelen of een faillissement zal de curator of de koper deze documenten opvragen.
    • Controleer de 10%-drempel: Bereken nauwkeurig of de transactiewaarde de drempel overschrijdt. Let op: opeenvolgende kleine transacties kunnen door de rechtbank als één geheel worden beschouwd om misbruik tegen te gaan.

    Indien u twijfelt over de kwalificatie van een transactie, kunt u bij LawBase terecht voor een eerste inschatting. Een videocall is gratis, terwijl een fysieke consultatie €50 (30 min) kost in een van onze zes vestigingen.

    Kosten en Vergoedingen

    De kosten verbonden aan een quasi-inbreng procedure bestaan uit verschillende posten:

    • Erelonen van de bedrijfsrevisor: Deze zijn afhankelijk van de complexiteit van de waardering en de aard van de goederen (bijv. vastgoed versus intellectuele eigendom).
    • Juridische begeleiding: Het opstellen van de verslagen van het bestuursorgaan en de nodige notulen.
    • Openbaarmakingskosten: Kosten voor de neerlegging bij de griffie en eventuele publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

    Hoewel deze procedure kosten met zich meebrengt, wegen deze niet op tegen de risico's van niet-naleving. Indien de procedure niet wordt gevolgd, kan de transactie nietig worden verklaard. Bovendien riskeren de bestuurders persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schade die de vennootschap of derden hierdoor lijden.

    Veelgestelde Vragen

    Hieronder vindt u een overzicht van de meest gestelde vragen over de quasi-inbreng procedure in België.

    Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)

    Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge

    Veelgestelde vragen

    Hulp nodig bij uw juridische vraag?

    Onze advocaten staan voor u klaar met deskundig advies.